Een Goede Dood

IMG_4668.JPG
‘Wil je wat thee? Ik heb net speciaal voor je gezet.’ Mijn vader maakt aanstalten om zijn stramme lijf uit de gemakkelijke stoel te manoeuvreren. ‘Dat heb je toch net voor me ingeschonken?’ zeg ik en ik houd mijn kopje omhoog.
‘O ja!’ en hij lacht een beetje, betrapt.

En dat is het moment waarop ik moet erkennen dat hij nu echt oud is. Dingen vergeet. Een tijd lang schoof ik het voor me uit. ‘Wat ziet je vader er nog geweldig goed uit voor zijn leeftijd!’ is het mantra waarmee ik mijzelf zoet hield. En ook hij was altijd trots op zijn sterke gestel, zijn gave gezicht en relatief goede gezondheid. Maar nu hoor en zie ik iets anders.

Voor hem ligt een stapel folders.
‘Die moet jij ook lezen, jullie als kinderen moeten daar van af weten’ zegt hij. Dat eeuwige ‘moeten’, het blijft me ergeren.
‘Ik moet niets’ zeg ik en terwijl ik het zeg heb ik er al spijt van. Laat toch, denk ik bij mijzelf. Het is al 92 jaar zo dat ik wat ‘moet’. Wat kan mij het eigenlijk nog schelen?
‘Ja, dat moet echt’, herhaalt mijn vader. En ik kijk naar het stapeltje folders op tafel.

‘Ik heb ze gisteren allemaal al doorgenomen. Het gaat over euthanasie.’ Ik probeer mijn ongemak te verbergen.
‘Ben je van plan er een einde aan te maken, pa?’ En ook dat is geen goede vraag. Geen leuke grap. Kom op, dat kan toch veel beter?! Maar ik ben niet altijd op mijn best. Ik verzit een beetje op het kleine, witte bankje en ik pak mijn theekop.

‘Ik ga zo’n ketting dragen, want ik wil niet meer gereanimeerd worden.’ zegt mijn oude vader. Zoals hij daar zit, zie ik opeens hoe hij lijkt op mijn opa. De dikke buik, hij houdt zo van chips, een stukje pizza en een lekker taartje op zijn tijd. Het krimpende lichaam. Het zakt in elkaar. Als een harmonica, die je langzaam indrukt, valt alles samen. Spieren worden korter, slapper. De botten weker. Het vel zachter.

‘Maar in Schoterhof, tijdens je revalidatie, wilde je nog wel gereanimeerd worden. Weet je dat nog? Ze vroegen er naar en toen hebben we het besproken.’
‘Nee’, beweert hij stellig ‘daar wilde ik ook al niet gereanimeerd worden.’

Ik houd erover op. Laat toch zitten. Nu wil hij het kennelijk wel. Toen, tijdens de zware revalidatie, nog niet. Ik wil het toch zeker weten nu.

‘Dus, stel dat je je opeens niet goed voelt. Dan bel ik 112. Ze komen hier binnen en dan?’
‘Dan zien ze aan de hanger dat ik ik niet gereanimeerd wil worden.’
‘Dan laten we je gewoon gaan, pa? Dat weet je zeker?’
‘Ja, ik wil niet leven met allerlei slangetjes en buizen en zuurstof.’

Het gesprek loopt ten einde. Ik kijk nog maar eens naar dat stapeltje folders dat ik moet lezen.

‘Hoe gaat het met Julia? Vindt ze het leuk, de introductieweek?’

En het gesprek gaat verder over de kinderen, kennissen, de inbraak in ons huis en de afwijzing door het CJIB op ons bezwaar op de verhoging van zijn verkeersboete. Ik kan mij niet meer erover opwinden. We kregen wel een verschrikkelijke, Kafkaiaanse brief. Formeel. Ambtelijk. Zonder enig begrip. Maar ach, de overheid. Ze doen maar.

In mijn ooghoek zie ik de folders. Hij hijst zijn stijve lichaam uit de stoel en schenkt mij nog een kopje thee in. ‘Hier, eet jij het laatste appeltje?’ Hij schilt iedere middag voor zichzelf en voor mij, als ik er ben, wat fruit.
‘Ik vind het gezellig dat je er bent.’ ‘Ja, natuurlijk’ zeg ik en ik vraag mij af waar mijn opmerking op slaat.
‘Ik vind het ook gezellig’ is een beter antwoord. Maar dat zeg ik niet.

Ik ga ze echt wel lezen, die folders. Maar nu niet. Zondag kom ik weer. Dan lees ik ze.

Advertisements

Leave a Reply

Please log in using one of these methods to post your comment:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out / Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out / Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out / Change )

Google+ photo

You are commenting using your Google+ account. Log Out / Change )

Connecting to %s