Olie van hars

/home/wpcom/public_html/wp-content/blogs.dir/ad1/71051968/files/2014/12/img_5247.jpg
Er gaat een man voorbij. Grijs haar, slecht geknipt of te lang gegroeid. Of beiden. Pieken haar langs de slapen. Zoals alle grijze 70-jarigen heeft hij een bril. Het regent licht en de man draagt een dunne, gekleurde regenjas. Koud is het niet.

De kale beukentakken wijzen alle richtingen aan. Achter de takken hangt grijs het licht. De luxaflex, zo vertrouwd, de gelijkmatige beige streepjes. Rechts aan de onderkant zijn ze verschoven. Daarboven bewegen de takjes van de groene spar zachtjes in de wind.

De twee poezen liggen vredig in de vensterbank. De warme lucht van de verwarming stijgt op naar hun profiterende lijven. De staarten hangen een beetje over de vensterbank heen. Ze slapen.

Het kerststalletje links op het art-deco-kastje staat stil en eenzaam te wachten. De wijzen staan achter het stalletje met hun cadeaus. Wat neem je mee voor een baby?

Vandaag zou het een rompertje van de Hema zijn, een zachte knuffel van een dure kinderwinkel,- het liefst één met een WNF-merkje achter op de rug,- of een wit-katoenen overslag-shirtje, afgezet met een satijnen biesje. Lief! staat erop.

Destijds kwamen ze, -de wijzen-, na een lange tocht met goud, wierook en mirre op hun bestemming aan. Nooit heb ik geweten wat dat was: mirre. Hoe zoet de klank.

En ik denk terug aan mijn lieve bijbeljuf, mevrouw Schreuder. Zij droeg haar lange, pikzwarte haar altijd in een knot. Een haarnetje strak eroverheen. Zij was opgemaakt, een beetje zoals de excentrieke strafpleiter Inez Weski en de mysterieuze schilderes Ans Markus. Excentriek en mysterieus.

In mijn herinnering vertelt mevrouw Schreuder met een mooie, zachte stem, de mystieke bijbel-verhalen aan ons, kinderen van de neutraal-bijzondere school, en laat zij daarbij plaatjes zien. Eén van de okergeel getinte afbeeldingen komt uit een boek van Rien Poortvliet ‘Hij was een van ons.’

‘Jij lijkt precies op Maria’ en mevrouw Schreuder wijst naar mij: klein, langharig, Indisch meisje in een te grote schoolbank. De opmerking van mevrouw Schreuder vervult mij met trots. Dat wil ik wel: lijken op deze mooie, donkerharige Maria die zo tot mijn verbeelding spreekt. Zij, Maria, heeft zoiets droevigs in haar ogen.

Thuis hebben we het boek van Rien Poortvliet ook. Lang kijk ik naar het plaatje van de mooie Maria.

In ons geknutselde stalletje, bekleed met aluminiumfolie, staat 40 jaar later een piepklein beeldje, Maria. Haar gezichtje is niet duidelijk ingetekend. Haar lichaamshouding is devoot. Armen schuin gekruist, een licht gebogen hoofd. Nee, geef mij maar de Maria van Rien met haar droevige blik. Aan de deemoedige vrouw naast de kribbe voel ik mij niet verwant.

En mirre? Ik heb het opgezocht. Na 40 jaar zalige onwetendheid weet ik dat mirre een geurende olie is, afkomstig van hars. Ze zalfden er koningen, koninginnen en profeten mee. Vandaar.

Ik kijk naar buiten. Het wordt snel donker. De lucht verandert van licht- naar donkergrijs. De man met de bril, hij loopt weer voorbij. Ik ken hem niet.

Advertisements

Leave a Reply

Please log in using one of these methods to post your comment:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out / Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out / Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out / Change )

Google+ photo

You are commenting using your Google+ account. Log Out / Change )

Connecting to %s