Denkend aan de dood

image

Insomnia

Denkend aan de dood kan ik niet slapen,
En niet slapend denk ik aan de dood,
En het leven vliedt gelijk het vlood,
En elk zijn is tot niet zijn geschapen.

Hoe onmachtig klinkt het schriel ‘te wapen’,
Waar de levenswil ten strijd mee noodt,
Naast der doodsklaroenen schrille stoot,
Die de grijsaards oproept met de knapen.

Evenals een vrouw, die eens zich gaf,
Baren moet, of ze al dan niet wil baren,
Want het kind is groeiende in haar schoot,

Is elk wezen zwanger van de dood,
En het voorbestemde doel van ‘t paren
Is niet minder dan de wieg het graf.

J.C. Bloem (1887-1966)

Maandagavond zag ik, al zappend, De Wereld Draait Door. Moe word ik van het geratel van Matthijs van Nieuwkerk. Dus vaak zie ik dit programma niet. Nu blijf ik even hangen. Korte wachttijd voor het journaal. Vermaak. Het geratel voor lief nemend.

Als gast schuift René Gude aan, Denker des Vaderlands. Was hij niet ziek? Maar hij ziet er gezond uit, dus ik zal het wel mis hebben. Het is een aardige man. Vriendelijk, bol gezicht. T-shirt met bretels, of zijn het nep-bretels? Gezette mannen met t-shirts en bretels, ze stralen een gezellige gemoedelijkheid uit. Zo ook René.

Het gesprek start met humeurmanagement, een onderwerp dat de filosoof na aan het hart ligt. Hij introduceert in 2013 het ‘belletje’ op tafel bij DWDD, dat men laat rinkelen als gasten of Matthijs zelf te veel klagen en somberen. Grappig, want Rene vertelt dat Nederlanders significant (gemeten door het CPB) minder somber zijn vanaf dit jaar.
Het gevoel ‘met mij gaat het goed, maar met het land gaat het slecht’ is gewijzigd in ‘met mij gaat het goed en met het land ook.’

In de loop van het gesprek hoor ik dat hij kortademiger wordt. En ik hoor wat ik al dacht: René Gude is ernstig ziek. Vrij laconiek vertelt hij dat hij over een paar weken bedlegerig wordt. Over drie maanden is het leven van René Gude waarschijnlijk voorbij. Hij praat er vrij gemakkelijk over. Heeft het over de drie emoties: boosheid, angst en verdriet. De laatste staat René zichzelf toe, deze emotie betitelt hij als ‘zuiver’. De andere twee zijn zinloos. Zinloos is het om boos te zijn en te denken ‘waarom overkomt mij dit?’

En angst, daar wil René ook niet aan. De dood, de eigen dood, daar weet niemand wat van. Je kan geen angst hebben voor iets waarvan je niet weet wat het werkelijk is. Of ja, je kunt wel bang zijn, maar dan ben je bang voor de beelden, die je zelf oproept. En dat is onzin, volgens René. René is niet bang. Niet boos. Maar hij heeft verdriet. En zo nu en dan zie je dat tijdens het gesprek.

Matthijs vuurt gewoon zijn vragen af en dat heeft, gek genoeg, iets geruststellends. Volgens mij vindt de Denker des Vaderlands dat ook prima. Misschien hebben ze het zelfs wel afgesproken. ‘Gewoon doorgaan met vragen, ook al schiet ik soms vol.’

En het verdriet, waar draait dat om? René Gude vertelt dat hij het vooral heel moeilijk vindt het leven te draaien van ‘vooruit’ naar ‘stilstand’. Het leven leef je naar voren: opleiding, werk, ambitie, kinderen, alles is gericht op de toekomst. En nu hoor je dat je ziek bent. Het leven wordt op de handrem gezet. De vertraging en stilstand vindt hij heel lastig. Al doet hij ‘nog best exotische dingen; ik was laatst een paar dagen op Texel!’

Ik denk na over wat ik het meest moeilijk zou vinden. En dat is gemakkelijk. Afscheid nemen van het leven, maar vooral afscheid nemen van degenen die je lief vindt. Lief hebt. Dat is moeilijk. Misschien is het wel zo moeilijk dat Matthijs deze vraag niet stelt. En René deze gedachte niet verwoordt.

In een interview in de NRC zegt René Gude ook iets dat mij treft:

‘Als je weet dat je doodgaat, waarom zou je dan ineens dingen gaan doen die je voorheen nooit hebt gedaan? Mij lijkt het een domme strategie. Dan zou je dus het leven met familie, vrienden en collega’s op het laatst een dreun geven door te zeggen: ik ga nu echt leven.’

En zo is het. Het leven zoals het nu is: een paar dagen samen naar Maastricht en lachen als je verkeerd fietst, per ongeluk met de huurfiets de Cauberg op. Feestelijk uit eten met je bijna-volwassen kinderen en alle vier genieten van een wijn-arrangement. Waar zij dan weer beter tegen kunnen dan jij. Een weekje met je kind naar een warm eiland. Boven op een berg staan en gelukkig zijn in de sneeuw, met de zon op je gezicht en je ski’s in de aanslag voor een prachtige afdaling tussen besneeuwde dennen.

Schrijven in een huis in Normandie, lezen in bed, samen een goede serie kijken, -Downtown Abbey, Homeland, the Legacy-, eten met vrienden en vriendinnen. Het wekelijkse harinkje brengen naar je oude vader. Een symposium organiseren op het werk, een goede notitie schrijven, een mooi overleg bijwonen. Dat is waar het om draait.

Ik ga nog even door. Met leven. En het belletje van René? Ik heb het niet nodig.

Advertisements

2 thoughts on “Denkend aan de dood

  1. Hoi Annelie,

    Ik volg al een poosje je blog. Wat weet je alles treffend te schrijven. Soms tovert een verhaal ( of stukje zoals Carmiggelt ze noemde) een glimlach op mijn gezicht en soms geeft het een moment ter overdenking zoals dit stukje. Knap hoor!
    Groet
    Domien

    Like

Leave a Reply

Please log in using one of these methods to post your comment:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out / Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out / Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out / Change )

Google+ photo

You are commenting using your Google+ account. Log Out / Change )

Connecting to %s