Lot uit de loterij

IMG_5189.PNG
In de gang met de vele deuren ruikt het naar stoofpeertjes. Stoofpeertjes met gehakt om precies te zijn. ‘Ha, dat ga ik ook weer eens maken’, denk ik bij mezelf. Wat een heerlijke geur.

Ik draai de sleutel om in het slot van mijn vaders flat. Hij weet dat ik kom, ik bel hem altijd van te voren op.
‘Ben je thuis?’, stel ik de immer-overbodige vraag.
‘Ja’, luidt steevast het antwoord.
‘Dan kom ik even bij je langs voor een kopje thee, komt het uit?’
‘Ja, gezellig’, zegt mijn vader.

In de flat van mijn vader ruikt het naar vis. Kibbeling. ‘Hallo, ik ben er!’ roep ik luid. Ik wil hem niet laten schrikken.
Mijn vader zet thee in de keuken. Hij draagt een mooi bordeaux-rood overhemd, een afzakkende bruine broek. ‘Het ruikt lekker hier, eet je vis?’
‘Vis?!’ zegt mijn vader, ‘welnee het ruikt hier helemaal niet naar vis!’
Ik steek mijn neus nogmaals in de lucht. Het is geen doordringende lucht maar het ruikt ontegenzeggelijk naar vis.

Ik til brutaalweg de deksels op van twee pannetjes, die al klaar staan op het fornuis. In het eerste zit, ja, wat is het? Een soort gestold vet met iets ondefinieerbaars erin. In het tweede pannetje zie ik…een visje! ‘Hé, dan ruik ik het toch goed!’ , zeg ik triomfantelijk.
‘Dat kan je niet ruiken’, houdt mijn vader vol,’ ik heb het gisteren al klaargemaakt.’

Ik heb geen zin in discussies over het wel of niet ruiken naar vis. En ik schakel over naar wat anders.
‘Ik neem de thee wel mee!’
‘Wat wou ik ook al weer doen?’
Mijn vader scharrelt nog steeds rond bij het aanrecht en draait zich om.
‘O ja, melk in mijn koffie.’
Ik neem mijn theekopje mee. Op tafel staat een geschild appeltje klaar.
‘Het was een joekel van een appel’, vertelt mijn vader, die achter mij aan loopt met zijn kopje koffie. ‘Kijk eens, hoeveel parten er af kwamen!’

Ik kijk. Ja, het was een grote appel. Wel tien blote partjes liggen op een bordje langzaam bruin te verkleuren.
‘Neem lekker een part!’ biedt mijn vader aan. En ik neem er één.

We nemen de week samen door. Er is niets bijzonders gebeurd, maar we hebben elkaar toch best wat te vertellen. Mijn vader ging woensdag naar een etentje bij de Chinees in Schalkwijk. Met ‘het bataljon.’ Geen idee wat dat precies is, maar het gaat om een jaarlijks terugkerend diner met soldatenmakkers van vroeger. ‘Heerlijk eten’, volgens mijn vader, ‘kijk, ik heb het menu voor je meegenomen.’ Ik kijk niet direct, vergeet het daarna. Mijn vader vertelt verder. ‘Er is altijd een loterij’

‘En, heb je wat gewonnen, pa?’
‘Nee, maar mijn buurman wel. Hij won een fles advocaat. Hij gaf die aan mij, want hij lust het niet.’
‘Jij dan wel?’, vraag ik verbaasd. Mijn vader drinkt geen druppel alcohol en ik heb hem nog nooit gezien met een glaasje advocaat. Hij kijkt mij een beetje betrapt aan. ‘Ik drink nooit, maar advocaat vind ik wel lekker’, bekent hij.
‘Je moet dat toch oplepelen?’ vraag ik hem. Maar mijn vader is al weer verder met zijn verhaal. De fles advocaat krijgt een vervolg.

‘Ik kwam gisteren mijn onderbuurvrouw tegen. Ik heb haar verteld van de loterij. Zij vroeg ook of ik wat gewonnen had. Ik zeg: ‘ja, een heerlijke fles advocaat! Ik kom binnenkort bij je of jij komt bij mij! Nemen we samen lekker een kopje advocaat!’ Mijn vader toch! Mijn 92-jarige vader flirt met zijn onderbuurvrouw!

Toen hij in deze flat kwam te wonen moesten de muren geverfd worden. Ik deed dat, ieder vrij uurtje in de week. Op enig moment werd er aangebeld. Het was zo’n doordringende bel en het gebeurde zo onverwacht dat ik bijna van de wankele ladder viel, met verf en al. Het bleek de onderbuurvrouw te zijn. ‘Niet om het één of ander, maar kunt u andere schoenen aantrekken? Ik hoor u telkens lopen.’ Ze keek misprijzend naar mijn oude laarsjes. Huh? Andere schoenen ? Tachtig procent van de tijd stond ik op een ladder. Had ze last van de twintig procent dat ik naar de keuken liep voor een doekje? Wat een warm welkom. En ik werd boos.

De onderbuurvrouw zag het en zei: ‘u hoeft niet boos te worden, ik meen het niet onaardig.’ Maar het kwaad was al geschied. ‘Nou, ik moet zeggen dat ik dit geen aardig welkom vind, hier in deze flat. Ik hoop dat mijn vader prettiger ontvangen wordt.’ Ik sloeg nog net niet de deur dicht voor haar neus, maar het scheelde niet veel.

De weken daarop kwam ik haar meer tegen dan me lief was. Ze groette altijd en minzaam knikte ik terug. Soms droeg ik mijn tikkende laarsjes, soms liep ik op aftandse gympen in verband met het sjouwen en schoonmaken.

Mijn vader ontving ze later zeer vriendelijk. Hij vond haar direct aardig. Een paar maanden na mijn vaders komst in de flat verloor de onderbuurvrouw plotseling haar man. Mijn vader was ontstemd over het onverwachte overlijden van zijn onderbuurman, die zeker zo’n vijftien jaar jonger was dan hij zelf. Toen ik de onderbuurvrouw weer tegenkwam en haar condoleerde zei ze dat mijn vader moest huilen toen ze hem vertelde van het overlijden van haar man. Mijn vader? Die nooit huilt? Het deed hem kennelijk nogal wat.

En ik had al direct gemerkt dat hij haar leuk vond. De bijdehante onderbuurvrouw met haar keurige tuintje, dat zij zelfs soms stofzuigt.

Ik knipoog naar mijn vader en zeg: ‘nou, gezellig hoor! Heb je eigenlijk wel van die kleine glaasjes?’
‘Nee, die heb ik gisteren bij je broer gehaald. Twee van die glaasjes,’ En hij lacht een beetje.

Binnenkort geniet hij van een advocaatje. Met de onderbuurvrouw. In zijn flat, die niet naar vis ruikt. Of in haar flat met uitzicht op de gestofzuigde tuin.

Het is vermakelijk.

Advertisements

Leave a Reply

Please log in using one of these methods to post your comment:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out / Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out / Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out / Change )

Google+ photo

You are commenting using your Google+ account. Log Out / Change )

Connecting to %s