Amsterdam-Zuid

/home/wpcom/public_html/wp-content/blogs.dir/ad1/71051968/files/2015/01/img_5302.png
Het is stil. Op het glazen, vierkante dak van het vierkante gat in onze uitbouw druppelt de regen. Het tikken van de regen. Onregelmatig. In de vensterbank liggen de poezen. Dit weer hoeft ook voor hen niet.

Beide kinderen zijn op pad. Mijn man is boven. Stil is het. Eén krant uit, de tweede, krakend-vers, ligt voor mij.

De haren zijn gewassen, geknipt en geföhnd. Het rondje boodschappen is gedaan. Een hip, Amsterdam-Zuid- gezin begeleidde dit keer mijn rondje kaasboer, groentenboer, visboer. Hij, een kort wollen mutsje. Zij, een klein meisjepoppetje in een grote sjaal gewikkeld. Twee poppenkindertjes met grote ogen en onverzorgde, blonde haren. Ongekamde slierten.

Het grote meisje van een jaar of vier schijnt met een zaklamp in de ogen van klanten, het kleine meisje rent rondjes en achtjes tussen de delicatessen door. Wijnflessen, de glazen vaas met desemstokbroden en een schaal met Carpaccio voor vier personen van €18,95 houden hun adem in.

De hippe ouders zien en horen niets.
‘Hebben wij nog kaas, schat?’
‘Nee, ik dacht het niet’, zegt de schat en hup, het volgende zakje ligt klaar. Een goede klant, dat wel.

Het duurt en het duurt. De meisjes spelen nu met hun kinderwagen, een hippe buggy, die de halve winkel in beslag neemt. Heen-en-weer gaat de wagen. De poppenogen van meisje 1 kijken naar mij. De wagen komt bijna tegen mij aan. Net niet. De kleding van de hippe kindertjes is zorgvuldig op z’n Zuids samengesteld. Roze rubberlaarzen met wit randje, bont gekleurde legging en duur jasje. Daaronder schemert een paars mini-jurkje.

In de winkel arriveert een oudere heer met een rollator. In zijn werkzame leven had hij vast, om met mijn vader te spreken, ‘een goede baan’. De man straalt, ondanks de rollator, gezag en ‘standing’ uit.

‘Van wie zijn die twee meisjes, ze gooien een wijnfles om!’, klinkt de iets-geaffecteerde stem van de heer luid en duidelijk door de zaak.
De poppenmoeder kijkt om en loopt erheen. De hippe vader, ongeschoren, zijn blonde haar schalks piekend onder zijn mutsje vandaan, pakt zijn portemonnee.
‘Het zijn geen meisjes, het is een meisje én een jongetje’, zegt hij.

De nette heer reageert niet. Hij hoort het niet of doet net alsof hij het niet hoort. Alle klanten lachen in hun vuistje hun ergernis over dit gezin weg en verbazen zich over zoveel opvoedkundige schaamteloosheid.

Bij de groentenboer sta ik weer met dit gezinnetje in de zaak. Gelukkig ben ik direct aan de beurt en heb ik geen tijd om me te ergeren aan hippe papa die de gekregen, geschilde appel van zijn kind gretig ophapt. Ook zie ik niet hoe het meisje alle groenten en fruit aanprikt met haar vieze vingertje. Poppenmoeder manoeuvreert zich, omstandig met de wagen door de hele winkel rijdend, een weg naar buiten.

Bij de visboer staan ze weer. Geen vis dit weekend. Ik heb er genoeg van.

Eén kind meldt dat het zo naar huis komt. Boven hoor ik gestommel. De stilte voorbij.

Advertisements

Leave a Reply

Please log in using one of these methods to post your comment:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out / Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out / Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out / Change )

Google+ photo

You are commenting using your Google+ account. Log Out / Change )

Connecting to %s