Buurman M.

image

Zojuist komt onze lieve buurman M. de autosleutel terugbrengen van Raymond’s auto, de kleine Corsa. Deze heeft hij geleend tijdens onze vakantie. ‘Rij er maar in, zoveel als je wil’ was de boodschap. Blij vertelt M. dat hij heel veel gebruik gemaakt heeft van de auto. Hij moest namelijk oppassen in het huis van een kennis. En hij coördineert de verbouwing van het huis van zijn neef.

M. is nu ruim negen maanden werkeloos. Hij is een harde werker en trouwe werknemer. Maar hij is werkzaam in het commerciële circuit. En ondanks zijn geweldige verkoop-capaciteiten, zijn talenkennis, vloeiend Duits en Engels, en zijn nooit-ziek-zijn is hij ontslagen. Vol goede moed solliciteert hij op veel, heel veel banen. Soms krijgt hij een reactie. Soms hoort hij niks. Drie keer ‘zit hij bij de laatste drie.’ Dan moet hij nog ‘even’ naar Brabant voor een assessment en een gesprek met alle directeuren. Daarna een tweede gesprek met alle managers. Tot slot een diner (sic) met bovengenoemde groepen en de twee andere kandidaten. Het duizelt me ‘Maar M., wat voor een functie is het?’ vraag ik hem. ‘Gewoon, een verkoopfunctie’. Hij straalt en ik denk er het mijne van. Wat een onzin-procedure voor zo’n baan. Maar hij is trots: uitgekozen uit en overgebleven bij de laatste drie van meer dan 100 sollicitanten! En ik ben trots met hem.

‘Wanneer hoor je wat?’ vraag ik. ‘Direct na het weekend word ik gebeld’. En als ik hem maandagmiddag laat zie,- zelf heb ik de hele dag gewerkt,- blijkt dat hij nog niet is gebeld. Dinsdag bellen ze ook niet. Woensdag belt hij zelf. ‘Nee, we zijn er nog niet uit’. Mevrouw H. neemt voor vrijdag contact met u op.’ Wij vragen er maar niet meer naar. Vrijdagavond appt hij Raymond dat hij het niet geworden is.

M. zit bij ons aan tafel. En hij vertelt dat het water hem aan de lippen staat. Twee studerende kinderen, die beiden trouwens veel werken, de hypotheek, de kosten. En een gehalveerd inkomen. Zijn geweldige gevoel voor humor piept nog wel op zo nu en dan. Maar onder zijn lichtbruine huid schemert het wit. En achter de grapjes hoor ik verdriet.
‘Ik moet en wil aan de slag!’ wisselt af met een gesprek over de actualiteit. ‘Ach, we zijn er nog’ en het gesprek gaat verder over de vliegramp.

Buurman M.: hoe lang blijft hij vrolijk? Zijn optimisme van een paar maanden geleden verschrompelt langzaam. Hij ziet op tegen de komende najaars- en winterperiode. De collegegelden, de hypotheek, maar ook de afhankelijkheid van anderen hangen als molenstenen aan zijn nek.

Over een paar dagen ga ik weer aan het werk. En ik schaam me. Omdat ik soms mopper, soms wat minder zin heb. Omdat ik opeens de boeken zie die ik enthousiast voor de vakantie meenam. Over visie en draagvlak. En dat ik nu denk: ‘hè, nee, ik lees liever mijn eigen boek’. Om volgende week maandag, vijf minuten na aankomst op het werk, te merken dat het fijn is lieve collega J. te zien, een goed advies te schrijven, een mooi symposium te organiseren. Dat het uitdagend is na te denken over de toekomst van de organisatie. Dat het leuk is daarover te praten met slimme, enthousiaste collega’s.

Maandag fiets ik naar het werk. Met in mijn gedachten buurman M.

Advertisements

Leave a Reply

Please log in using one of these methods to post your comment:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out / Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out / Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out / Change )

Google+ photo

You are commenting using your Google+ account. Log Out / Change )

Connecting to %s