Toppunt van genot

IMG_5429
Voordat ik naar mijn vader ga bel ik altijd op. Na een tijdje, -bijna wil ik al opleggen,- hoor ik: ‘hallo!’ Direct daarop start de in-gesprek-toon. Geïrriteerd bel ik nog een keer:
‘hallo, met wie?’
‘Met mij, Annelie’
‘O ja, ben jij het? Ik kwam uit de keuken met vieze handen en..’
Ik onderbreek rücksichtlos zijn verhaal.
‘Ik kom zo even je harinkje brengen, oké?’
‘Nee, je hoeft geen haring te halen, ik eet vandaag die bokking.’

Mijn vader kreeg vorige week voor zijn 93e verjaardag een bokking van zijn vriend Henk cadeau. Henk is 92 en rijdt in een lage Saab waar hij zich nog steeds met zijn stramme benen in en uit weet te wurmen. Ik wist niet eens dat mijn vader van bokking hield. Zelf eet ik het nooit. Wikkelden ze vroeger niet bokking in een oude krant? Of was het stokvis? Waar heb ik dat toch gelezen?

Ik stap op de fiets zonder haring. Mijn vader eet bokking. Ik verheug me al op de vislucht die in zijn warme flat hangt.

Als ik de sleutel omdraai van de deur en binnenstap ruik ik niets. Mijn vader komt mij tegemoet. Hij loopt tegenwoordig in huis zonder stok.
‘Ik ben bekaf’, klaagt hij, ‘ik heb pijn in mijn rug van het strijken. Ook heb ik het balkon opgeruimd.’
Weer borrelt de irritatie omhoog. Ik had hem beloofd het balkon vandaag op te ruimen. Julia zou morgen bij hem strijken. Waarom doet hij dit zelf? Stoerigheid? Bescheidenheid? Ik snap er niks van.

In de keuken staat het schoongemaakte peertje, in kleine stukjes gesneden, al klaar. Een zilveren vorkje staat rechtop in één van de stukjes. Hij maakt zijn boterhammetje klaar. O, daar is de bokking! Hij pelt het papier eraf en peutert de gerookte vis onder het glanzende velletje vandaan.

‘Kan jij het balkon even vegen?’, vraagt hij.
‘Ja, natuurlijk’ en ik neem een kijkje.
‘Wil je die oude aarde in de potten bewaren?’, vraag ik hem. Je weet het nooit. Voor de zekerheid maar even checken.
‘Dat is geen oude aarde, het is prima aarde, ik gebruik die om de bloempotten binnen aan te vullen.’

‘Oké’, en ik veeg het balkonnetje van één bij drie meter aan. Zorgvuldig veeg ik om alle zielige potten met oude aarde en halfvergane geraniums heen.
‘Wie weet, doen ze het zo weer’, legt mijn vader uit.
‘Ja, je weet het nooit’, is mijn schijnheilige antwoord.

‘Wat doe je dat toch snel!’ zegt mijn vader, als hij na een kwartier klaar is met zijn ene boterham smeren en twee koppen koffie zetten.
‘Ja, daarom kan je mij ook beter dat soort dingen laten doen, pa. Hetzelfde geldt voor de strijk. Julia heeft dat zo gedaan!’
‘Ja’, antwoordt mijn vader trots, ‘ze is zo snel hè? En ik heb het haar geleerd: overhemden strijken!’

We maken ons wekelijkse dinsdagpraatje en daarna fiets ik terug naar huis. Het is heerlijk weer.

Op de fiets weet ik het opeens zeker: het was Gerard Reve. Die at een gerookte bokking,- de zalm der armen,- van een krant in een hoekje van de kamer. Het toppunt van genot.

Advertisements

Leave a Reply

Please log in using one of these methods to post your comment:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out / Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out / Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out / Change )

Google+ photo

You are commenting using your Google+ account. Log Out / Change )

Connecting to %s