De beet

2015/01/img_5337.jpg
Boven op zolder is de kamer van onze dochter. Een groot, grijs bed domineert de kamer. Oranje zeil waarvan een paar keer gezegd is: ‘kan ik niet eens een andere kleur vloerbedekking krijgen?’, ligt er roerloos bij. Een witte vlek getuigt van geknoei met Oost-Indische inkt. Ooit schoongemaakt met terpentine, vandaar de eeuwige vlek.

Op het bureau een paar boeken, schriften, losse memoblaadjes en onzichtbare zweetdruppels van leren en werken. Het bureautje, zorgvuldig uitgezocht en zelf in elkaar gezet. Geen Ikea, maar Wehkamp. Het rode kuipstoeltje, wel Ikea. Net als het rode ladenblokje daar, in de hoek van de kamer.

Aan de witte muur, een beetje groezelig-geworden-wit zo in de loop der jaren, hangt het lichtblauwe spiegeltje in de vorm van een kroontje. Een spiegel met gekleurde kralen en schitterende stukjes gekleurd glas eromheen. Een spiegel voor ons eerste kind. Dat kleine baby-meisje met in het geplooide nekje een rode vlek. Op haar voorhoofd een lichtere, kleine. ‘Ooievaarsbeet’, volgens het deskundige oog van onze doortastende verloskundige. Het kind was in de bek van de ooievaar naar ons toegekomen.

Een paar jaar later bevestigden we het waarheidsgehalte van de beet met de geboortekaart van haar broertje. Onze driejarige in haar donkerblauwe waxcoat, staand op een boulevard in Zeeuws-Vlaanderen met haar ooievaar erachter, daar op het Zwin.

Op de oranje grond liggen de onvermijdelijke onderbroeken. Een wollen sok. Twee piepkleine hemdjes met dunne schouderbandjes. De speciaal-op-maat getimmerde planken en tafel aan de wand worden in beslag genomen door flesjes, potjes, elastiekjes, een ijzeren oorbellenrekje, kwasten, watjes.

De prullenmand puilt uit: proppen papier, een tijdschrift, gebruikte watjes, tissues. Nooit wordt deze geleegd door een ander dan de hulp. Liever het bakje laten overstromen dan eenmaal de moeite nemen beneden de prullen in de grote bak te gooien.

Het bed ligt er slordig en onopgemaakt bij. Ik denk aan twee weken geleden. Toen lag er een ziek kind in dat grote bed. Niks geen volwassene. Een kind, klein, wit en breekbaar.

In het hok van de wasmachine naast haar kamer staan wat tassen en dozen. Twee fluweelzachte kussens, een plaid met strik, een crème-wit servies, een bestekset en een rode theepot. Een doos met daarin een oventje completeert het geheel.

Ik sla nog een blik op de kamer en struikel op de trap over wasgoed dat nooit, maar dan ook nóóit, mee naar boven genomen wordt.

Uit de kamer van haar broer schalt een nummer dat met een zware brom wordt meegezongen:
‘Koos werkeloos:
werkeloos!
Laat mij voorlopig lekker werkeloos!
Al dat gezeur van: ‘ga toch werken, Koos!’
Koos werkeloos!’

Ik glimlach. Hoe komt een 17-jarige bij dit zó jaren tachtig-lied ?

Ik zal haar missen.

Advertisements

Leave a Reply

Please log in using one of these methods to post your comment:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out / Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out / Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out / Change )

Google+ photo

You are commenting using your Google+ account. Log Out / Change )

Connecting to %s