Het winnende lot

image

Morgen weten een paar Bleiswijkers of zij wonen in de straat met de winnende postcode. Wij dromen, net als alle Bleiswijkers nu, ook wel eens van het winnen van zo’n loterij. Ik heb een lot bij de Postcode-loterij in het suffe kader van als-de-buren-winnen-hebben-wij-ook-wat. Raymond doet al jaren mee met de Staatsloterij. Eerst een gedeeld lot met zijn moeder. Nu een heel lot zonder zijn moeder. Nog nooit hebben we wat gewonnen. Maar dromen kunnen we.

Wat doen we als we winnen? Stoppen we met werken? Dat is vaak waarvan mensen dromen. Met de opzegbrief aankloppen bij de baas. Ooit zag ik een prachtige documentaire over een dorp in Zeeland met de winnende postcode. Twee beelden zijn mij bijgebleven: het beeld van de man-met-druipsnor, zijn gloednieuwe sportauto poetsend. Al poetsend vertelde hij dat hij toch het liefste wilde dat zijn huwelijk weer goed kwam. Ja, zijn (ex-) vrouw had ook een gedeelte van de prijs. Maar zij wilde niet de man terug waarvan zij niet meer hield. De auto glom maar de man zag vaal. Somber poetste hij maar door. Een shot van het kleine straatje met de eenvoudige huizen detoneerde met de glans van de auto. Hij ging niet verhuizen. Goede buren had-ie. Het was een leuk dorp. Het werk dat hij deed was ook prima. Fijne collega’s. De blik van de winnaar bleef duister. Zijn geld maakte hem zichtbaar niet gelukkig.

Een heel oude dorpsgenoot, wonend in het laatste huisje van de straat, gaf alles weg aan zijn nichtjes en neefjes. Hij krabde zich op het hoofd en zei ‘ze zien wel bliee d’r mie, geloaf’k.’ Hij had zelf een nieuwe fiets gekocht. Meer had hij niet nodig. Eigenlijk was zijn oude fiets ook nog goed genoeg. Maar ja, iedereen zei dat hij ervan moest genieten. In een laatste shot zag je de oude baas-op-klompen fietsen op de dijk. Op zijn nieuw-glimmende fiets. Hij was al gelukkig en bleef het. Al vond ie die nieuwe fiets eigenlijk maar onzin.

Wij zelf komen niet verder dan een mooie reis maken. Een nieuwe auto? Maar ja, de oude auto’s doen het nog best. Een ander huis? Maar we wonen hier fijn, bij de beuken in onze vertrouwde buurt. Vlakbij de duinen. En een groter huis hoef ik niet. Wel wil ik misschien een klein huisje met uitzicht. Voor erbij. Zo’n huisje waarin je lekker kan lezen en schrijven. En zo nu en dan naar buiten kan kijken. Uitkijken over heuvels. Of over zee. Stoppen met werken? Ik zou het missen, de regelmaat, de collega’s, de voldoening. Misschien een dagje werk inleveren voor vrijwilligerswerk, dat wil ik wel. In een hospice.

Wat is dat toch met dat winnen van geld? Waarom springen mensen een gat in de lucht om daarna keihard in dat gat terug te vallen? Het komt omdat tevreden zijn met het leven-zoals-het-is hetzelfde blijft, ook met meer geld. Alleen krijg je wat kopzorgen erbij. Moet het geld op de bank? Hoeveel rente? Deposito? Allemaal gedoe. Ben je ongelukkig dan verandert dat niet met een zak geld. Je blijft ongelukkig met extra kopzorgen. Over rente en deposito.

Wij dromen verder maar we zijn intussen gewoon tevreden en gelukkig. En gezond.

Dat winnende lot hadden we trouwens liever gedeeld. Met Cootje.

Advertisements

Leave a Reply

Please log in using one of these methods to post your comment:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out / Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out / Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out / Change )

Google+ photo

You are commenting using your Google+ account. Log Out / Change )

Connecting to %s