Zoek mijn IPhone

IMG_4722.JPG
Vrijdag, precies twee weken geleden werd er bij ons ingebroken. Horloges, sieraden, mijn IPad, geld en de oude IPhone van Max werden gestolen. We hebben niets meer over de inbraak vernomen. Alleen buurtbewoners spreken ons zo nu en dan aan. ‘Wat hoor ik nu? Is er bij jullie ingebroken?!’ En daar ga je weer: ‘ja, twee weken geleden, midden op de dag, sieraden, horloges…’ Etcetera.

Vrijdag, twee weken later. Ik zit aan tafel en controleer of mijn nieuwe IPad en mijn IPhone (die gelukkig niet gestolen is. Deze was mee naar de kapper) te vinden zijn op de app ‘Zoek mijn IPhone.’

Ik zie IPhones oplichten en de IPad-mini van Julia. Verdorie, niet mijn telefoon en de nieuwe IPad van het werk! Ik klooi wat met instellingen en wachtwoorden. Opeens valt mijn oog op de IPhone van Max. Hee, is hij in Schalkwijk? Hij zit toch op school? Ik kijk nog eens goed. Een andere IphonevanMax licht op in Heemstede. Lyceumlaan. Ja, daar is zijn school. Opeens word ik wakker. Zou die Schalkwijkse telefoon de oude, gestolen IPhone van Max zijn? Die uit de bovenste la uit de buffetkast meegenomen is? Ik kan het niet geloven.

Julia komt erbij en samen staren we naar het scherm. Ja, het is duidelijk te zien. Polenstraat in Schalkwijk. Ik tel de schoorstenen. Achtste schoorsteen van rechts. Opeens lijkt het wel of dat ding in het plantsoen voor de huizenrij is.

Julia maakt screenshots en mailt de foto’s door naar mijn inbox. Ik krijg er zweethanden van. Ik voel kwaadheid. Welke klootzak heeft onze spullen gejat? Of geheeld? En ook stomme teleurstelling. Dat de telefoon in Schalkwijk is. De Haarlemse wijk met zo veel flats. Veel medelanders. Maar ook de wijk waar onze kinderen jarenlang naar school gingen. Is het dan toch zo dat ze in Heemstede en Bennebroek van alles komen jatten en in Schalkwijk met onze spullen leven? Onder het motto schijt aan de ‘rijken’!? Maar wij zijn niet rijk. We werken al vanaf ons twintigste, drieëntwintigste. Aan een stuk door. Langzaam hebben we alles opgebouwd. En we kochten met pijn in onze buik veertien jaar geleden dit huis. Het kostte zo veel geld. We lagen er wakker van. Maar het ging. Net. We hebben het verder goed. We doen niks bijzonders. We leven gewoon in ons rijtjeshuis in het rustige, groene straatje.

Nu zie ik onze gejatte telefoon oplichten in de Polenstraat in Schalkwijk. Na 6 minuten aan de telefoon gewacht te hebben bij de politie Kennemerland: ‘een moment geduld, alstublieft. Al onze medewerkers zijn in gesprek’, krijg ik contact. Ik word doorverbonden. Daarna word ik een half uur later teruggebeld. ‘Mijn collega’s komen zo bij u langs in een opvallende auto. Maar ik moet u teleurstellen, mevrouw. Het gaat om een flat en dan is het moeilijk te zien waar de telefoon precies is.’ Ik tuur op het scherm. De telefoon verplaatst zich naar het plantsoen voor het pand. Is hij buiten? Sigaretje roken? ‘Hij is nu buiten, in het plantsoen, denk ik.’ Het is even stil aan de andere kant van de telefoon. ‘Mijn collega’s komen zo bij u.’ ‘Ik kan de foto ook mailen of sms-en’, wil ik nog zeggen. Maar de verbinding is verbroken.

Na meer dan een half uur wachten,- de telefoon is weer terug in het pand aan de Polenstraat,- komen twee aardige agenten binnen. Ook zij turen naar het scherm. ‘We waren er net al langsgereden. Maar ik zie nu dat het aan de andere kant van de weg is’ zegt de vrouwelijke agent. Tja, een Whatsapp met de foto zou toch handig zijn geweest. Ze dralen, twijfelen. En ik krijg te horen dat er in ieder geval een.., ja wat ook weer gedaan wordt? Een moeilijk woord valt, ik begrijp het niet. Het gaat over een soort melding, geloof ik. ‘Als u ziet dat de telefoon zich verplaatst, dan belt u het 0900-nummer. Mijn collega gaat er dan naar toe’ ‘Ik heb zojuist wel meer dan 5 minuten moeten wachten op de verbinding’ zeg ik. ‘Kan ik jou ook direct bellen of sms-en?’ ‘Mijn dienst zit er zo op, mevrouw.’

Ik kijk naar het scherm. ‘Moeten we het de hele middag blijven volgen?’ Ik heb eerlijk gezegd wel wat anders te doen. Die telefoon, ik hoef deze allang niet meer terug. Maar ik ben gewoon kwaad op de gast die met onze spullen rondloopt in de flat in de Polenstraat. ‘Hij is nu weer buiten’, zeg ik. ‘Het lijkt wel of hij op het balkon staat’, zegt de agent. Maar we schieten er niks mee op.

Ik sms de agent toch wat later op zijn telefoon (zijn dienst is over een uur pas afgelopen): ‘de telefoon beweegt zich naar het Bulgarijepad.’ Ik stuur een print-screen mee. Ik sms nog een keer. Ik hoor niks. En ik geef het op.

‘Veel plezier met onze telefoon, jij daar in de Polenstraat in Schalkwijk. Ik wil wel graag mijn gouden ring terug. Met dat blauwe steentje. Het ringetje van Co. En het horloge van mijn man. Van het Spaanse merk Basi. Er zitten mooie herinneringen aan het horloge vast: het was van zijn broer. Hij overleed drie jaar geleden. Je krijgt er vast niet veel geld voor. En voor ons is het meer waard dan wat dan ook.’

‘s Avonds kijk ik nog een keer naar het scherm. Polenstraat, Schalkwijk. Daar is ie. Zo dichtbij, maar o zo ver weg. Frustrerend. Dat is het.

Advertisements

Leave a Reply

Please log in using one of these methods to post your comment:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out / Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out / Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out / Change )

Google+ photo

You are commenting using your Google+ account. Log Out / Change )

Connecting to %s