Verre reizen

IMG_4707.PNG
Voor H., die zo graag reist.

Vroeger droomde hij altijd weg bij de grote atlas die bij zijn ouders in de boekenkast stond. Naast De Grote Winkler Prins en de Medische Encyclopedie stond in de hoge, houten boekenkast de ‘Schoolatlas der Geheele Aarde’ van Bos-Niermeyer.

Wiebelend stond hij op een stoel en voorzichtig pakte hij de zware atlas uit de kast. Mooie, oude, gekleurde kaarten vond hij daarin. Met grappige kleurtjes. Hij wist niet wat de kleurtjes betekenden. Maar mooi was het wel. Of hij bladerde naar de kaart van Nederland. Die had zijn vader hem laten zien: ‘kijk, daar wonen wij!’ Onder de kaart zag hij onbegrijpelijke zwarte, rode en gele blokjes. Daar stond een moeilijk woord boven. Langzaam spellend las hij het woord:
D E L F S T O F F E N. Delf-stoffen. Wat een prachtig woord. Hij kende niet de betekenis. Maar zachtjes herhaalde hij in zichzelf het woord: delfstoffen.
Later verdiepte hij zich in andere landen. Verre landen. Op school vond hij Geschiedenis een prachtig vak. Hij was daar goed in. Wiskunde vond hij moeilijk. Maar daar beet hij zich in vast. Hij moest en zou het begrijpen. Op zijn eindexamen haalde hij een 7. En daar was hij trots op. Het allermooiste vak was en bleef echter Aardrijkskunde. Zijn liefde voor de oude atlas thuis was overgegaan in een grote interesse voor het vak over verre landen, ooit gezien op de oude atlaskaarten. Maar ook klimaten, aardbevingen, gletsjers en de grillige loop van rivieren boeiden hem. Het vak vulde zijn vroege dromen in en kleurden deze.

Later zou hij zelf de landen uit de atlas bezoeken. De landen waarover hij hoorde en leerde. De landen van zijn jeugd. Dat was zijn grote verlangen.

Hij, het serieuze en rustige jongetje, koos voor het vak van landmeter. Daarmee was hij buiten. Bezig met land. Het land van de eerste kaart uit de ‘Schoolatlas der geheele aarde.’ Nederland. De 7 voor wiskunde kwam hem goed van pas. Dat had hij nodig.

Hij genoot van zijn beroep. Het was een mooi, oud beroep. Meer een ambacht eigenlijk. Bijna niemand wist dat. In de Middeleeuwen speelde de landmeter al een belangrijke rol bij het vastleggen van eigendom. Vaak werd het beroep van landmeter gecombineerd met dat van wijnroeier of vestingbouwer. Een wijnroeier mat het peil van de wijn in het vat. Er waren beroemde wijnroeiers: de schilder Meindert Hobbema, de wetenschapper Antoni van Leeuwenhoeck. Het vervulde hem met trots.

Met plezier maakte hij deel uit van een groep collega’s. Hij deed goed en nuttig werk. Hij maakte onderdeel uit van een groter geheel.

In de vakanties trok hij erop uit. Naar de landen waar hij, zo jong al, over had nagedacht. Frankrijk. Spanje. Engeland.

De serieuze landmeter kroop op het werk uit zijn schulp. Eens won hij een prijs. En hij trok daarmee de aandacht van zijn collega’s en zijn meerderen. Aandacht, die tegen zijn bescheiden en rustige karakter inging. Maar toch was het prettig. Zijn zelfvertrouwen groeide van dag tot dag. Het nadenken van vroeger ging over in daden. Overdachte daden. Goed werk. Men luisterde naar zijn denkwerk. Men waardeerde zijn kunst over de grenzen van de tijd heen te kijken. Net zoals hij destijds als klein jongetje over de landsgrenzen probeerde te kijken. Te dromen. Droomde hij nu over de ontwikkelingen die het werk vijf of tien jaar later beïnvloedden. Hij sprak over zijn ideeën. En het viel op.

De reizen in de vakanties gingen verder en verder weg. Naar India. Veel en vaak naar India. Daar raakte zijn hart aan verslingerd. De warmte, de kleuren en geuren. De ontspannen en vriendelijke sfeer in het Zuiden. De prachtige natuur. De lachende mensen. Maar ook het vuil, de armoede en ellende ontgingen hem niet. Wat hem precies trok in dat fascinerende land, echt weten deed hij dat niet. Het was een gevoel.

De rustige man werd een rustige leidinggevende. Van een klein groepje. Van een grotere groep. Van een heel grote groep. Hij ontmoette de voldoening van samen een resultaat bereiken. Maar ook waren er hindernissen te overwinnen. Tegenslagen het hoofd te bieden. Hij maakte zich de ingewikkelde wereld achter de cijfertjes eigen. Hij beet zich erin vast. Net zoals hij zich destijds vastbeet in dat moeilijke Wiskunde. Hij overwon tegenwerking en teleurstellingen. Hij groeide in de begeleiding van ‘zijn mensen.’ Dat vond hij het leukste. Samen met anderen resultaten boeken. Met elkaar de weg bewandelen naar dat resultaat. Iets betekenen voor mensen.

Zijn reishonger stilde hij in steeds langere vakantie-perioden: India, zijn oude liefde, wisselde hij af met intrigerende landen als IJsland. Nieuw-Zeeland.

Het reizen hield hem in balans. Tegenover het intensieve werken stonden intensieve reizen. En nu droomde hij over schrijven. Schrijven over reizen. Niet over de bestemming, maar over de reis. Van de ene naar de andere plek. Aanlopen tegen verrassingen. Nieuwe kleuren, mooie geuren, lieve, eigenaardige, andere mensen.

Morgen maakt hij de nieuwe droom waar. Hij gaat schrijven. Over de gemaakte reizen. Over zijn reis van klein jongetje, turend in een atlas, naar een echte reiziger, die richting geeft aan meer dan 20 medereizigers. Morgen begint hij.

En overmorgen gaat hij echt op reis. Naar een enorm land met andere kleuren en geuren. Grote, hoge gebouwen. Lange, oneindige wegen. Verstilde landschappen in herfstkleuren. Hij hoopt op een ‘Indian Summer’: de tijd waarin de herfstkleuren van de grote bomen in New-England oplichten in de zachtgele najaarszon. Hij reist naar Amerika. En hij vult daarmee weer een stukje uit zijn atlas-dromen van heel lang geleden in.

Namaste, tot ziens!

Advertisements

Leave a Reply

Please log in using one of these methods to post your comment:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out / Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out / Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out / Change )

Google+ photo

You are commenting using your Google+ account. Log Out / Change )

Connecting to %s