Private E.H. Slater

imageOp de terugweg van het slaperige dorpje St. Martin de Besaces zien we een klein, wit bordje staan. Een Engelse begraafplaats. Daar willen we wel even kijken. Onze zoon, die op de achterbank hangt, met in zijn oren de eeuwige witte dopjes van zijn IPhone, vindt het best.

Net zo best als het bezoek eerder op deze stille zondagmiddag aan het kleine, met liefde ingerichte museumpje in St. Martin. Na enig aarzelen besluit de vrijwilliger, een vijftiger met vlassnorretje, dat Max voor het scholierentarief naar binnen mag. ‘Ce’st tres important pour l’education!’ glundert het mannetje. Wij knikken instemmend en betalen twee maal € 6 en een maal € 2. Vive l’education!

Met handen en voeten maakt de enthousiaste vrijwilliger duidelijk dat een geluidsband gaat lopen terwijl wij langs de, een voor een oplichtende, vitrines lopen. Tergend langzaam lichten de vitrines op en we zien al gauw hoe groot dit dorpsmuseum is. Dat wordt een lange tocht door een vochtig, muf ruikend, ja, wat is het? Schuurtje?

Al schuifelend raak ik in de ban van de verhalen en de liefdevol ingerichte vitrines met foto’s, voorwerpen en als toegift een enorme maquette van het dorp. Lichtflitsen en granaatinslagen beelden de bevrijding van het dorpje uit, begeleid door een Engelse Polygoonstem. Deze geeft koeltjes aan waar alle regimenten zich bevinden, troepen in hinderlagen worden gelokt, bevrijders en Duitsers gedood worden of verminkt raken. De gekte van oorlog, dood en verderf.

Het licht buiten doet even pijn aan onze ogen. We lopen het uitgestorven stadje door. De auto staat voor een treurige ‘salle de fetes’ waar enkele motorboys en girls hangen en roken.

Op het begraafplaatsje zien we de bekende witte kruizen, een enkele Davidster. Ik loop langs de graven en denk aan het nummer ‘Nineteen’. Dat ging over Vietnam. Nu gaat het over WO 2. Deze mannen zijn 30, 22, 39, 28. Alledrie lopen we onze eigen route. Ik stuit op Max: ‘Mam, er zijn veel oudere mannen bij’. Ook hij denkt misschien aan jongere jongens. Jongens zoals we die zagen in de film ‘Saving private Ryan.’ Zittend in de gesloten amfibievoertuigen, angstig wachtend op de zoute zee, de harde kogels en granaten, die het rood kleurende water doen opspatten.

Ik loop verder en mijn oog valt op het kruis van private E.H. Slater. ‘The Gordon Highlanders’ staat eronder. In het museum lag een hoedje van deze Highlanders: een donkerblauw stoffen mutsje met een vrolijk rood-wit geblokt biesje, een rode pompoen en twee frivole lintjes aan de achterkant. Ook een ruiten lapje, blauw-groen, lag in een van de vitrines. Het merkteken van deze stoere, Schotse soldaten.

In de verte loopt Max, 16 jaar. Over drie dagen is hij jarig. Een beetje onwillig met zijn ouders op misschien wel de laatste vakantie samen. Volgend jaar doet hij eindexamen. Ik kijk naar de steen van private E.H. Slater, een Schotse, stoere Highlander. Gestorven op 7 augustus 1944. Age 17.

Advertisements

Leave a Reply

Please log in using one of these methods to post your comment:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out / Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out / Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out / Change )

Google+ photo

You are commenting using your Google+ account. Log Out / Change )

Connecting to %s