Sonos

IMG_4925.PNG
Als ik binnenkom hoor ik muziek. Mijn vader zit in zijn gemakkelijke stoel bij het raam. Staat de t.v. aan? Nee, hij zal eindelijk het oude hifisetje aan de praat hebben gekregen.

Ik loop de kamer binnen.
‘Hee, hallo!’
‘Dag Puck’. Dat is mijn bijnaam die ik van jongsaf hoor.
‘Draai je een muziekje?’
Trots wijst hij op een futuristisch ogende luidspreker.
‘Gisteren gekocht bij van A.’
‘Zo, dat is mooi!’

Hij pakt de tablet van tafel en laat mij zien dat hij muziek kan draaien via de tablet. Ik staar even naar het beginscherm met de mooie foto van mijn donkere vader met zijn blonde kleindochter.

‘Wat goed, heb je dat zelf geïnstalleerd?’ vraag ik.
Een beetje betrapt, -hoe graag had hij ‘ja’ gezegd-, vertelt hij dat mijn broer hem daarmee heeft geholpen.
‘Ik heb het wel geprobeerd, maar je hoeft maar één knopje verkeerd in te drukken en het mislukt’ zegt hij spijtig.

‘Nou, ik vind het geweldig dat je dit kan en begrijpt, met die tablet. Heb je ook Spotify?’
Zijn dikke vingers drukken iets te hard op het scherm van de tablet. Ik zie al veel vette vingerafdrukken staan op het kwetsbare glas. Ik slik in ‘niet zo hard drukken, pa’ en ik kijk toe hoe hij Spotify vindt.

Mijn dochter, die eerder deze week bij hem was, vertelde thuis dat hij weer gevallen was. Hard op zijn rechterknie. Midden in de Fixet. Ik heb geen idee wat hij daar moest doen. Hij kan nauwelijks lopen, laat staan dat hij enige klus van betekenis kan uitvoeren.

‘Was je gevallen van de week?’ vraag ik.
‘Ja, heel pijnlijk op mijn knie op een betonnen vloer. Ik wist niet dat dat zo’n pijn kon doen. Ik kon niet opstaan. Ze hebben een stoel gezocht en mij daarop gezet. Na een tijdje ging het wel weer. Ik struikelde weer over een mat. Het komt ook door die rotschoenen! Die zijn een halve maat te groot.’

Ik denk aan de steeds onzekerder manier van lopen, de rollator die al ruim een jaar werkeloos in het halletje staat, -‘die heb ik echt niet nodig!’-, en de stok in de hoek van de kamer: ‘die heb ik binnen niet eens nodig. Kijk, ik loop prima!’ Het is grappig en ontroerend tegelijk om te zien hoe hij zijn voeten optilt en aan mij laat zien hoe goed hij loopt.

‘Is het toch een idee om met de rollator te lopen?’
‘Nee, dat helpt niet tegen struikelen over een mat. Kijk, ik draag nu ook goede schoenen. Het gaat prima.’
‘En fysiotherapie? Dan beweeg je twee keer per week en zij kunnen je laten oefenen met goed lopen.’
Ook dat is niet nodig.
‘Ik oefen zelf al iedere dag.’
Ik geef het op. Volgende week maar weer de balletjes van de rollator en de fysiotherapie opgooien.

‘De intercom doet het trouwens niet’ en ik haast mij naar beneden om te kijken wat er aan de hand is. Ik schuif aan een knopje. ‘Hoor je mij nu?’ schreeuw ik in het vierkantje beneden.
‘Ja, ik hoor je. Hoe kan dat nou? Gisteren deed hij het niet.’

We spelen nog wat met de muziek en de tablet en dan moet ik weer naar huis.

‘Dinsdag kan ik niet komen’, kondig ik alvast aan. ‘O dat geeft niet. Ik vind het altijd leuk als je komt, maar het maakt niet uit.’ Teleurstelling klinkt toch een beetje door en ik baal ervan. Ik kijk in mijn agenda, maar nee, dinsdag gaat een bezoekje niet lukken.
‘Ik bel je in ieder geval nog even op van de week.’
‘Ja, dat is goed.’

Ik ga weer naar huis. De 92-jarige met de paarsblauwe knie en zijn nieuwe, witte Sonos achterlatend. Hoe geweldig is het dat hij nog iets nieuws koopt, volledig digitaal en hij begrijpt hoe het werkt. Daar past geen rollator bij. Nog niet. Ooit misschien. Maar nu niet.

Advertisements

Leave a Reply

Please log in using one of these methods to post your comment:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out / Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out / Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out / Change )

Google+ photo

You are commenting using your Google+ account. Log Out / Change )

Connecting to %s