Run, Lenny, run!

/home/wpcom/public_html/wp-content/blogs.dir/ad1/71051968/files/2015/01/img_5299.png
Een wit zonnetje valt over het donkergroene veld. Schaduwen van kale bomen werpen grillige vlakken op het donkergroen. De lucht is witgrijs met hier en daar slierten lichtblauw. Twee paarden staan dicht op elkaar alsof ze opnieuw met elkaar kennismaken. Op hun rug een zwaar, donkergrijs dekzeil. Het is winter. De temperatuur zegt april. De harde wind waait door alle jassen heen. Guur is het.

In het witte huis bij de ingang van het duin staat een kerstboom, de lichtjes zijn aan. In het huis is het stil. Geen beweging, geen geluid. Een auto staat voor de deur.

Het duinpad is leeg. Geen ander geluid dan het ritmisch klappen van Asics op het asfaltpad. Gedachten ordenen zich netjes in het hoofd. Waren ze eerst nog vaag, door elkaar en chaotisch, op de ritmiek van het lopen ontstaan helderheid en structuur.

De boomschaduwen…Waar kwam het idee vandaan dat het leven een afspiegeling is, een schaduw van het werkelijke leven? Bij iedere stap komt de grotvergelijking van Plato dichterbij. Zwoegende pubers in een schoolbank met om de dag tien regels tekst. Repeteren en prepareren. De theorie doorgronden met telkens tien moeizaam vertaalde regels.

Schaduwen van de werkelijkheid, dat is wat wij mensen waarnemen. Dat wat werkelijk, écht is, zien wij, geketende stakkers, niet. We zitten in de grot en kijken naar schaduwen. Waar bevindt zich dat werkelijke, het echte? Daar waar de ziel woont, buiten de grot. Als de geketende zich los weet te maken en hij loopt naar boven, de grot uit, dan is daar de werkelijkheid. Geen afspiegeling, geen schaduw.

Het leven als een schaduw, de werkelijkheid elders. Het is een fascinerende gedachte. Wie bevindt zich in de werkelijke wereld? Cootje? Rob? Ige? De ziel bevindt zich daar, aldus Plato. Dus zij zijn daar. Vast.

Een man van rond de veertig loopt in tegengestelde richting. Zou hij wat weten over de grot? De schaduw van het leven? De mogelijkheid daar te komen waar uiteindelijk onze ziel belandt?

Op de stoep in de buurt ligt hier en daar vuurwerkrommel. Kleine stukjes rood papier. Kort en langwerpige slierten. Een smalle, rode koker.

Wat eten wij het weekend? Uienjus met puree en worstjes van Chateaubriand. ‘Lentekriebels’ heten de opgerolde worstjes. Met een prikker behoudt de worstsliert zijn ronde vorm. Voor morgen nog even nadenken.

In de smalle achterom is het opletten geblazen. Slecht gelegde trottoirtegels wippen zo hier en daar op. In de verte holt een witte kat weg, de hoek om. Zijn staart hoog in de lucht. Het is mijn kat. Ik loop rustig uit.

Het hardlooprondje zit erop.

Advertisements

Leave a Reply

Please log in using one of these methods to post your comment:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out / Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out / Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out / Change )

Google+ photo

You are commenting using your Google+ account. Log Out / Change )

Connecting to %s