Buurtsuper

image

Het is rustig bij de plaatselijke middenstand. ‘Veul t’ rust’g’ volgens de onverstaanbare J. van de buurtsuper. ‘Ze b’n ‘all’m’l op v’ktie.’ J. slikt met zijn lastig te definiëren accent ook nog zoveel mogelijk klinkers in. Lastig. Wat ook lastig is dat J. voor Feyenoord is. Daar heb ik geen last van, maar Raymond wel. Verder heeft J. een geweldige dame-voor-achter-de-kassa in dienst: altijd vrolijk en in voor een praatje. ‘Nou, je man was behoorlijk chagrijnig dat de Volkskrant er vorige week niet was! Meid, ik heb hem nu alvast voor je gepakt, anders wordt hij ook nog kwaad op jou!’ En met een big smile overhandigt ze me de krant. Na veertien jaar kent ze nu ook de familieverhoudingen. Al dacht ze een paar weken geleden nog dat Max Raymond was. Ik kwam wat geld te kort en zei: ‘Max brengt zo de rest wel even.’ Toen Max de € 2,50 even later kwam brengen schaterde ze het uit, want ‘ik dacht dat jij je vader was!’ We kunnen niet zonder J., zijn stille vrouw R. en hun onovertroffen kassadame.

Bij de delicatessenzaak L. is de altijd opgewekte eigenaar op vakantie. Een droef-ogende zestiger, die mij vertelt dat hij ‘vroeger ook een zaak had, maar ja, het is wel een zware last’, neemt de honneurs waar. Een oudere heer staat naast mij en ik val middenin zijn verhaal. ‘Zij is ziek, manisch depressief.’ Op de opgetrokken wenkbrauw van de chagrijnige invalster bij L. gaat de oude heer verder: ‘het ene moment ben je vrolijk, maar dan zo vrolijk, dat je bijvoorbeeld alle winkels leegkoopt. Dat is een voorbeeld, hè? Daarna ben je somber. Zo somber dat je liever dood wil.’ De humeurige invalster pakt het stuk graskaas voor hem in. ‘Ha, dat wil ik ook! Lekker, graskaas’ denk ik bij mijzelf, mijn oren nog steeds gespitst op het verhaal naast mij. ‘Ze heeft nu een nieuwe dokter, dat is wel jammer. Moet je alles opnieuw vertellen. Ook gaat het niet goed met de nieuwe medicijnen.’ Zijn rosbief, nootjes en de graskaas zitten nu in het groen-paarse plastic zakje van-de-zaak. ‘Maar ja, we gaan gewoon door, hè, we houden vol!’ zegt hij monter. En langzaam loopt hij naar de deur. Hij krijgt geen antwoord. Maar dat geeft niet. Ik zie hem voorbij lopen door het raam. Een gewone oudere heer, niks bijzonders.

Bij de groentenboer is niemand. Geen klant te zien. ‘Rustig hier!’ zeg ik opgewekt. En weer krijg ik het verhaal van de vakantie. Dat iedereen weg is. ‘Binnenkort wordt het wel weer beter!’ De groentenboer is ook altijd vrolijk. En ik vraag mij af of er een verband is tussen de mate van opgewektheid en het product dat je verkoopt.

Godzijdank is er ook weer een visboer in ons winkelstraatje. De stokoude heer R. bouwde ooit de zaak van de grond af op en liet deze groeien en bloeien. De klanten kwamen uit de wijde omgeving. ‘Vishandel R.’ was een begrip. Zijn joviale opvolger stortte vorig jaar snel en vakkundig de prachtige winkel in de afgrond van een faillissement. Nu heeft een Volendamse visboer de zaak nieuw leven ingeblazen. In de vitrines lachen de verse, wilde zeebaarzen je tegemoet. En ook de visboer zelf is uitermate goed geluimd.

We houden onze winkelstraat in ere. Ik kan ze niet missen. De producten kunnen we best elders krijgen. Misschien ook wel voor minder geld. Maar de verhalen, de vriendelijkheid, de gemoedelijkheid, dat verkopen ze niet bij de Albert Heijn.

En dan heb ik het nog niet eens gehad over de snackbar, de wijnhandelaar, de Bruna en de dierenwinkel. Ander keertje.

Advertisements

Leave a Reply

Please log in using one of these methods to post your comment:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out / Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out / Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out / Change )

Google+ photo

You are commenting using your Google+ account. Log Out / Change )

Connecting to %s