Nog net even niet

IMG_4793.PNG
Deze herfst
Deze herfst heb ik al eens eerder gezien.
Het eerste rillen van die tak daarginds
komt me bekend voor, die plotse wind
stond hier niet zo lang geleden ook al en zie:
hoe volmaakt valt de regen weer in herhaling.
Naar beneden en altijd raak.

Wat bedoelt u, andere bladeren? Waarom
zijn het dan dezelfde? Hoe springen ze dan
zo geroutineerd uit hun bomen? Waarom
haperen ze niet in hun val?
Ze hebben dit duidelijk al eerder gedaan,
ze kennen hun weg.

Maak mij niets wijs. Niets is ooit nieuw,
en zeker het einde niet.

Uit: ‘Wees gerust, maar niet hier’, 2011, Stijn Vranken.

Het is tien over acht. Maandagavond, 8 september. Buiten wordt het donker. Ik zie het aan binnen. Het schemert opeens. Contouren in de kamer vervagen. Het is pas tien over acht. En opeens besef ik: het wordt winter.

De kaarsen moeten worden gekocht. De verwarming moet aan.
Het dubbele dekbed moet in de hoes en de warme kleren in het zicht gehangen, gelegd.
Er moeten maillots worden gekocht, warme laarzen opgepoetst. Winterjassen, daar moeten we op uit, of voldoet de jas van vorig jaar?

We koesteren ons overdag nog even in de septemberzon, die onverwacht zomers en warm ons gezicht verwarmt. Kruipt de zon achter de wolken, dan is het akelig fris.

Iedereen twijfelt dezer dagen over de kledingkeuze: geen rokjesweer, dat is overdreven en veel te koud, ‘s ochtends op de fiets. Daarbij zijn de haartjes al weer schemerig zichtbaar en niet zorgvuldig verwijderd van de benen.

Waag je je nog wel in een jurk of rok, dan sta je wiebelend van de haast vroeg in de morgen in de badkuip nog gauw met de botte, veel te oude, ladyshave, te klungelen. In de ochtendschemering, zonder bril, is niet goed te zien of ze weg zijn. Op het werk zie je dat dat helaas niet zo is. En je hoopt dat het niemand opvalt. Die hardnekkige haar, links voor op het scheenbeen.

De sandalen, waar je zoveel moeite voor deed juist díe deze zomer te vinden, verdwijnen achter in de kast. Je zomerjurken verhuizen naar bovenin. De nieuwe, zachte, oranje, nauwelijks gedragen nog. De plompe, bont-gevoerde Australische lelijkerds, je zwarte UGGS, schuiven naar voren, evenals je fleece joggingpak. Ooit een koopje bij de Action. Nu je redding in de herfst- en wintertijd.

Je skibroek en warme ski-trui staren je aan, van achterin je kast. Een dikke handschoen valt van de stapel. O ja, jullie gaan gebruikt worden! Wacht nog maar even. In februari mogen jullie een week eruit. Iedere dag in zon en sneeuw. Sportief doen, daar, in de overweldigende, Oostenrijkse Alpen. ‘s Avonds nat en moe, een beetje uitgelubberd, uithangen op een vreemde, dikke radiator, die gloeiheet wordt. Naast de balkondeur, die de vrieskou mondjesmaat de kamer binnen laat stromen. IJle, pure berglucht, zo anders dan de zoute Noordzeemist thuis. Nog een paar maanden, dan is het zo ver.

Eerst nog wat weekjes modderen en twijfelen over t-shirt of trui. Broek of rok. Een paar dagen naar Maastricht. Samen naar de stad van herinnering. Je eerste baan. Je eerste alleen zijn. Limburg, met de glooiende heuvels, waarvan iedereen zegt: ‘het lijkt wel het buitenland.’ Maastricht op zondag, met keurig verzorgde dames en heren. On-Nederlandse kinderen in zondagse kleren met strakke scheidingen en natte, blonde vlechten.

Op het Vrijthof nippen aan koffie, met je vork snijd je een stukje vlaai, prikken en happen, een biertje ‘In den ouden Vogelstruys’. Een kaarsje opsteken in de kleine kapel van de Basiliek van Onze Lieve Vrouwe op dat andere, mooie plein. Het Onze Lieve Vrouweplein.

Een patatje zuurvlees bij Friture-Restaurant Reitz. Waar vroeger de ober met zwart, vet haar de slordig-grote porties frites voor je neerzette op het krappe tafeltje, achterin de zaak. Waar sommigen, vaak een wat dikker stel, gretig, een grote, zwarte pan mosselen aten. En wij dikke frites met lichtzurige mayonaise en zuurvlees. Een streling voor de zintuigen. Reitz.

Eerst dat alles en dan pas regen, wind, blaadjes, herfst, goot schoonmaken, kaarsen aan, boerenkool, kale beuken, kou en de Hollandse gezelligheid. Nu nog net even niet.

Schilderij ‘Herfst’, Leo Gestel (1881-1941). Uit: tentoonstelling ‘Lucht! In de Nederlandse kunst sinds 1850’, De Hallen, Haarlem

Advertisements

Leave a Reply

Please log in using one of these methods to post your comment:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out / Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out / Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out / Change )

Google+ photo

You are commenting using your Google+ account. Log Out / Change )

Connecting to %s