Een groot schrijver

2015/01/img_5395.png
Soms loop ik ‘s nachts naar het Victorieplein,
Als kind heb ik daar namelijk gewoond.
Aan vaders hand zijn zoon te zijn,
Op moeders schoot te zijn beloond.

Om niet. Om niet is het, dat ik hier ga,
De vrieskou in mijn jas laat dringen,
Alsof de tijd zich ooit zou laten dwingen,
Terwijl ik roerloos in de deurpost sta

Om thuis te komen. En zo simpel is de gang
Om tot dit moeilijk inzicht te geraken:
Dat ik geen kind meer ben; dat ik verlang

Naar iemand die nooit kon bestaan:
Een jongetje dat alles goed zou maken –
De tijd die stilstond en hem liet begaan.

Ischa Meijer (1943-1995)

Maandag over een week begint het. Een nieuwe cursus, verhalende non-fictie. Gegeven door schrijfster en columniste Aleid Truijens. Haar columns in de Volkskrant lees ik graag. Vaak over onderwijs, daar waar ook mijn hart ligt. Alhoewel, ver weg in de tijd. Voor mij. Ook schreef zij een paar mooie boeken. Over haar doodzieke zoontje, dat gelukkig beter werd. Biografieën, onder andere die van schrijver F.B.Hotz. Een groot schrijver.

Wat zoek ik maandag 2 februari daar, aan de Herengracht in Amsterdam? Ik zoek moed. Moed om in de plastic tas te duiken onder ons bureau in het ‘kantoor’ thuis. Een oude plastic tas met brieven. Brieven van mijn ouders, van mijn moeder. Een flard van een gecompliceerd leven en een gecompliceerde geest ligt in ons veilige huis.

Tot nog toe heb ik geen moed. Geen zin om met het openen van de tas de verre pijn te voelen van het meisje. Het meisje dat alles goed zou maken. Niet wetend wat dat alles is, moest zijn.

Misschien moeten we het laten bij de plastic zak, daar ver weg onder het bureau. En leven we door met werk, eten, lezen, kranten, groter-wordende kinderen en zo nu en dan een schrijfsel.

De tijd zal het leren. Vanaf maandag 2 februari bestaat er een kans. Een kans op het openen van geschreven, vaak ook getypte brieven. Met de elektrische typemachine getikt. Ratelend in de voor-slaapkamer van de enorme flat die we ooit bewoonden. Het kustdorp. Waar ik dag en nacht de zee hoorde, de wind die fluitend, soms gierend door de kieren en het sleutelgat van mijn balkondeur joeg.

Zie, de woorden komen vanzelf. Nu nog de tas. En de moed. En Aleid.

Advertisements

Leave a Reply

Please log in using one of these methods to post your comment:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out / Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out / Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out / Change )

Google+ photo

You are commenting using your Google+ account. Log Out / Change )

Connecting to %s