Haatcampagne

IMG_5136.JPG
Dinsdag stond in het teken van mijn vader. Eerst het nieuws over de veranderende huishoudelijke hulp. Gelukkig blijft iemand bij hem schoonmaken, één keer per week. De drie uur worden twee uur.
‘Meer heb ik ook niet nodig’ zegt mijn vader tegen de vriendelijke dame van de zorg-organisatie.
Het blijkt dat de huishoudelijke hulp eigenlijk een heleboel dingen niet mag doen, die de vorige hulp,- waar mijn vader zeer op gesteld was, maar die inmiddels ontslagen is,- wel deed. Helpen met boeken uit de kast halen, een keukenkastje uitruimen, de ijskast schoonmaken.
‘O, dan heb ik helemáál geen drie uur meer nodig’ zegt mijn vader.

Het wordt een marathon-dagje vaderzorg. ‘s Middags ga ik met hem naar het van der Valkhotel in Haarlem voor een vaccinatie tegen longontsteking. Vier jaar geleden was hij door zijn huisarts gevraagd mee te doen aan een langdurig onderzoek naar het voorkomen van longontsteking onder ouderen.
‘Vier jaar! Man, dan leef ik vast niet meer!’ had mijn vader destijds tegen zijn huisarts gezegd, maar zie: hij leeft nog. Hij kreeg echter destijds een placebo en nu mag hij terugkomen voor een ‘echte’ prik. Omdat hij al eens eerder bij dit hotel was en daar drie levensgevaarlijke buitentrappen had bestegen, (‘er is daar geen lift!’) ga ik mee.

‘Ik kan er best zelf heen’ zegt mijn vader een paar weken geleden. Maar vandaag zegt hij wel drie keer: ‘fijn dat je mee kan.’ Ik vind het ook fijn. Geen probleem.

In het grijze gehaktballenweer komen wij aan bij het droevig stemmende van der Valkhotel in Haarlem. Wat een naargeestige locatie. Niet echt een hotel waarvan je denkt: ‘laten we daar eens gezellig logeren.’ Grijs, grauw beton, temidden van heel veel ander grijs en grauw beton. Zo’n lelijke, grote vogel kijkt vanaf het dak op ons neer.

Ik zet mijn vader af voor de deur en ik loop met hem naar binnen. Hij maakt bijna een doodsmak over het kleed dat bij de ingang ligt. Dat is de zoveelste keer dat hij over zo’n mat struikelt. Maar het loopt goed af. Hij maakt een hupje en ik grijp hem vast. ‘Ga hier maar even zitten’ en ik wijs op een volkomen misplaatste troon in de naargeestige hal. Ik zet snel de auto weg en ga terug. Nee, hij is niet gaan zitten, maar scharrelt rond in de hal, gelukkig ver bij de mat vandaan.

‘Hier is de lift, pa’ want natuurlijk is er een lift. We komen aan bij de etage van de vaccinatie en moeten even wachten in een andere naargeestige hal. Dit keer één met gebloemde vloerbedekking en,- keurig,- een tafel met koffie, thee en witte mokken voor de wachtenden. Ik probeer zo weinig mogelijk om mij heen te kijken, maar mijn vader maakt direct contact met twee ouderen aan onze tafel: grappig, mijn verlegen vader die dat wel gewoon doet. Een praatje maken met wildvreemden.

Een keurige jongeman haalt het inmiddels tot zo’n acht personen uitgegroeide groepje op en leidt deze naar een naargeestig zaaltje. ‘Je zou toch alleen een prik krijgen?’ vraag ik mijn vader.’ Ja’ zegt hij ‘ik weet ook niet wat dit is.’ We lopen gedwee achter de jongeman aan. We krijgen een presentatie over de pneumokokken-vaccinatie. De keurige jongeman is arts. Ik maak een foto van mijn vader, daar aan tafel, want ik ruik een leuk stukje.

Naast mij zit een vrouw van ongeveer 70 jaar. Een dikke, rode fleece-trui en een spijkerbroek om haar enorme dikke billen en dijen. Een notitieboekje en een pen in de aanslag. Zij kijkt streng door haar bril heen naar de keurige arts. Deze mevrouw heeft duidelijk de vaccinatie-brief goed gelezen, zij is voorbereid en heeft, zo te zien uit mijn linkerooghoek, ook enkele vragen opgeschreven. ‘Hè nee dit kan wel eens heel lang gaan duren’ denk ik. Maar het valt mee. De keurige jongeman legt alles snel en helder uit. Hij pareert vaardig de vragen van de fleece-trui met ‘dat is een brede vraag, die u daar stelt’ en ‘dit lijkt me een discussie voor een ander moment,’ Geweldig, ik ga deze zinnen onthouden! Hoe serveer je snel en beleefd mensen af, echt knap.

