Tandsteen

/home/wpcom/public_html/wp-content/blogs.dir/ad1/71051968/files/2014/12/img_5285.jpg
Op de valreep van het oude naar het nieuwe jaar moesten we naar de dierenarts. Een paar weken geleden ontvingen wij een kaart met een uitnodiging voor Moos Balthazar en Saar Bijoux. Onze Siberische boskatten waren uitgenodigd door Sterkliniek Dierenartsen Hillegom voor hun jaarlijkse inenting tegen de katten-niesziekte.

We zochten deze ziekte maar eens op want je wil toch weten of je je met zinnige zaken bezig houdt. Is het wel nodig zo’n jaarlijkse inenting? ‘Dat is dan € 140,- mevrouw, wilt u pinnen of betaalt u contant?’ Ik hoor het het lieve dierenartsmeisje al vragen. En ja, het blijkt nodig te zijn. De tekst over de katttenniesziekte ziet er dermate onrustbarend uit dat we maar niet van deze prik afzien.

De reismandjes halen we uit de schuur en vegen we een beetje schoon. De vochtige handdoek in het wankele plastic mandje kloppen we uit en de poezen worden nog een keer flink gekamd. Je wil toch graag goed voor de dag komen met Moos Balthazar en Saar Bijoux.

Door het gepush van mijn echtgenoot (‘nu moeten jullie echt gaan anders zijn jullie te laat!’) arriveren we tien minuten te vroeg bij Sterkliniek Dierenartsen Hillegom. We nemen plaats op één van de doorzichtig plastic klapstoelen. We hebben alle tijd om rond te kijken. Op de deur van praktijkruimte 1 hangt een poster met tips hoe Oud en Nieuw goed door te komen met je huisdier. De deur staat half open. Ik kan net niet de tekst lezen.

Naast mij hangen zielige A-4 tjes met treurige teksten als ‘Wie heeft onze Poekie gezien? Zij liep weg op 13 december. Een buurvrouw zag haar een paar dagen later, hongerig en verward op de Vossenlaan. Zij is nog niet terug.’ Een vage foto van een angstig kijkende lapjeskat begeleidt het schrijven.

Een vrouw van onbestemde leeftijd stapt de praktijk binnen met in haar kielzog een jongetje van een jaar of drie. Vrolijk roept zij: ‘goede morgen! Hij was net te groot voor een mandje dus ik nam hem maar los mee!’ Ze wijst op haar aanbiddelijke zoontje. Blonde piekhaartjes,- ietsje te lang-, en heel donkerbruine ogen. Zijn spijkerbroekje zakt van zijn platte billetjes af. Moeder haalt uit haar strakke, paars-met-zwart motief versierde, leggingachtige broek haar portemonnee.

‘Atte, welke wil jij dragen, de kleine doos of de grote zak?’
Atte! Dat is een naam die je nooit hoort. Geen Finn, Levi, Sem of Noah, maar Atte. Ik ken maar één Atte. En dat is Atte Jongstra. Schrijver. De kleine Atte kiest voor de doos. ‘Wat zeg je dan tegen deze mevrouw?’
‘Dank u wel’, zegt Atte braaf en hij loopt rustig achter zijn moeder aan.

Ik kijk naar mijn zoon die schuin tegenover mij zit met het mandje met Moos B. We denken beiden hetzelfde: ‘een leuk kind!’ Wonderbaarlijk, ze bestaan. En één ervan heet Atte. Uit Hillegom.

Moos en Saar B. ontvangen hun prikjes. En een prik tegen vlooien. En ze krijgen een ontwormingspil. ‘Ze hebben een beetje tandsteen’, meldt de jonge dierenarts. ‘De volgende keer kunt u deze misschien laten behandelen?’
‘En daarna, moeten we dan hun tandjes poetsen?’, grap ik.
Serieus antwoordt de dierenarts: ‘dat kunt u met een gaasje doen of u schuurt hun lipjes zacht er tegen aan.’ En ze doet het voor. Schaapachtig laten Moos en Saar dit toe. En ik denk: ‘ja, de volgende keer maar.’

We prutsen de onhandige mandjes dicht. En ik reken af bij een aardig dierenartsmeisje.
Dat is dan € 204,85 mevrouw, wilt u pinnen of betaalt u contant?’
‘Ik pin’, zeg ik.

En zo luiden we het oude jaar uit. Ontvlooid. Ontwormd. Met tandsteen.

Advertisements

Leave a Reply

Please log in using one of these methods to post your comment:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out / Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out / Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out / Change )

Google+ photo

You are commenting using your Google+ account. Log Out / Change )

Connecting to %s