Zwakstroom

IMG_5163.JPG
‘Er gebeurde gisteren zoiets raars. Ik wilde de frituurpan schoonmaken. Het vet moest ik verwarmen. Ik liep weg. Even later kwam ik terug en al het hete vet was over het aanrecht gestroomd. Ik was een halve rol Edet kwijt om het schoon te krijgen.’

‘Hoe kan dat nou? Zat er misschien teveel vet in?’

Mijn vader kijkt mij trouwhartig aan.
‘Nee, hij was voor minder dan de helft gevuld.’

‘Ik zou de pan wegdoen pa. Wat kost dat nou? Een nieuwe? Trouwens, je kan misschien ook ovenhapjes kopen, dat is minder vet en misschien wel net zo lekker.’

Mijn vader houdt van lekker eten. Net als ik. Net als zijn kleindochter. Net als zijn moeder, mijn oma. Mijn oma’s hang naar lekker eten, in combinatie met niet bewegen, zorgde ervoor dat zij dikker en dikker werd. Zij groeide als het ware vast in haar grote, zware leunstoel. Aan de zijkant van de stoel, onder de leuningen door, popte haar lichaam tevoorschijn. Oma’s zwaarlijvigheid werd uiteindelijk haar ondergang. Oma brak haar heup en belandde in een droevig verpleeghuis in Haarlem.

Droevig, vooral vanwege haar angstige en afwerende blik als een oude, dementerende mannelijke etagegenoot mijn oma over haar zilverwitte haar kwam strijken. Daar was oma niet van gediend, maar de oude heer liet zich nergens door afschrikken en kwam telkens weer tevoorschijn.

Nog zie ik de wanhopige en vernederde blik van mijn ooit zo mooie en trotse oma in haar grote, bruine ogen. Een nare herinnering. Graag vergeet ik deze. De hulpeloosheid en uitzichtloosheid (‘wanneer kan ik naar huis?’ ‘Nee dat kan zeker nog niet, u zult eerst volledig moeten herstellen’) deden oma uiteindelijk in bed belanden. Daar wilde zij niet meer uitkomen. En langzaam doofde oma uit. Eenzaam, zwaarlijvig, met een ontstoken wond van de heupoperatie, die nooit meer heelde.

Mijn vader houdt van lekker eten. En ook hij brak ook zijn heup. Maar zijn levensvlam brandt nog zeer krachtig en zo zwaar als zijn moeder is hij niet. In het revalidatiecentrum gaat hij wel aardig haar kant op. Alle voor- en nagerechtjes, – ‘vanavond kregen wij lekker ijs met aardbeien en slagroom, heerlijk!’,- eet hij met graagte op. Alle schaaltjes gaan schoon op. En hij krijgt wel fysiotherapie, maar die moeizaam uitgevoerde bewegingsoefeningen wegen niet op tegen alle toetjes, koekjes en lekkere hapjes. Hij wordt dikker en dikker.

Nu hij weer op zichzelf woont, gaat het beter. Ondanks zijn haperende been en slechte lopen, staat hij om de klip-klap op om wat te pakken of te regelen. Dat is goed. Ondanks dat het soms maar net goed gaat bij de hoek van de tafel, de scheefstaande stoel of de kartonnen doos, midden in de kamer, waarin hij afgedankte spullen bewaart. ‘Morgen bel ik de Vintage Store, zij willen deze spullen heel graag hebben.’ Want weggooien, nee, mijn vader gooit niets weg.

Het liefste repareert hij de overlopende frituurpan. Echter, al zijn klusspullen staan in de berging. Geen tijd, geen ruimte en misschien beseft hij wel, diep in zijn hart, dat hij daar niet meer aan moet beginnen.

Laatst wilde hij ook zijn electrische deken ‘repareren’: ‘kijk, dit is zwakstroom en als ik het omhulsel open krijg hoef ik alleen maar…’

‘Nou pa, doe dat maar niet! Wat kost dat nou, een electrische deken? Koop alsjeblieft een nieuwe anders sta je misschien binnenkort met deken en al in de fik!’
Soms moet je duidelijk zijn.

‘Wat ruikt het hier trouwens lekker!’ merk ik op. Trots tilt hij het zwarte deksel van een hapjespan op. Op het aanrecht staan vier plastic bakjes: ‘ik heb lekker paella gemaakt. En dat bewaar ik in deze bakjes, ik kan er wel vier dagen van eten!’

‘Maar vanavond eet je toch bij Bart?’
‘Ja, heerlijk, hij haalt, ja hoe heet het ook al weer? Je kan ze helemaal afkluiven. En je kan er patat of rijst bij bestellen.’
Mijn vader fronst zijn voorhoofd. En ik raad: ‘spareribs?’
‘Ja, spareribs, die zijn heerlijk mals, de spareribs die je broer haalt!’

Ik denk aan de vier bakjes paella met bederfelijke garnalen. ‘Waar bewaar je eigenlijk de paella, in de ijskast of in de vriezer?’
‘In de vriezer.’
Gelukkig.

Hij is nog niet verbrand door overkokende olie, staat niet in de fik door een ‘gerepareerde’ elektrische deken en, als hij die bakjes echt in de vriezer doet, is de kans op een serieuze voedselvergiftiging klein.

Mijn vader loopt terug van de keuken naar zijn gemakkelijke stoel in de kamer. Hij stoot hard zijn been aan de hoek van de veel te grote salontafel, maar hij geeft geen krimp.

‘Eet smakelijk zometeen bij Bart! En tot dinsdag hè ?’

‘Ja, dag! Leuk dat je er was. Tot dinsdag! O ja, dat vergat ik je nog te zeggen: alle douchehulp zeg ik af tijdens de feestdagen hoor! Dat is niet nodig!’

Ik zucht en slik in dat ik dat jammer vind. De douchehulp is ook onze controle drie dagen in de week. Controle op niet gevallen zijn, niet verbrand noch vergiftigd zijn.

Ach, we bellen maar een paar keer extra tussen Kerst en Oud en Nieuw.

‘Dag Puck! Groetjes thuis hè?’

Advertisements

Leave a Reply

Please log in using one of these methods to post your comment:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out / Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out / Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out / Change )

Google+ photo

You are commenting using your Google+ account. Log Out / Change )

Connecting to %s