We strompelen met ons allen door een naargeestige gang, met de keurige jongen voorop, naar een andere naargeestige ruimte. Er zijn, met grijze verplaatsbare wanden, provisorisch hokjes gecreëerd en een vrolijke, Surinaamse verpleegkundige vraagt mijn vader om bij haar te komen voor de prik. Ondanks zijn 92 jaar en zijn stok is hij als eerste aan de beurt. De anderen zijn nog langzamer dan hij. Ik zie dat de rode fleece-trui met een ski-stok loopt, een andere keurige dame loopt met twee krukken. Allen zijn ze een stuk jonger dan mijn vader. Een stiekem ben ik wel een beetje trots op mijn oude knar: is hij toch mooi als eerste aan de beurt!

Ik droom een beetje weg als opeens de keurige jongeman bij mij komt staan.
‘Mag ik u vragen waarom u een foto nam, zojuist?’
Ik antwoord, een tikje verbouwereerd, dat ik deze misschien gebruik voor een blog, waarin ik verhaaltjes schrijf, onder andere over mijn vader.

‘Ik heb toch liever dat u dat even vooraf vraagt. Ik houd er niet van dat er zomaar foto’s worden gemaakt.’ Vooraf vragen of ik een foto mag maken van mijn vader voor een onschuldig verhaaltje?
Ja, en nu word ik kriegel: ‘ik kan hem zo verwijderen, als je dat wil. Ik heb er niets kwaads mee in de zin.’ ‘En toch had ik liever gehad dat u het vooraf vroeg.’ ‘Nou, mijn excuses’ mompel ik, hij houdt anders niet op met zaniken. Ik meen er niks van en ik denk intussen dat de keurige jongeman van mij in de s….. mag zakken. Wat een eikel. Hij gaat nog even verder. ‘Ik heb heel nare ervaringen met het op internet gooien van informatie. Een haatcampagne tegen Pfizer, dat is bijvoorbeeld wel eens gebeurd.’ Ik kijk hem sprakeloos aan. Haatcampagne? Tegen Pfizer? Man, ik neem gewoon een foto van mijn vader waar jij en je hele Pfizer niet eens goed op te zien zijn! En als ik een haatcampagne wil starten, kan ik dat ook doen zonder foto. Ik ga er maar eens over nadenken. Over zo’n haatcampagne.

Mijn vader krijgt niets mee van dit gesprek en stapt monter op mij af. ‘Zullen wij gaan?’ ‘Ja, we gaan’, zeg ik en we lopen het naargeestige gebouw met de naargeestige vloerbedekking uit.

In de auto denk ik na over de paranoia van de medicijnfabrikant en de jonge arts, die zo bang is voor haatcampagnes. Je zou er toch wat van gaan denken. Wat voeren ze daar in hun schild bij Pfizer, met die pneumokokkenvaccinatie? Ze verdienen daar natuurlijk op enig moment heel veel geld mee, aan al die oudjes die alsmaar ouder worden en geen longontsteking willen oplopen. Misschien wordt hun medicijn wel opgenomen in één of ander landelijk vaccinatie-programma voor ouderen. Al deze gedachten had ik niet gehad als de keurige jongeman mij niet had aangesproken. Ze lokken het gewoon zelf uit. Zo’n haatcampagne.

Bij mijn vader thuis drink ik nog een kopje thee. Ik loop naar de ijskast en haal er een chocolaatje uit. De ijskast ziet er piekfijn uit. Volgend jaar maak ik hem schoon. Het is nu nog niet nodig.

Advertisements

2 thoughts on “Haatcampagne

  1. Hoi Annelie, leuk stukje!
    Mijn neefje Marc (jouw buurman ;-)), had me geattendeerd op je blog. Nu lees ik je publicaties regelmatig met veel plezier!
    Groetjes en wellicht tot ziens bij de volgende Bijlsma verjaardag,
    Marion

    Like

Leave a Reply

Please log in using one of these methods to post your comment:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out / Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out / Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out / Change )

Google+ photo

You are commenting using your Google+ account. Log Out / Change )

Connecting to %s