Thank you

IMG_5420
Wij hebben geen zin. Iedere zaterdagochtend sporten we in een zaaltje bij het werk van mijn man. Hij werkt in een inrichting met cliënten. Géén patiënten. Net als in gemeenteland waar burgers de laatste jaren ook klanten zijn geworden. Gedwongen winkelnering, dat wel.

Onze lieve hulp Adua is naar analogie van het voorgaande onze interieurverzorgster. Adua uit Ghana kent maar een paar woorden Engels. Op alles wat wij een paar jaar geleden zeiden of vroegen antwoordde zij: ‘thank you.’ Als zij zou horen dat zij niet schoonmaakt maar ons interieur verzorgt zou zij ook zeggen: ‘thank you.’ En er het hare van denken.

Adua maakt nu al enkele jaren iedere vrijdag en de laatste twee jaar, -in het kader van ‘we moeten ergens op bezuinigen’,- één maal in de twee weken op vrijdag bij ons schoon. De televisiegids, waar we ook op hadden bezuinigd, valt inmiddels gewoon weer iedere week op de mat. De bezuiniging op onze interieurverzorging is nog niet teruggedraaid.

Adua is, zoals men zegt, zwaarlijvig. Moeizaam hijst ze zich om de vrijdag aan onze gammele leuning omhoog. De leuning boven laat dan ook bijna los. De onderste schroef hangt er sneu bij. Wij weten dat je niet aan onze leuning moet hangen. Een leuning uit een jaren dertig huis. Adua weet dat niet. Bovendien moet ze al die kilo’s naar boven sjouwen. Dus hangt ze. Onderwijl zuchtend en steunend.

Adua start altijd met schoonmaken op de eerste verdieping. Dat weet ik omdat ik vrijdag meestal thuis werk. Ik wacht tot ze bescheiden op de deur klopt van ons ‘kantoor.’ ‘Sorry’, zegt ze en dat betekent ‘mag ik hier even zuigen en de prullenbak legen?’

Dan verhuis ik naar beneden. Met iPad en iPhone. Ik weersta de verleiding van de krant en tik beneden lekker verder. Boven hoor ik Adua zingen. Soms gaat haar telefoon en voert zij tijdens het poetsen van de badkamer gesprekken in rap Ghanees. Hoe zij dat doet tijdens het schoonmaken weet ik niet. Ik denk dat ze de telefoon tussen haar vlezige nek en kin klemt.

Na een dik uur komt Adua naar beneden. En verhuis ik weer terug naar het schone kantoor. Wat zal zij denken? Zou zij weten dat wat ik doe ook werk is? Waar je niet je handen maar je hoofd voor gebruikt? Waar je ook moe van wordt? Waarbij je zeker niet kan zingen? En ook niet tussendoor een gesprek bij voert? Ik weet niet wat zij denkt. De conversatie is en blijft beperkt.

Ooit was de broer van mijn man ernstig ziek. Het zat mijn man hoog. Op enig moment heeft hij kennelijk aan Adua duidelijk weten te maken dat Rob niet lang meer zou leven. Zij pakte de handen van mijn man. Met haar zachte, warme handen. Kussens van handen. Zij keek mijn man diep in de ogen: ‘I’ll pray for him. He’ll be allright.’ En ik denk dat het zo is. Rob lacht en knipoogt naar ons vanuit de hemel. He’s allright.

Met Kerst geven we Adua altijd wat extra’s. Geen onnozel pakket met afgedankte chocolaatjes, kerstkransjes of lelijke drinkbekers. We geven altijd geld. Begeleid door een mooi kerstboeket en een kaart. De laatste keer dat ik haar wees op het boeket ‘don’t forget your christmas-present!’, drukte Adua mij tegen zich aan. Ik voelde de zachte warmte van haar lijf. Ik moest denken aan een bed met dikke kussens. Zo’n Oostenrijks bed met donzen dekbedden. Heerlijk. ‘God bless you and your family.’ De stem resoneerde en trilde mijn lijf in.

En gezegend zijn we.

Vandaag hebben we geen zin. Geen zin in zwoegen en zweten in het zaaltje. Morgen gaan we. Nu lezen we de krant, ontbijten we rustig. We drinken een kopje thee. Luisteren naar de stilte. Kijken naar buiten. Een vogeltje fluit.

‘Thank you.’

Advertisements

Leave a Reply

Please log in using one of these methods to post your comment:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out / Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out / Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out / Change )

Google+ photo

You are commenting using your Google+ account. Log Out / Change )

Connecting to %s