Verslaafd

image

Vanaf het moment dat ik kan lezen ben ik verslaafd. Aan boeken, lezen, letters. Ik lees kranten, liefst drie: Trouw, Volkskrant en NRC, tijdschriften en zelfs de VPRO-gids lees ik van voor naar achteren.

Voor sigaretten noch blowen noch de onvermijdelijke hasjkeek was ik ontvankelijk. Mijn eerste stiekeme sigaretje op mijn 17e (!) eindigde in de onvermijdelijke hoestbui en een snelle terugtocht van het winderige balkon, gauw naar binnen. Met wapperende handjes om de smerige rooklucht weg te wapperen. Met de waakzame ogen en oren van mijn alleswetende moeder in gedachten. Ik keek met verbazing naar klasgenoten met de lachkick, ik lachte vriendelijk mee. Drinken deed ik niet. Vies. Bitter dat bier, smerig die wijn.

Ik was, zoals gezegd, een modelkind. En dat in de losse jaren ’70. Waarin de vrij-en blijheid van de jaren ’60 na-ijlden. Waarin ik als 15-jarige mijn ouders wel shockeerde met de opmerking dat ik op ‘De Emancipatiedag’ op school had gekozen voor een workshop van de COC. En een lezing van de Bond voor Plattelandsvrouwen. Dat laatste, daar moesten ze om lachen. Dat zag ik best. Maar Amnesty, de moedermavo en de Anti-apartheidsbeweging zaten al vol. Dus waren alleen de plattelandsvrouwen over. Dat bleken best aardige vrouwen te zijn. Ze deden iets met cursussen. Over bewustwording en maatschappijkritiek.

Ik was niet te verleiden en huppelde door de Haarlemse wietwolken en pisang-ambon-feestjes. Ik las Anja Meulenbelt, ‘Ik, Jan Cremer’ en ik vond ‘Turks fruit’ prachtig. Ik sprak af met een klasgenoot. Hij woonde in een privé-deel, in zijn eentje. Naast de enorme villa van zijn ouders. We voerden gesprekken over verliefd zijn. Meisjes. Jongens. Aantrekkelijke meisjes. Hij zat dicht bij me. Ik schoof telkens een beetje op naar links. Op zijn bed. Zijn onafscheidelijke hoed lag op zijn nachtkastje. ‘s Avonds fietste ik in mijn eentje fluitend door het doodstille Bloemendaal terug naar Haarlem. Naar huis. Mijn mentor had mijn moeder gebeld: ‘weet u wel dat D. alleen woont?’ Ik snapte er niks van. Waarom belde zij mijn moeder? Ik las en las en doorgrondde de wereld zonder me zelf ergens onbesuisd in te storten. Een beschermengeltje vloog met me mee.

Was dat braaf? Sloom? Nu denk ik dat mijn nieuwsgierige naïviteit gewoon ‘ik’ is. En dat je ‘ik’ zich ook ontwikkelt zonder zelf te lachkicken, te zuipen en tig vriendjes te verslijten. Ik was een kind dat genoot van het spel. En soms stond ik rustig aan de zijlijn. Ik voer op eigen kompas. Is dat karakter, aanleg, opvoeding? De behoudende omgeving van ons gezin (noem het gerust burgerlijk), -met later wel veel onrust en schommelingen, – in combinatie met de liberale en ‘linkse scholen’ maakten mij tot wie ik ben. Nature en nurture.

Ter geruststelling: voor en na D.-met-de-hoed heb ik vriendjes gehad. Lieve en leuke. Heel aardige jongens. Ik heb de liefste, leukste en aardigste uitgezocht. En dat gaat al bijna 30 jaar goed.

Mijn leesverslaving verandert alleen de laatste tijd in een ware schrijf-manie. Ach, mijn moeder, ze zou er stiekem om lachen.

Advertisements

Leave a Reply

Please log in using one of these methods to post your comment:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out / Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out / Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out / Change )

Google+ photo

You are commenting using your Google+ account. Log Out / Change )

Connecting to %s