Brief aan mijn dochter

IMG_5446
Half of what I say is meaningless
But I say it just to reach you, Julia

Julia, Julia, oceanchild, calls me
So I sing a song of love, Julia
Julia, seashell eyes, windy smile, calls me
So I sing a song of love, Julia

Her hair of floating sky is shimmering, glimmering,
In the sun

Julia, Julia, morning moon, touch me
So I sing a song of love, Julia

When I cannot sing my heart
I can only speak my mind, Julia

Julia, sleeping sand, silent cloud, touch me
So I sing a song of love, Julia
Hum hum hum hum…calls me
So I sing a song of love for Julia, Julia, Julia

John Lennon, 13 oktober 1968

Lieve Julia,

Het is vreemd een brief te schrijven aan jou, die nog zo dichtbij is. Boven hoor ik gestommel, je loopt door je kamer. Je aait de poezen op je bed, het enige bed in huis waar ze altijd op mogen liggen.

Ik herinner mij het moment waarop we wisten dat jij zou komen. Het was niet romantisch, eerder raar en onwennig. Ik liep naar papa toe vanuit onze badkamer naar de kamer. Onze eerste echte huiskamer in ons eerste echte huis.

Een premie-A woning met een keukentje, een grote en een kleine slaapkamer. Een tuin. We waren zo trots op ons huis: er lag een grindvloer in, dat vonden wij stoer: gegoten, hard grind, glad en koud aan je voeten.

Daar, in onze woning keken we elkaar aan: een kind? Nu? We waren een paar weken getrouwd. ‘Wel netjes’, dacht ik nog, ‘na het trouwen zwanger worden.’ Ik dacht aan een jongen. Aan al die jongensnamen die ik dromerig in mijn schriften schreef, vroeger, op school. Iskander, Arjeh. Misschien hoopte ik op een zoon. Ik, de oudste dochter met zo’n ingewikkelde moeder/dochter-relatie, wilde geen oudste dochter. Bang voor de fouten. Bang voor de pijn.

In die tijd maakten ze maar één keer in de zwangerschap een echo. We wisten niet wat je zou worden, een jongen, een meisje. Wel maakten we kennis met je hartje: een vreemd woesj-woesj-geluid, ritmisch en gejaagd. ‘Een prima hartttoon’, volgens de verloskundige. Ik weet haar naam niet meer maar ze was stevig, doortastend, duidelijk. Woesj-woesj, een verslavend geluid. Ik kreeg er geen genoeg van.

Voordat je geboren zou worden ontdekte de verloskundige dat je in een stuitligging lag. Verwoede pogingen deed men in het ziekenhuis om je te draaien in mijn buik. Maar jij, eigenwijs opdondertje, lag lekker zo, met je billen naar beneden. Niks draaien. En dus moesten we naar het ziekenhuis. Met een ambulance.

Zodra de vliezen waren gebroken moest ik direct plat gaan liggen ‘om een infectie te voorkomen.’ Lieve broeders tilden mij zachtjes en voorzichtig het huis uit. Ze vonden het wel een gezellig tochtje. En ik ook. Ik voelde niets en ik wist dat papa achter ons aan reed.

En toen was jij er. Een roze meisje met een bos haar. Rood? Nee, blonde piekhaartjes waren het. Toen we mochten bellen slikte ik wat weg bij de woorden: ‘we hebben een dochter. Ze heet Julia.’ Het zeggen van de woorden. Het zeggen maakte het echt. Maakte jou echt. Een dochter. Toch een oudste dochter. En ik vroeg papa mij te waarschuwen als ik gek zou gaan doen. Gek als mijn moeder. Ik was blij en bang. Blij met mijn meisje, bang voor de pijn.

Iedereen vond je zo lief. Oma Cootje, je grote vriendin, deed verstoppertje met je. Samen in het halletje zaten jullie, onder de kapstok. Robert danste een hele middag met jou in zijn armen en gooide je zo de lucht in. In zijn tuin, in de zon. Opa Loek deed ‘s ochtends vroeg een rondedansje met je door de kamer, voordat hij je naar de crèche bracht. Opa Ad paste geduldig hele dagen op als je ziek was: uren zat hij met jou, een rood en koortsig hoestend kind, op onze bank. En de andere oma? Die kwam één keer kijken. Ze praatte tegen jou, keek mij niet aan.

Je groeide op. Van een eigenzinnige, met gele vingerverf knoeiende peuter tot verlegen kleuter. Maar zoals crèchejuf Judith schreef: ‘Julia trekt haar eigen plan.’ Dat was zo. En dat is zo. Nooit iets zeggen tegen de oubollige juf Thrés (‘van Théresa’) maar je stilletjes drukken bij het opruimen van de klas. Later, met plezier letters leren van de jonge en lieve Suzanne. Verder bofte je niet zo op de oude dorpsschool. Je werd stiller en stiller. Nooit knutselen, maar wéér rekenen. Nooit tekenen maar wéér de tafels oefenen.

Vriendin B. moest eerst kwaad worden voordat we actie ondernamen: ‘hoe kan jij, die zo veel van vernieuwend onderwijs weet, zelf hebt les gegeven op een Freinetschool, dit goed vinden?! Je moet haar van die school afhalen!’ De gasten van het restaurant waar we aten draaiden zich naar ons om. En je ging weg. Naar de school waar je wel knutselde. Verfde. Vilt maakte en toneel speelde. Instrumenten maakte en ze bespeelde.

Daarna ging het rap. Hup, de middelbare school door. Vriendinnen, een reis naar Italië. Kunst, cultuur en leren. Je leerde en trok je eigen lijn. Weet je nog wat je leraar over je vertelde bij de diploma-uitreiking? En weet je nog wat hij je gaf? Klimop dat stilletjes doorgroeit. Naar boven klimt. Over muurtjes heen.

Daar sta je dan. Kleine, blonde. Klaar voor het leven. 21 jaar en ze zeggen dat je volwassen bent. Lieve schat, volgens mij hebben we het goed gedaan. Geen raar gedoe, geen traan of verwijt. Trots laten we je gaan, de wereld in. Met geluk, hier en daar ongemak, soms misschien pijn en verdriet. Cootje, Rob, Ige, je weet dat er vreselijke en ongrijpbare dingen gebeuren in het leven.

Maar ik denk aan de groene klimop. Ook teruggesnoeid groeit deze door. Hoger en hoger. Tot over de muur.

Dag liefje. Ik hou van je.

Mama

Advertisements

Leave a Reply

Please log in using one of these methods to post your comment:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out / Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out / Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out / Change )

Google+ photo

You are commenting using your Google+ account. Log Out / Change )

Connecting to %s