Bikkel

IMG_5426
Hard lopend op het cardio-apparaat, -twee pedalen waar je je voeten in plaatst en aan de zijkanten heen en weer bewegende handvaten,- kijk ik t.v. Op het piepkleine scherm zoek ik naar een zender die wat fatsoenlijks uitzendt. Het is zondagochtend, tien uur. Via devoot-zingende mensen in een kerk, langs een keizersnede in een Amerikaans ziekenhuis beland ik bij Zapp.

Een meisje van een jaar of elf leest haar zusje voor uit een Gouden Boekje. Het gaat over de wolf en de zeven geitjes. Het kleine meisje ligt in een verhoogd bed dat dichtgemaakt wordt met twee spijlen-deurtjes. Naast het bed staat een ingewikkeld apparaat. Het blijkt een pomp te zijn. Het kleine meisje is ziek.

Wat ze heeft, daar kom ik niet achter. Maar gebiologeerd kijk ik naar het verhaal van de 11-jarige Vera en haar twee kleine zusjes. ‘Ik heb ook nog een grote zus van 21. Zij heeft een actie gevoerd waarmee we een sprookjestuin maken voor Iris.’ Iris is het schattige, vierjarige, zieke zusje. De tuin wordt een zwakke replica van de sprookjestuin van de Efteling. Mannen met zagen maken een gezicht in een boom. Kitscherige sprookjesfiguurtjes krijgen een plekje in de nieuwbouwtuin.

Over de situatie thuis vertelt Vera nuchter: ‘mijn moeder moet er ‘s nachts soms wel vijf keer uit voor Iris. Dan piept de pomp. Overdag is ze dan best wel moe.’ En ik zie een moeder van drie jonge meisjes zorgen en redderen. Waar is de vader? ‘Mijn vader is er niet meer.’ Waar en hoezo is geen issue. We horen er niks meer over.

Mijn 15 minuten cardio zijn eigenlijk voorbij. Maar ik staar gefascineerd naar het scherm. Ik zie Vera spelen: een kind op een speelplein, lachend, met een bal. Een bonte legging om de dikke benen. Sandalen eronder. Een dikke winterjas aan. De kinderen zien eruit als kinderen. Maar ze zorgen en hebben zorgen.

‘Als Iris dood gaat zal ik haar missen; haar lieve lachje vooral. Ze lacht zo lief.’ En dat is zo. Iris is een aanbiddelijke kleuter, een mooi kind. De mooiste van de drie meisjes. Maar ziek. Heel ziek. Nog steeds is het me niet duidelijk wat ze heeft. Maar het meisje en haar ziekte vergen zeer veel aandacht en zorg.

Als ze met zijn vieren in de Efteling zijn krijgt Iris pijn en gaan ze spoorslags weg. Moeder is in de weer met slangen, apparatuur en medicatie. De twee andere meisjes laten niet eens hun teleurstelling zien. Het is zo. Alles wat leuk is kan worden verstoord. Wordt verstoord. Door dat lieve zusje.

‘Ik wil graag eens wat doen met jou, mam. Alleen,’ zegt Vera tegen haar moeder. Ze spelen een potje ganzenbord. Moeder heeft een half-huilende Iris op schoot. ‘Dat kan niet, Vera. Trouwens ik doe nu toch iets samen met jou?’
‘Ja, maar ik wil iets doen met jou alleen.’
‘Je weet dat dat niet kan, meis. Ik kan Iris niet alleen laten.’

Wat een leven is dit. Drie meisjes en hun moeder. Zo veel zorg. Maar zo veel liefde ook. Een beetje perplex zet ik de koptelefoon af. Ik loop naar het eerste apparaat. 60 keer de benen omhoog en omlaag met een gewicht.

Ik denk aan mijn gezin. Twee gezonde kinderen. Werk. Een man die ook zorgde en zorgt.

Thuis kijk ik in de gids wat voor een programma dit was. ‘Veel kinderen helpen thuis mee met de zorg voor een gehandicapte of zieke vader, moeder, broer of zus. ‘Bikkels’ duikt in hun leven vol verantwoordelijkheden.’

Ik cardio-de 25 minuten in plaats van de gebruikelijke 15.
Maar Vera de Bock. Een ware bikkel.

Advertisements

Leave a Reply

Please log in using one of these methods to post your comment:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out / Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out / Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out / Change )

Google+ photo

You are commenting using your Google+ account. Log Out / Change )

Connecting to %s