Sleeën op de Cauberg, 1 februari 1942

IMG_4812-0.JPG
IM Ben Sajet (15) , Frits Meijer (12) en Rudi Gottschalk (15)

In het kleine museum ‘Land van Valkenburg’ in de Grotestraat in Valkenburg staat een vriendelijke man achter de kassa. Bril, bruine ogen, smal gezicht. Hij straalt als hij de twee nieuwe bezoekers ontwaart.

‘U heeft een museumjaarkaart?’ zijn gezicht glimt van plezier.
‘Ja, die hebben wij’, zeggen de twee bezoekers braaf en zij tasten ieder in de eigen portemonnee en halen het kaartje tevoorschijn.

Een vrouw van onbestemde leeftijd,-zij kan tussen de 45 en 65 jaar oud zijn-, staat verlegen bij het hoekje van de counter.
‘Wilde gij afrekenen?’ vraagt de vriendelijke heer aan haar.
‘Neuj hè’ antwoordt de vrouw. Ze schudt met haar hoofd van ‘nee’ en verschuilt zich achter haar zwarte, dikke pony. Onwillekeurig schuift ze nog wat naar achteren. De man verblikt noch verbloost. Hij pakt drie foldertjes van de stapel.
‘Ik geef u drie foldertjes. In deze staan diverse aanbiedingen van bezienswaardigheden in de omgeving.’ De bezoekers knikken braaf. Zij komen alleen voor de tentoonstelling ‘Even zo vrolijk is het treurig. Herinneringen aan Joods Valkenburg. Joodse taferelen van Mels Sluyser.’

‘Deze folder is zeer interessant: boven in het museum kunt u de geschiedenis zien van vuur en vuurstenen. Ook is daar een gedeelte ingericht over mergel. U weet, mergel is de steensoort waar tegenwoordig weer zoveel mogelijk mee gebouwd wordt, hier in de omgeving?’ De bezoekers knikken en kijken verlangend naar rechts, achter de man. Daar hangen de schilderijen van Mels Sluyser. Kleurrijk. Marc Chagall-achtige taferelen.

‘Ja, ook de vuurstenen-collectie is bijzonder’ gaat de man door.
‘We weten natuurlijk niet precies hoe oud de stenen zijn, maar u weet, dat moet zo rond de pre-historie geweest zijn.’

De bezoekers ondergaan gelaten de woordenstroom. Zij moeten wachten tot de vriendelijke man klaar is. Omdat hij zo vriendelijk is. Er zijn geen andere bezoekers. Hij heeft alle tijd.

Omstandig legt hij uit hoe naar boven te klimmen.
‘En, op de tweede verdieping is…?’ Hij kijkt vragend naar de verlegen vrouw.
‘Daar is momenteel nog niets, toch?’
‘Neuj hè’ antwoordt de verlegen dame.
‘Nee, daar wordt nu verbouwd’ weet de man opeens.

‘En hier kunt u een kopje koffie drinken uit de automaat. Daar zijn de toiletten.’ De bezoekers zijn moe. Ze drinken inderdaad eerst maar een kopje koffie. En ze bezoeken het toilet.

Eindelijk zien ze de tentoonstelling. Indrukwekkend. Foto’s van huizen in Valkenburg met daaronder de uitleg over de Joodse bewoners. Zij zijn allen weggevoerd. En vermoord. De twee Joodse veehandelaren, de zangeres, de slager, de rabbijn. En ook de twee Joodse jongens, die in 1942 aan het sleeën zijn op de Cauberg. Zij worden opgemerkt door de NSB-er Jozef Smeets. Hij maakt er werk van. De Sicherheitspolizei in Maastricht wordt voor de zekerheid gebeld.
‘Is de Cauberg voor Joden verboden?’ En ja, Maastricht meldt:
‘de Cauberg is voor Joden verboden.’

De heer Smeets, wachtmeester Godert van Renbes en marechaussee Elsenaar nemen poolshoogte. Zij gaan naar de besneeuwde Cauberg. Het is 1 februari 1942 Twintig kinderen zijn aan het sleeën. Zo’n 200 mensen kijken toe. Zij genieten vast van de sneeuwpret en het plezier van de kinderen.

In het rapport van marechaussee Elsenaar staat het volgende:
‘Verder was een persoon aan het sleeën die het uiterlijk had van een Jood. Bij bevraging verklaarde hij Jood te zijn en in mijn opdracht verwijderde hij zich onmiddellijk. Banleider Smeets wees mij daarop nog een persoon aan die volgens hem Jood was. Dit was geen Joods type, doch bij onderzoek bleek mij dat het een Jood was. Ook deze persoon heb ik weggezonden.’ *

De jongens waren waarschijnlijk de 15-jarige Ben Sajet en de 12-jarige Frits Cohen. Het zou ook de 15 jarige Rudi Gottschalk geweest kunnen zijn.

Dit alles zien en lezen de bezoekers van de tentoonstelling. Ook zien zij de schilderijen van kanker-onderzoeker Mels Sluyser, zoon van de bekende radio-commentator en schrijver Meijer Sluyser.
‘Ik ben en blijf een Jood. Graag wil ik laten zien, omdat zovelen er niet meer zijn, wat het Joodse leven betekende en betekent.’ Dat deed Sluyser met kleurige schilderijen.

Sleeënde jongens wegsturen van de besneeuwde Cauberg. In dit vriendelijke en liefelijke landschap. In dit toeristische, kleine stadje. Met deze aardige mensen. Het gebeurde, gebeurt en zal gebeuren. In stadjes, vriendelijke en onvriendelijke. Overal en ergens.

De bezoekers bekijken niet de vuur-en mergelsteen-tentoonstelling. Zij zeggen de vriendelijke heer en verlegen dame gedag.
‘Had ik u deze folder al gegeven?’ Hij houdt de folder met plaatselijke bezienswaardigheden en aanbiedingen omhoog. De bezoekers knikken braaf. En zij fietsen weg.

*Uit: ’42 Joodse Valkenburgers opgepakt en vermoord’, Jan Diederen, 2014

Advertisements

Leave a Reply

Please log in using one of these methods to post your comment:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out / Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out / Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out / Change )

Google+ photo

You are commenting using your Google+ account. Log Out / Change )

Connecting to %s