Toppie

IMG_5156.JPG
Vrijdag, laat in de middag, het wordt snel donker buiten. Ik sluit de gordijnen. Er is niemand thuis en ik trakteer mij, na een lange werkweek, op een film die ik een tijdje geleden kocht maar nog niet keek. Ida. Na een half uur verantwoorde zwart-wit beelden, drijven mijn gedachten weg van de Pools-Joodse non en haar wereldse tante.

Ik denk aan tussen-de-middag. Aan kapper C., bij wie ik voor mijn gevoel steeds vaker kom. Voor het verven van mijn grijze haren. In het midden, op de scheiding, verschijnt een zilverwitte baan. Als ik mijn haar van voor naar achteren strijk glinstert het grijs mij tegemoet. De tussenpozen donkerbruin-grijs worden korter en korter.

Het is geen straf naar kapper C. te gaan. C. opende zo’n vijf jaar geleden, als net-gescheiden, vrouw van zo’n jaar of 50 deze dorpszaak in Bennebroek. Ze verfde de muren grijs en roze-rood en ze bracht een hart in het midden van de muur aan met een Libelle-achtige tekst erin geschreven. Iets Engels, over liefde en geluk. Elke keer vergeet ik weer wat er precies staat. C. kleedde de zaak gezellig aan, breidde twee jaar geleden uit met een nagelsalon en is mijns inziens een echte ondernemer. Een zakenvrouw. C. is daarbij altijd opgewekt en positief. Haar nieuwe stopwoordje is ‘toppie!’

De zaak bloeit. C. nam een paar leuke, struise meiden aan die heerlijk je haar wassen en lief je haar kleuren. Ze vragen: ‘wat wilt u drinken?’ en op het schoteltje naast de thee ligt een pepernootje of chocolaatje.

Altijd lees ik bij C. een vrouwenblad als Margriet of Libelle. Ik red het net om tijdens het intrekken van de verf één blad te lezen. Ik lees hoe gelukkig Isa Hoes is en hoe trots ze is op haar (goed verkopende) boek. O nee, ze is eigenlijk nooit trots op iets wat ze doet. Ook goed.

Ik lees hoe ene Annemarieke zo lang mogelijk de kanker bestrijdt omdat ze bij haar 7-jarige dochter wil blijven. Ik lees ingezonden brieven van lezeressen over kinderen en kleinkinderen. Mode: warme vesten, zachte truien in ‘alle mogelijke grijstinten.’

Na het kleuren, wachten, lezen en wassen knipt C. mijn haar. We kennen elkaar al vijf jaar. En de kapper weet alles. ‘Hoe was je vakantie, Annelie?’ Ja, die was leuk alhoewel deze week zo hectisch was dat de warme zon van Lanzarote ver naar achteren gedrongen is in hoofd en hart. C. vindt het ‘toppie’ dat de vakantie goed en geslaagd was.

‘Hoe is het met je arm?’ C. vertelde mij vijf weken geleden over de hevige pijn in haar schouder. Het blijkt een peesontsteking te zijn. ‘Ik moet naar de sportfysio en ik krijg ontstekingsremmers.’ Zo weten C. en ik veel van elkaar. Dit jaar hertrouwde C. met haar ‘mannetje’, dat ze leerde kennen via internet. Beiden houden ze van duiken. Ze trouwden op de Antillen. Kochten een huis samen in de Bollenstreek. En zijn gelukkig.

‘Hoe is het met je vader?’
‘Hoe gaat het met je moeder?’
Al knippend nemen we de tussenliggende weken door. De schaar hapert een beetje zodra het gaat over C.’s 23-jarige dochter. Deze dochter heeft al zo’n zes jaar lang geen contact met haar moeder. Dat is C.’s grote verdriet. C.’s moeder werd de afgelopen week 86 en oma wil graag geld aan haar kleindochter overmaken. Oma ziet haar kleindochter nooit en begrijpt er niets van. C. snapt het zelf ook niet. ‘Ze heeft met niemand contact, niet met haar vader, niet met haar broers, met mij niet..’ De schaar hangt in de lucht. Ik begrijp het verdriet.

C. weet dat ik jarenlang mijn moeder niet zag. ‘Probeer het zelf leuk te hebben en te houden, C.’, zeg ik onmachtig en ik hoor hoe cliché het klinkt. ‘Het doet me veel verdriet, Annelie, ik vind het moeilijk.’ C.’s ogen staan diep en donker in haar gezicht. Ze start weer met knippen. Even is het allemaal niet meer zo positief en vrolijk bij kapper C.

En hoe gek, maar opeens schiet mij een scène te binnen van de meer dan indrukwekkende film van Claude Lanzmann over de Holocaust, Shoah. Kapper Abe, die van Claude moet vertellen hoe hij zijn Joodse dorpsgenoten, vrouwen en meisjes, knipt vlak voor zij in de gaskamers van Auschwitz verdwijnen. ‘Abe, weet jij waar we zijn?’ ‘Abe, wat gebeurt hier?’

Abe knipt en knipt tijdens het interview in Tel Aviv en vertelt met moeite over dit grote, niet te begrijpen verdriet. Hoe hij de vrouwen, met wie hij een vertrouwensband had, alleen maar kon bijstaan door hun haren niet al te kort te knippen voordat zij hun dood tegemoet traden. Ook de schaar van Abe hangt vaak in de lucht. ‘Je moet het vertellen, Abe’ dwingt Lanzmann het verhaal af. Nooit ben ik die scène vergeten. Het zal komen door de film over de Poolse Ida en de haperende schaar van C. dat ik hieraan denk.

C. houdt, zoals een echte kapper betaamt, de spiegel achter mijn hoofd. ‘Netjes weer, hè Annelie?’ En ja, het is netjes. Thuis de haartjes in mijn nek afspoelen en we kunnen er opnieuw een tijdje tegen.

Over vijf weken zien we elkaar weer, kapper C. en ik. Toppie.

Advertisements

Leave a Reply

Please log in using one of these methods to post your comment:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out / Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out / Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out / Change )

Google+ photo

You are commenting using your Google+ account. Log Out / Change )

Connecting to %s