Druk

IMG_4892.JPG
Eer het god’lijk licht

in d’openbaringen

van de kunst

Een volle agenda en drukte, vooral in het hoofd, verlammen de gedachte aan lezen en schrijven. Het lichaam werkt ook niet mee. Verloren hangt het op de bank, koud en vermoeid, de lippen droog en schraal, rode vlekjes op de huid. Kippenvel, ondanks de zachte oktoberwarmte.

Een warmte waaraan niemand in deze tijd van het jaar gewend is, waarbij niemand weet zich adequaat te kleden: broek en jas of t-shirt en blote benen, men weet het niet. Van alles-wat zie je dan ook rijden, fietsen, wandelen, motor- en autorijden. Want het is warm. Misschien de laatste dag voor de kou, de wind, regen. Erop uit, betekent het. Maar dit lijf en dit hoofd kruipen weg in stilte. Geen zin.

Misschien zou het doe-virus helpen. Ik spreek mijzelf toe. En opper een bezoek aan een tentoonstelling in Den-Haag. Tijdens het opperen krijg ik al spijt. Heb ik daar nu wel zin in? Nog één dag en dan begint het regime van de volle agenda en drukke dagen met veel geregel.

Maar wij gaan. Alleen onze vrolijke buurman M. is al op. Hij reinigt zijn spierwitte auto met een hogedrukspuit en roept ons vrolijk toe waar wij zo vroeg naar toe gaan. ‘Cultureel doen’ antwoorden wij wat moeiig en stappen in de auto. Het is zondag, tien uur.

Rijdend door de streek met de kale velden, de witte lucht-met-lichtblauw en de gekleurde blaadjes overal, werkelijk overal. We rijden door de velden waar de kou over een paar weken doorheen trekt en waarlangs de kale takken donker heen-en-weer zullen zwaaien. Maar nu niet. Op deze lentedag in oktober. Alle blaadjes hangen optimistisch geel, groen, rood en bruinig te zijn aan de bomen. Wij rijden door een gordijn van herfstkleuren.

Versnellend vanwege een bus bejaarden trekken we aan een lange, grijze rij voorbij. Kaart in de hand,
€ 3,50 erbij voor de tentoonstelling. Er ontstaat wat verwarring als de Haagse kassier, een donkere man, onverstaanbaar in zijn glazen huisje wat wil van ons.

‘U bent niet te verstaan!’ Hij hangt voorover en overdreven roept hij in zijn microfoon: ‘heeft u € 5,- erbij?’ ‘Nee.’ Zuchtend over zoveel onnozelheid, zoveel domme bezoekers, die de hele dag langs hem trekken, schuift hij het wisselgeld terug. ‘Wacht jij maar’, denk ik. Achter ons schutteren de bejaarden met pasjes, kaarten en munten. Hij kan zijn lol op vandaag.

Het hoofd veert intussen op en het lijf veert mee. Licht en ruimte in dit gebouw. Geel baksteen, grote ramen, de typische Berlage-kenmerken. Een gebouw met kunst voor mensen.

Gekleurde tegeltjes, veel geel, het zwart van de pilaren, in contrast met de witte wanden en flinterdunne radiatoren, het gebouw ademt licht, ruimte en rust. En nu herbergt het de werken van Mark Rothko. Zoon van Joods-Russische immigranten in Amerika. Geboren in 1903. Hij pleegt zelfmoord in 1970.

Er zijn meer liefhebbers van moderne kunst, van Rothko. Het is druk. Achter hoofden, ruggen en oplichtende apparaatjes, die horen bij de verstrekte audio-tours, doemen de werken van Rothko op. Eerst een paar figuratieve. Mooi is het schilderij met de wachtende mensen in de metro. Smal en stil staan zij langs de stangen in de metro-treinstellen. Zij wachten. Waarop? Op een dag, een week met drukte en een volle agenda?

Ik loop door en langzaam verandert het figuratieve schilder-landschap in kleurvlekken. Grillig, grote rode, gele, blauwe vlakken. Zwart. Met de rand glimmend en het oppervlak, ja wel zwart maar zie ik ook grijs, donkergrijs?

Ik denk terug aan mijn eerste kennismaking met moderne kunst. Tijdens een rondleiding in het Stedelijk Museum in Amsterdam. Een jonge, vrolijke student laat ons, drukke scholieren, de collage zien van Matisse en wijst ons op het vrouwenfiguurtje, het kleurgebruik, de compositie. Hij vertelt ons hoe de werken tot stand zijn gekomen van Jackson Pollock en Barnett Newman. We kijken naar ‘Who’s afraid of red, yellow and blue?’ en we denken er opeens iets van te begrijpen.

Ik kijk naar de vlakken van Rothko. Nee, het is geen mystieke noch religieuze ervaring. Maar ontzagwekkende kunst is het wel. Zuigend. Die kleuren. De grootte.

Een beetje verdwaald na het w.c.-bezoek openen we een deur van een andere grote zaal. Niemand. En ook hier hangen mooie werken. Prachtige werken. Bacon met zijn fel-realistische roze mensenvlees, Golden’s potloodstreepje, Mondriaan, zijn stipjes en kleurvlakken. Opeens zie ik een schilderij dat mij treft. Dezelfde kleuren als het metro-schilderij van Rothko. Treffend, dezelfde sfeer en de kleuren…Het verschil zit hem in het lachje,- of is het een opkrullend snorretje?- van deze figuur en de stille, steile figuren van Rothko.

Ik sta er met mijn neus bovenop, hier, in deze zaal met kunstschatten, in alle rust en stilte. Het schilderij is van Picasso. Zouden ze elkaars werk hebben gekend? Het zijn verschillende kunstenaars. De Joods-Russische Amerikaan met zijn depressies, zijn melancholische aard en de flamboyante Spaanse vrouwenliefhebber.

En hier, zie, twee schilderijen die bij elkaar passen als twee puzzelstukjes in de enorme legpuzzel van de moderne kunst en zij hangen niet naast elkaar. Niets hebben zij waarschijnlijk gemeen. Kunsthistorici lachen mij zachtjes uit. Maar het is mijn ontdekking. Ik, die niets weet van kunst. Ik doe een ontdekking.

En weg is de volle agenda, de drukke week. Mijn hoofd, hart en handen weten de weg te vinden naar letters, naar woorden. Rothko en Picasso.

Bij het weggaan passeren we goud-geschilderde woorden, onder een art deco-achtige afbeelding, zomaar boven de trap:

Eer het god’lijk licht

in d’openbaringen

van de kunst.

Yes.

IMG_4900.JPG

Advertisements

Leave a Reply

Please log in using one of these methods to post your comment:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out / Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out / Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out / Change )

Google+ photo

You are commenting using your Google+ account. Log Out / Change )

Connecting to %s