Gezichtseinder

IMG_4671.PNG
Het is stil op het station in Hillegom. De wind heeft vrij spel hier, zo middenin de bollenvelden. Bij de bushalte staan twee opgeschoten jongens te ginnegappen. Hun tassen staan naast hen op de stoep. Een man laat zijn hondje uit. Op perron 2 wacht een vrouw. Perron 1 is uitgestorven.

Ik check in bij het OV-poortje. En ik ga zitten op een van de zwarte, staal-draden bankjes in de beschutting van een glazen kap. Een soort dug-out. Het is koud. Ik pak mijn telefoon uit mijn tas en ik zie mijn leesboek: ‘Twee wegen’ van Per Petterson. Een mooi boek. Over twee jeugdvrienden die elkaar na lange tijd weer ontmoeten. Maar ik krijg het niet uit. Voor het slapen gaan kom ik niet verder dan een paar bladzijden. De taal is bloemrijk. De zinnen zijn lang en hebben veel komma’s. Lastig om te lezen als je moe bent. Maar nu is het ochtend. En ik ben fit. Zometeen een klein beetje werken en daarna lekker lezen in de trein.

Op mijn telefoon kijk ik naar de vertrektijd. 9.01 uur. Dat is het nu. De vrouw staat voor mij. Ook zij wacht en ze kijkt over het spoor of de trein eraan komt. Plotseling horen we gekraak en een zachte stem meldt ons dat er een stroomstoring is tussen Haarlem en Leiden. Er rijden stopbussen. We moeten rekening houden met een uur vertraging. Een uur? Om 10.30 uur moet ik in Rotterdam zijn! Ik sta op, leg mijn telefoon in mijn tas en rits mijn tas dicht. Niks werken, niks lezen. Rijden wordt het. En innerlijk woedend maar uiterlijk kalm beklim ik de trap van het station, 1 op, 1 af. Beneden worden net de jongens door hun moeder met de auto opgehaald. ‘Heb je wel uitgecheckt?’ hoor ik haar vragen. O ja, uitchecken! En ik loop terug. Innerlijk woedend, uiterlijk kalm. 1 trap op, 1 trap af, uitchecken. Ik vraag aan de vrouw van perron 2 of ze ook heeft uitgecheckt. ‘Nee, dank je wel! Daar heb ik niet aan gedacht’ en ze knikt me dankbaar toe. En zij checkt uit. Beiden lopen we terug. 1 trap op, 1 trap af.

In de auto zet ik de radio aan. En ik denk aan Per Petterson. Dat boek krijg ik nooit uit. Ik ben kwaad. Ik heb geen zin om dat eind naar Rotterdam te rijden. Het is vast druk.

Maar dat valt mee. Het is niet druk. En uiteindelijk heb ik er vrede mee. Ik rijd naar Rotterdam. En ik luister naar radio 2. NPO radio 2.

Na een flauwe bocht doemt de indrukwekkende hoogbouw op van Rotterdam. Zij hebben hier echt een skyline. Nu zie ik het goed. Indrukwekkend. En mooi. In de stad is het rustig. De Tom-Tom wijst mij feilloos de weg naar het station. Naar een parkeergarage, vlak naast de plaats waar ik heb afgesproken.

Bij het inrijden van de stad valt mijn oog op een park. Water ervoor. Een man, jongen nog, zit in het gras. Zijn benen gekruist. Hij kijkt uit over het water. Een eindje verderop staat een zwarte fiets. Met fietstassen. In het water staat een kleurrijk kunstwerk. Wat is het? Ik strek mijn hals, rijd voorbij, ik denk dat het een badeend is. Maar het heeft oren. Een konijn? Maar ik ben er al voorbij. Jammer.

De afspraak verloopt prima. Een prettig gesprek. Inspirerend. Over waarderend vernieuwen. Over participatie. Verkennen, verlangen en vormgeven. Vol ideeën loop ik het gebouw uit. Met in mijn tas Per Petterson. Geen letter heb ik erin gelezen. Op de hoek van de straat zie ik een hippe tent. Cafe Lebkov & sons. GOOD FOOD. Zwart-wit betegelde muren. Lichte, houten bankjes en tafeltjes. Kleurrijke tijdschriften en veel hippe bezoekers. Ik besluit hier te lunchen. Een vrouw in een rode jas met witte stippen bestelt een sandwich gerookte kip met rucolamayonaise. Zelf neem ik een salade en een cafe latte. Naast mij zit een donkere heer te werken. Ik tel zo, vier nee vijf Mac Books Pro. Lekker tentje. Ik schrijf een gespreksverslagje op mijn Ipad mini. Geleend van Julia, want mijn IPad is gestolen. En daarna pak ik mijn boek. En ik lees. Een hoofdstuk. Een genot, met de lekkere koffie en goede salade.

Leuke stad, Rotterdam.

Op de terugweg zie ik weer de eend met de lange oren. Ik rek me uit om te kijken hoe de straat heet. Op het bordje bij de bushalte, waar ik naast sta, lees ik ‘Vroesenpark’. Goed onthouden, dan zoek ik het thuis op. ‘s Avonds denk ik opeens aan die gekleurde eend met oren in het water in Rotterdam. Maar hoe heette nu ook al weer dat park? Opeens schiet het me te binnen. Vroesenpark. En ja, het kunstwerk is ‘Het Badkonijn’ van de kunstenaars Kwannie Tang en Niels Lakens. Ik wist het. Die oren! Dat kon geen eend zijn.

Een skyline, Twee Wegen, een prettig gesprek en een kleurrijk badkonijn. Het was een mooie ochtend, daar in Rotterdam.

Advertisements

Leave a Reply

Please log in using one of these methods to post your comment:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out / Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out / Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out / Change )

Google+ photo

You are commenting using your Google+ account. Log Out / Change )

Connecting to %s