Dief

IMG_4653.JPG
Tussen-de-middag was er bij ons een dief. Een echte. Gewoon overdag. Een die de voordeur forceerde en een flinke trap ertegen gaf. In de pas-geschilderde deur zie je het kleine deukje van de dievenhak.

Bang dat de dief nog boven in huis is, bellen we de politie. In de zenuwen gewoon de politie Kennemerland. Niet 112. Want dat nummer is toch alleen voor ongelukken, hartaanvallen en moord? Ik sta stokstijf stil met mijn boodschapjes naast de geforceerde deur.

20 minuten na de eerste melding arriveren eindelijk, na nog een keer bellen, twee jonge agenten. Een kleine en een grote. Onze eerste melding had namelijk geen prioriteit. In de stress en naïviteit waren we vergeten nadrukkelijk te zeggen dat de dief nog in huis zou kunnen zijn. De tip van de telefoniste bij het tweede telefoontje is dat we, als dat het geval is, direct 112 moesten bellen. De inmiddels aangesnelde buurman M. en Raymond checken heldhaftig het huis. Gelukkig is de vogel gevlogen. Ik zag al Opsporing Verzocht-beelden voor me. Van een loser-type met capuchon-op-hoofd-en-mes-in-de-hand. Die ons hard toeschreeuwt en voorbij rent. Ik zet de boodschappen binnen neer.

De twee agenten nemen rustig de boel in ogenschouw. In de eerste 20 minuten hadden we zelf al het een en ander ontdekt. De ijskastdeur stond wagenwijd open. Een blikje bier (nog dicht) stond op de trap. Bizar. Vergeten mee te nemen? En een onbekende jas hangt half over de leuning. Wat een eikel. Vast gedacht dat hij alle tijd had. En in de haast uiteindelijk zijn jas vergeten.

De agenten doorvoelen met blauwe, plastic handschoentjes de jaszakken. Dat zou toch geweldig zijn: een ID-kaart of rijbewijs! Maar nee, niks. Voorzichtig laten ze de jas zakken in een grote, bruine zak. ‘Liever niet aankomen voordat de forensische dienst komt, mevrouw’ ‘Wanneer komt deze dan?’ is onze wedervraag. Ja, daar gaat hij even over bellen. ‘Er is een recente inbraak in Bennebroek. Kan het forensisch onderzoek nog vandaag plaatsvinden?’ Ik voorvoel het antwoord. En het wordt inderdaad pas morgen.

Inmiddels is timmerman A. gearriveerd. Die zo mooi bij ons verbouwde. Hij is er zelfs nog eerder dan de sterke arm. Gelukkig zijn we nog wel zo bij de tijd dat we even wachten met het laten maken van het slot. ‘Als u het slot laat maken is dat uw verantwoordelijkheid’ wordt ons gewichtig medegedeeld. Het bemoeilijkt het ‘forensisch onderzoek’. Dat dus morgen pas plaatsvindt. Slapen met de voordeur open is niet echt een optie. De aardige agenten staan vast niet de hele nacht bij de voordeur. Dus de beslissing is snel genomen. En A. gaat aan de slag. Tussen het repareren door zegt de timmerman:’ er stond hier zojuist wel een rare snuiter onder de boom. Aan het begin van de straat. Zonder jas.’
Ja, dat was de sterke arm net ook al opgevallen. Ze gaan maar eens even kijken. We zijn al een kwartier verder. De rare snuiter is weg. Jammer.

In de stromende regen loopt nu een bierliefhebber zonder jas. Zonder bier. Met onder zijn arm mijn IPad. Eigenlijk die van mijn werk. En onder de andere arm of in zijn broekzak twee horloges van Raymond. Een van zijn overleden broer. Zou de dief weten dat Rob drie jaar geleden overleed? Dat hij pas 51 jaar was? En dat dit het enige tastbare aandenken is dat Raymond heeft van zijn broer? Ik denk het niet.

Na enig zoek-en speurwerk blijkt dat er geld van Julia’s bureau weg is. Max had ook geld liggen op zijn bureau. Maar ‘s ochtends had hij zijn slaapshirt eroverheen gegooid. Dus daar was overheen gekeken. Julia komt direct naar huis. ‘Als ik maar niet mijn pareltjes-armbandje kwijt ben. Dat ik van jou heb gekregen.’ Maar nee, alles is overhoop gehaald in haar kamer, maar het armbandje ligt er. Evenals de met roze placemat bedekte, gloednieuwe laptop. En de Ipad-mini met zijn roze hoesje. Duidelijk overheen gekeken. Godzijdank.

Nu slapen we, in verband met het forensisch onderzoek, een nachtje met alle laatjes van de kasten open. Het blikje bier verplaatsen we ook maar niet. Evenmin als de door de insluiper verplaatste Böse-luidspreker voor de IPod, die toch misschien te zwaar was.

Wel ruim ik de spullen, die op mijn bed gegooid zijn, op. Dat mocht van de agent. Deze noteerde alles in een piepklein notitie-blokje. Zo’n mini-formaatje, dat je vroeger in je school-etui bewaarde. Waar je korte briefjes op schreef in de klas. Of een klein spiekbriefje van maakte. Hij priegelde met een pen in het boekje. ‘Ik schrijf alleen steekwoorden op, mevrouw’ Veel meer dan dat past er ook niet in, denk ik. Morgen heeft hij een vrije dag. Maar overmorgen komt hij de aangifte langsbrengen. Dat is wel lief.

Ik sta, na alle commotie ‘s avonds onder de douche. En opeens bedenk ik me: ‘het gouden ringetje van Cootje!’ Dat zat in een van de opengemaakte doosjes uit mijn nachtkastje. Allemaal waardeloze sieraden en prulletjes. Op dit ringetje na. Het is weg. Julia komt ook verdrietig naar beneden: ‘mam, hij heeft mijn gouden Agnes B. kettinkje meegenomen. Met het hartje. Het kettinkje dat papa had gekocht.’

En zo is het de dief gelukt ons met zijn actie, in krap twee uurtjes midden op de dag, van slag te krijgen. In ons eigen, veilige huis. In onze mooie, stille straat. In het rustige Bennebroek. Bedankt. Loser.

Advertisements

Leave a Reply

Please log in using one of these methods to post your comment:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out / Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out / Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out / Change )

Google+ photo

You are commenting using your Google+ account. Log Out / Change )

Connecting to %s