Flex

IMG_4622.JPG
Ook bij gemeenten dringt langzaam maar zeker het ‘flexibele werken’ door. We volgen hiermee de Nieuwe Werken-trend: meer plezier, minder bureaus, meer flexibiliteit, nu ja, werken ‘any time, any place, anywhere’ zoals in de vroegere Martini-Bianco-reclame met al die mooie, blije, jonge mensen. Alleen werkten zij niet, maar was het continu feest.

Anderhalf jaar geleden had ik opeens geen eigen plek meer. Ik, de tot-op-het-bot-verwende-met-eigen-grote-kamer, haalde het whiteboard met knipsels van de muur. De verouderde gezinsfoto ging mee naar huis. Deze ligt nu triest op zijn kant op mijn nachtkastje. Het ijzeren houdertje, waarop het lijstje rust, ben ik kwijt. Mijn grijze werkboekenkastje met nooit-meer-gelezen, maar altijd bewaarde cursusboeken, haal ik leeg. En ik word een zwerfarbeider. Een werknomade.

Ik ben, vergezeld van mijn onmisbare iPhone en iPad een vaste gast in de ‘Flexwerkplaats’, een speciaal voor de flexers ingerichte werkkamer. Een aantal projectmedewerkers zit hier. Een paar ZZP-ers. Collega T. en ik. Ik leer en hoor hier veel over een ingenieus geautomatiseerd beheersysteem, wateroverlast, rotondes en bomen. Er wordt hard gewerkt. We halen koffie voor elkaar. Het is een fijne kamer voor werknomades.

De altijd opgewekte N. komt hier regelmatig langs. We horen zijn lach op de gang. En ik overleg even kort met hem, bij het koffiehoekje of in het gele, stoffen bankje, -in de wandelgangen het ‘treinzitje’ genoemd-, in de gang. Over dienstverlening, over participatie, over de toekomst van de organisatie. Ik loop soms even langs bij L. Soms zit ze in de kamer rechts. Nu vaak links. Even vragen hoe het is met haar Siberische boskatten. Broer en zus van de mijne.

Beneden tref ik bij de heerlijke koffiemachine E. We bespreken de regionale visie op de dienstverlening en we hebben het over LEAN-werken: het vereenvoudigen van werkprocessen. Goed voor de klant. Fijn voor de medewerker. En even gaat het over zijn nieuwe kittens. E. houdt ook van poezen.

Afgelopen donderdag zat ik naast de juristen, de toezichthouder en adviseur crisisbeheersing. ‘Ga je mee koffie drinken, Annelie?’ En ik ga mee. Met jonge, nieuwe gezichten en vertrouwde oude. Ik leer wat een ‘eenvoudige mishandeling’ en ‘droge klap’ zijn. Waar ze warm voor lopen. Welke sport ze beoefenen. Waar ze op het werk mee bezig zijn. En opgewekt lopen we na tien minuten weer naar boven.

De dinsdag houd ik in principe vrij. Ik bezoek mijn vader met twee verse harinkjes, ik drink koffie met hem. We hebben het over de zilveren zwem-medaille en de toestand in de wereld. Ook laat de 92-jarige wegpiraat mij de verkeersboete zien, die hij laatst kreeg voor te hard rijden. Ik lees de thuiszorgbrief en ik bel de makelaar of zijn oude huis nog eens wordt verkocht. Tussendoor beantwoord ik mijn mails en pleeg ik een paar werktelefoontjes. Ik loop hard, drink thee met mijn dochter en ik zie ‘s middags mijn zoon voorbijschieten naar zijn kamer. ‘Hoe was het op school?’ ‘Goed’ en weg is ie. ‘s Avonds bereid ik de volgende werkdag voor.

Op woensdagochtend zie ik de afdelingshoofden. Op hun schouders rusten veel verantwoordelijkheden. Voor mensen, voor resultaten, voor ontwikkelingen. De afdelingshoofden werken nu ook ‘flex’. Vaak in de buurt van ‘hun’ mensen. Maar soms gaan zij ‘s middags naar huis om een stuk te schrijven, een afdelingsplan voor te bereiden. Of ze brengen hun dochter naar hockey, hun zoon naar het voetbalveld.

Vandaag, vrijdag werk ik thuis. Met achter de computer kat Moos en naast de muismat poes Saar. Met een kopje Nespresso schrijf ik een voorstel. Lekker rustig. Ik kijk naar buiten en zie de takken met de fijne, groene blaadjes van de uit-zijn-krachten gegroeide berk. ‘Maar weer gauw snoeien’, denk ik.

Ik werk flex. En ik vind het fijn. Sommigen zijn ervan overtuigd dat het Nieuwe Werken het ‘Nieuwe Bedriegen’ is. Maar zoals collega J. fijntjes opmerkte: ‘als je thuis niet werkt, werk je hier ook niet en als je hier hard werkt werk je thuis net zo hard’. En zo is het. Geen kletspraatje bij de koffie maar een aai voor de poes en een Nespressootje. Geen boterham-achter-het-bureau maar een gebakken eitje op brood. Niet door het dorp lopen maar een half uur hardlopen.

Wat is de winst? Ik heb in plaats van 30 nu meer dan 100 naaste collega’s. Ik weet wat over dienstverlening maar heb ook kennis over bomen. Ik hoor wat over evenementen, duurzaamheid en Flower Science. Ik weet iets over de vakanties en liefhebberijen van vele, voorheen onzichtbare, collega’s.

Weet iemand trouwens hoe dat smaakt, zo’n Martini Bianco?

Advertisements

Leave a Reply

Please log in using one of these methods to post your comment:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out / Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out / Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out / Change )

Google+ photo

You are commenting using your Google+ account. Log Out / Change )

Connecting to %s