Ziek

IMG_4860.JPG
En toen zaten we opeens in het ziekenhuis. Een mooi, groot gebouw midden in de drooggelegde Haarlemmermeer. Grote glasramen in de corridor waar we doorheen lopen. Een efficiënte, vriendelijke ontvangst door een mooie, bescheiden opgemaakte receptioniste. Mijn kind dat gelukkig eraan dacht haar paspoort mee te nemen. ‘Mijn rijlesleraar heeft nog mijn ID-kaart.’ Oké, goed dat ze eraan denkt. Zonder legitimatie geen ponskaart. Zonder legitimatie geen afspraak. Bij iedere balie vragen ze erom.

Ruime wachtruimten met knusse zitjes. Bloemetje op tafel. Gezellige lampjes erboven. Een dame, gehuld in gele sjaal en hoofddoek zit tegenover mij. Haar man, knielange zomerbroek, zit naast haar. Zijn arm ligt achter haar op de rugleuning van de bank.

Jonge doktoren lopen langs: ‘mevrouw van Heteren, komt u mee?’ Naar welke ruimte worden wij zo geleid? Naar een open zitje in de ruimte? Die zitjes bevinden zich achter geluidwerende, stoffen schermen met gekleurde banen. Groen/ donkergrijs/lichtgrijs. Hip hoor.

Het is 11.05 uur. ‘Met wie heb je eigenlijk een afspraak?’ vraag ik. ‘Dat weet ik niet, een internist.’ Vroeger hoorde je altijd met welke internist je een afspraak had. Nu kennelijk niet. Maar mijn kind regelt het zelf. Dat is goed. Ik ben mee voor de auto-rit. Beter dan de bus. En ik ben mee omdat ik bezorgd ben. Om haar. Om de onverklaarbare vermoeidheid van dit stoere kind. Dat ondanks alles altijd doorgaat, maar langzaam gesloopt wordt door vermoeidheid, infecties, overgeef-aanvallen, hoofdpijn. Ik maak me zorgen. En zij baalt. ‘Al mijn leeftijdgenoten gaan uit, werken, studeren en doen van alles. Ik kan niks’ Het is verdrietig. Zij is verdrietig. En wij zijn bezorgd. Steeds bezorgder.

‘Ik zit hier verdomme al lang te wachten. Ik heb nog wel meer te doen!’ hoor ik in de gedempte ruimte bij de balie. ‘Ik vind dit nul!’ En de rechterduim en wijsvinger van de boze patiente vormen een nul. Het is 11.11 uur. Wij wachten nu ook al een half uur. We waren ruim op tijd. Om 11.00 uur is de afspraak. De internist zonder naam is 11 minuten te laat.

De gehoofddoekte vrouw loopt weg. Met kruk. Zij hoest lelijk. Achter mij hoor ik de vriendelijke begroeting van het echtpaar door de arts.

‘Je kan gewoon werken daar in het ziekenhuis. Ik kan zelf prima het woord doen’, zegt mijn kind. En ik neem mijn iPad mee. En ik werk. Bel. Mail. In die grote ruimte. En ik ben intussen bezorgd.

‘Veel loze ruimte hier’, hoor ik een paar stoelen verderop, terwijl ik net denk: ‘wat is deze ruimte fijn.’ Je zit lekker uit elkaar. Geen gehoest vlak naast je. Zelfs gescheld valt niet echt op. Rust, ruimte en gedemptheid. En waar is die ziekenhuisgeur gebleven? Op onverklaarbare wijze verdwenen.

Een aardige, vrouwelijke internist bevraagt om 11.20 uur mijn kind. Weer de onderzoeken, die ze al eerder onderging, stelt deze jonge arts voor. Routine-onderzoeken. En een foto. Met de winstwaarschuwing dat ‘als dit niets oplevert, er geen verklaring is.’ Als ik vraag naar haar advies hoe met de klachten om te gaan, krijgt het kind te horen wat ze al drie jaar hoort: ‘gewoon doorgaan, ga weer sporten, ga uit, doe wat je moet doen.’ Het kind wordt witter en witter.

We lopen met alle papiertjes van de bloedonderzoeken en de longfoto, wapperend in mijn hand, naar buiten. ‘Dit doe ik niet, niet weer al die onderzoeken!’, roept het kind. ‘Daar komt toch niets uit. Ik had echt goed uitgezocht wat het misschien kan zijn, maar daar luisterde ze niet naar’, zegt ze ontmoedigd. Ik zie diep verdriet. ‘Ik doe juist zo graag alle dingen die zij voorstelt, maar het kan echt niet. Ik wil het wel, maar het lukt niet. Er is echt iets aan de hand. En het is géén stress! Ik word niet serieus genomen.’ En ik denk aan de beperkingen van de wetenschap. We weten veel, maar ook zo droevig weinig. En ik troost en beloof dat we net zo lang doorgaan tot er een oplossing komt.

We kopen een tompoes en een moorkop. En twee aardbeientaartjes. Dan dat maar. Kusje erop en het is over. Helaas, die tijd is voorbij. We gaan nu door met speuren en zoeken tot dit kind zich weer goed voelt. Vrolijk sport, uitgaat, studeert. Leeft! Gewoon. Zoals het hoort.

Eigenlijk mag ik geen vette moorkop. Maar deze smaakt goed. Een beetje zoet na al dat bitters.

Advertisements

Leave a Reply

Please log in using one of these methods to post your comment:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out / Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out / Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out / Change )

Google+ photo

You are commenting using your Google+ account. Log Out / Change )

Connecting to %s