Glad ijs

IMG_5132.JPG
πάντα ῥεῖ καὶ οὐδὲν μένει
‘Alles stroomt en niets blijft hetzelfde’
(Heraclitus, 540-480 v. Chr.)

Een paar jaar geleden begaf ik mij nog graag op glad ijs. Het ijs van de ijsbaan in Haarlem, waar ik begon op de geweldige uitvinding: combinoren. Noren, waarmee je lekker hard kan schaatsen en die toch zo stevig om je voeten zitten als kunstschaatsen. Het was mij tot mijn grote verdriet vroeger nooit gelukt goed te schaatsen op noren,- en op die nuffige, witte kunstschaatsen van mijn moeder wilde ik niet schaatsen,- maar nu zwierde ik moeiteloos over het gladde ijs van de ijsbaan. Het ging zo goed dat ik zelfs, wat jaartjes en schaatslessen later, op op klapnoren durfde te schaatsen.

Echter, dat duurde niet lang. Ik ontwikkelde een tussen-de-oren-angst voor ijs. De aanleiding was een vroege-ochtendtocht naar dat deel van de Oostenrijkse Weissensee waar we de duurtocht van de schaatsvakantie zouden rijden. Schaatsend over donker ijs, vol scheuren en gaten, werd ik banger en banger, terwijl ik mijn kinderen, vrolijk van mij wegschaatsend, over alle scheuren in de verte zag verdwijnen. Nee, daarna werd het nooit meer wat. En drie jaar geleden hing ik mijn klapnoren aan de wilgen.

En nu begeef ik mij toch weer op glad ijs. Het Zwarte Pieten-ijs. Dat ijs is zo glad geworden dat sommige columnisten, zoals bijvoorbeeld de zich zeer frank en vrij uitsprekende Sylvia Witteman, zich op de vlakte houden. Wat is dat toch? Het kinderfeest dat plotseling voor- en tegenstanders kent. Een feest dat heftige discussies, onbegrip, Pietieties en zelfs doodsbedreigingen met zich meebrengt.

Bespottelijk is het. Zeker als je denkt aan de warme zomer waar we uit komen. De zomer van de vliegramp, de onrust in de Oekraïne en als toetje in het najaar de Ebola-crisis. Het verdriet van Nederland zwaait moeiteloos om naar discussies over het Sinterklaasfeest. Het Sinterklaasjournaal trok de afgelopen week meer kijkers dan het NOS-journaal. De Pietencrisis culmineerde bij de intocht in opstootjes. Hoe armzalig.

Het standpunt van de tegenstanders is helder, zij vinden Zwarte Piet een symbool van racisme: een zwarte knecht van een witte man, die op de daken loopt (moet lopen), een pakje aflevert (moet afleveren) en door de schoorsteen kruipt (moet kruipen) om een wortel voor het (witte! Met zwarte plekjes…) paard van de (witte) Sint uit schoenen te halen van (hè, gelukkig dat wel) witte, (licht-) bruine én zwarte kinderen. Door dat klimmen in en uit die schoorsteen wordt hij ‘zwart als roet.’ Wel raar, want voordat hij door die smerige schoorsteen klimt is hij ook al zwart. Misschien wast Piet zich 3/4 jaar niet? Wat dan wel weer heel dom en vies is.

En de voorstanders? Dat zijn (witte) ouders met kleine en grote kinderen, maar ook pubers (waaronder die van mij), die het gezeur van de Sunny Bergmans cum suis beu zijn. ‘Wat een onzin, Piet is geen symbool van racisme’ zeggen zij. Zij bedoelen te zeggen: ‘wij zijn geen racisten.’ Dat laatste is (hopelijk) waar, maar wat als een aantal mensen Zwarte Piet wel vervelend vindt omdat zij zelf worden aangezien voor een (domme) Piet?

Als ouder voel je je zeer gegeneerd als je kind in volle tram of bus met zijn mollige kindervingertje wijst en brabbelt; ‘kijk, Zwarte Piet!’ Geheel onschuldig, maar wel vervelend. Hoe gemakkelijk is het verlost te zijn van dit soort gêne? Hoe erg is het als onze (klein-) kinderen het feestje vieren met vrolijk gekleurde, roetige, witte, bloemen- of stroopwafel-Pieten?

Laten we de traditie van Sinterklaas vooral in stand houden: ik zie nu al veel cadeautjes die ik mijn kleinkinderen zou willen geven op 5 december. Ik wil met hen naar de intocht, waarbij we bevriezen van de kou, maar blij en warm worden van de goedgelovige en lieve kinderglimlachjes. Ik wil ze hun piepkleine schoentjes laten neerzetten bij onze,- eh, ja oma en opa hebben geen haard,- centrale verwarming. En ik zing met alle liefde de liedjes samen met hen.

Er is geen kind over tien, twintig jaar dat zeurt over een groene Piet die hem of haar de cadeautjes geeft. Als er maar cadeautjes zijn!

Enne o ja, het was niet echt cool, dat schaatsen op combinoren, maar uiteindelijk: het wende. Ik zwierde mooi hard de ijsbaan rond en rond…En in mijn hoogtijdagen op de combi’s schaatste ik 65 kilometer op de Oostenrijkse Weissensee. Dat was nooit gelukt op die enkelverzwikkende noren van vroeger of op die duffe, witte kunstschaatsen van mijn moeder.

Time changes.

Advertisements

Leave a Reply

Please log in using one of these methods to post your comment:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out / Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out / Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out / Change )

Google+ photo

You are commenting using your Google+ account. Log Out / Change )

Connecting to %s