Blue Planet

/home/wpcom/public_html/wp-content/blogs.dir/ad1/71051968/files/2014/12/img_5282-0.png
Het is zondag. Na een helse nacht zit ik een beetje verdwaasd aan tafel met de krant. Mijn man is, na wat bijslapen vanochtend, een uurtje gaan sporten. Mijn zoon helpt een vriend met verhuizen en schilderen. En ik heb geen puf om mijn vader te bezoeken vandaag. Ik besluit hem af te bellen.

Nadat de telefoon een paar keer overgaat, neemt hij op:
‘Jonquiere!’, klinkt het duidelijk
‘Ja, met mij, met Annelie. Hoe gaat het?’
‘Nou’, zegt mijn vader geheimzinnig, ‘dat zal je zo wel zien…’
Hij rekent dus op mijn komst.
‘Wat zal ik zo zien?’ vraag ik.
‘Mijn gezicht was gisteren zo opgezwollen als dat van een bokser na een zwaar gevecht. Helemaal dik. En ik ben naar de tandarts geweest. Ja, niet mijn eigen tandarts, maar een ander. Het gaat namelijk om een kies. Die is waarschijnlijk ontstoken en nu doorgebroken.’

Even denk ik dat een kies is doorgebroken, maar na enige minuten realiseer ik mij dat hij waarschijnlijk bedoelt dat de ontsteking een weg naar buiten heeft gezocht en gevonden.

‘Ben je gisteren nog naar het Ziggodome geweest?’ Mijn broer regelde kaarten voor een voorstelling waarvan ik na een hele uitleg op mijn vader’s eigen wijze (‘hoe heet hij ook al weer? Je weet wel, die ruimtevaarder, nee, niet Wubbo Ockels’) begreep dat het iets was met de ruimte. Later bleek het te gaan om de voorstelling ‘Blue Planet’ waarin beelden van de aarde vanuit de ruimte, begeleid door life orkestmuziek, te zien zijn. Mijn broer had dit alles geregeld, van kaarten (‘weet jij wel hoe duur die zijn?’) tot en met een parkeerplek vlakbij de ingang en een goed te bereiken zitplaats voor de 92-jarige en hemzelf. Mijn vader had zich er op verheugd.
‘Nee, heel jammer, ik heb moeten afbellen, ik voelde mij niet goed genoeg.’

‘Pa, ik weet niet hoe laat ik vanmiddag bij je langs kan komen. We zijn de hele nacht in de weer geweest met Julia. Zij is doodziek en gaf voortdurend over. Vanochtend heeft Raymond de weekendarts gebeld en kreeg ze medicijnen om het braken te doen stoppen. Ik moet nu even thuis blijven tot Raymond er weer is.’

Meestal is mijn vader meelevend bij ziekte en onheil, zeker als het zijn kleindochter betreft, maar door zijn eigen kiesmalaise zegt hij niet direct dat ik niet hoef te komen. Hij wil natuurlijk dat ik kom. Hij heeft een verhaal.

Aan het einde van de middag ben ik bij hem. Het keteltje water voor thee staat al op en hij struikelt over zijn woorden als hij (weer) het verhaal vertelt. ‘Eerste kerstdag, gourmetten, voelde mij niet lekker, naar huis, de volgende ochtend zo’n kiespijn, naar de 24-uursdienst gebeld…’ Hij ratelt opgewonden door. Ik onderbreek hem.

‘Kom, we gaan eerst even zitten. Ik neem de thee mee.’ En, wonderbaarlijk, hij luistert, loopt naar de huiskamer en hij gaat zitten.

Daar, in het namiddaglicht, zie ik echt goed zijn gezicht: de linkerkant is gezwollen en onder zijn oog zit een flinke blauwe plek. ‘O jee’, zegt mijn vader die mijn onderzoekende blik ziet,’gisteren was het nog véél erger!’

En hij gaat verder met zijn verhaal. Over de €150,- cash die hij ‘in kleine coupures’ mee moest nemen naar de weekend-tandarts. ‘Ja, dat had ik dus niet. Ik ben met de auto naar de bank gereden en ik ging daar pinnen. Met mijn koude vingers kreeg ik niet snel genoeg het bankpasje eruit en wat denk je? Hup, weg bankpasje! Ingeslikt! En ik had nog steeds niet die €150,-. Ik ben terug naar huis gereden en ik heb mijn creditcard gehaald. Het pinnen lukte gelukkig toen wel.’

Twee keer pinnen, pasje kwijt, zelf naar de onbekende tandarts rijden met dat opgezwollen gezicht… Klasse dat hij dat allemaal doet.

Ik drink mijn thee, denk ondertussen aan mijn doodzieke kind ‘zou ze nu al wat gegeten hebben?’ Na een lang uur ga ik weer terug.
‘Ik hoor morgen of je naar je eigen tandarts bent geweest, hè?’ vraag ik.
‘Vanaf 8.30 uur kan je hem bellen,’

‘Ja ja’, zegt mijn vader, ‘ik bel je wel.’
‘En ik kan je ook wel brengen morgen, als je dat wil.’
‘Nee, dat kan ik zelf wel’ is het antwoord. En dat is zo. Hij kan het zelf en hij wil het zelf. Prima.

‘Hoe oud wordt je vader eigenlijk volgende maand?’, vraagt mijn man als we samen wat vermoeid aan tafel zitten. Buiten is het alweer pikkedonker.
‘Op 28 januari wordt hij 93’, antwoord ik en beiden denken we hetzelfde.
Ongelooflijk.

Advertisements

Leave a Reply

Please log in using one of these methods to post your comment:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out / Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out / Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out / Change )

Google+ photo

You are commenting using your Google+ account. Log Out / Change )

Connecting to %s