Dank je wel

IMG_5497
Als ik bij mijn vader binnenkom steekt hij bij wijze van begroeting zijn beide handen in de lucht. Hij draait ze vervolgens enthousiast in de rondte. Hij is kennelijk blij me te zien. Wel blijft hij dit keer zitten in zijn stoel. En ik zie het meteen: hij ziet er patent uit. Tevreden, gezond, een kleurtje op zijn gezicht. Hij kijkt televisie. Ik registreer snel: Buitenhof. Ik zie Halbe Zijlstra. Opmerkelijk, de man ziet er zo gluiperig uit. Zou hij het ook zijn?

‘Tijd niet gezien!’, zegt mijn vader tevreden als ik me naar hem overbuig. Ik kon hem dinsdag niet bezoeken omdat ik met mijn zoon naar een open dag van de Hogere Hotelschool in Maastricht was. Dus het is alweer een week geleden dat we elkaar zagen. Een eeuwigheid als je lange dagen thuis bent. En drieënnegentig bent.

‘Pas op, ik ben koud hoor’, zeg ik als ik hem kus.
‘Ja, wat ben je koud!’, roept hij uit na zijn gewoonlijke zo’n beetje plofferige kus. Zijn kussen maken een plofgeluidje. Dat hebben ze altijd gedaan.

‘Was het zo koud?’, vraagt hij.
En hij voegt er glunderend aan toe: ‘ik zat vanochtend al lekker in het zonnetje!’ In zijn flat schijnt heel behaaglijk ‘s ochtends de zon. Het is snel warm, ook op zijn naastgelegen balkonnetje.

Mijn jas, sjaal en handschoenen uittrekkend antwoord ik: ‘ja, het is koud, maar wel heerlijk fietsweer.’ Met een half oog kijkt hij naar Zijlstra. Ik loop naar de keuken: ‘wil jij wat drinken? Koffie?’
Maar dat gaat hem te ver. Stijfjes maakt hij aanstalten zijn stoel te verlaten.
‘Nee, ik zet voor jou koffie’, zegt hij vastberaden.

‘Ik neem wat water, kijk jij maar rustig door’ en ik pak een glas uit het keukenkastje.

‘Ik zet zo koffie’, benadrukt mijn vader als ik weer de kamer in loop en hij vervolgt: ‘het is nog geen tijd voor koffie.’ Hij ploft terug in zijn stoel. Ik glimlach. Alles gaat bij mijn vader strikt volgens zijn klok. ‘Ik ben altijd om 7.00 uur wakker, om 7.15 uur eet ik een boterhammetje.’
Om 7.30 uur komt, om de dag, de douchehulp. Om 12.30 uur drinkt hij koffie. Schilt hij een appel of peer. Maakt hij twee boterhammen klaar.

Deze besmeert hij zorgvuldig van korst tot korst met margarine. Daarna gaat er marmite op. Een bitter smeerseltje, dat ik ooit, stoer als kind, een tijdje met hem mee-at. Ook de marmite smeert hij secuur en gelijkmatig over het brood. Dan zet hij koffie. In de kamer, in zijn gemakkelijke stoel, smikkelt hij alles op. Mijn vader laat zich het eten altijd goed smaken.

‘Ik heb de gezondheidsgids van de Consumentenbond gelezen en zoals ik leef word je oud!’, zegt hij trots.
‘Ja, dat geloof ik graag. Gezond en sober eten en leven, dat doe je. Je moet natuurlijk niet de pech hebben dat je kanker krijgt’, antwoord ik.
‘Nee, véél groente en fruit eten, dat is het geheim.’ Mijn vader spreekt mij graag tegen. Het wordt minder de laatste jaren, dat tegenspreken, maar toch, hij kan het niet laten. En ik trap er altijd in.
Korzelig zeg ik: ‘een jongetje van 13 dat kanker krijgt, dat komt niet omdat hij te weinig groente en fruit eet.’ Mijn vader weet dat dit gevoelig ligt. De zoon van vriendin B. overleed drie jaar geleden aan kanker. Afgetroefd zegt hij niets meer en smeert zijn boterham.

‘Kan je zo mijn dekbed goed doen?’, vraagt hij. Mijn vader vraagt niet zoveel en natuurlijk kan ik dat. Ik loop naar zijn slaapkamer en hij schuifelt, voor zijn doen, snel achter mij aan. ‘We doen het even met z’n tweeën!’ Maar daar heb ik geen zin in. Hij loopt me alleen maar in de weg bij zo’n klusje.
‘Ik doe het, pa, thuis doe ik alle bedden!’ Maar toch stelt hij zich op aan het voeteneinde, klaar om zich er op zijn minst mee te bemoeien. Daar heb ik al helemaal geen zin in.

‘Je gaat je er niet mee bemoeien hoor!’, zeg ik en daar moet hij wel om lachen. Hij kent zichzelf. En hij weet dat hij een bemoeial is. Binnen twee tellen zit het dekbed goed, met beide puntjes in het overtrek. Nu even goed instoppen aan de onderkant. Maar daar staat hij. In de weg. Onhandig pakt hij het overtrek.
‘Je moet…’, begint hij.
‘Pa, ga even opzij, ik stop het in en dan zit het helemaal goed.’ Hij capituleert en zet een stap opzij.

Even later zitten we samen aan de koffie. We hebben veel te bepraten. Reizen, dat hij zo graag en veel deed, mijn naderende wintersportvakantie, zijn laatste wintersportvakantie met mijn moeder, een nieuwe auto. En kijk, daar veert mijn vader van op.

Verbazingwekkend snel hijst hij zich op uit zijn stoel en hij keert terug met de laatste Autoweek en de consumentengids-special over auto’s. Een nieuwe auto, dat is voor hem niet meer relevant. Zijn veertien jaar oude auto, daar rijdt hij in. En op je 93e is dat je laatste auto. Maar meedenken met je kinderen kan wel. En ik kom verrassend genoeg terug op de verleiding een ander merk te kiezen dan het automerk waar ik al jaren in rijd.
‘Ja, die komt altijd goed uit de test!’, zegt mijn vader alsof hij zelf de auto in elkaar zet.

De consumentengids. Ook zoiets dat verdwijnt als hij er niet meer is. Zelf heb ik die niet en zal ik ook nooit nemen. Maar mijn vader, hij zweert erbij.

Het wordt dus weer een Opel. Ik ben eruit. Dankzij de special. Dankzij mijn vader.

Advertisements

Leave a Reply

Please log in using one of these methods to post your comment:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out / Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out / Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out / Change )

Google+ photo

You are commenting using your Google+ account. Log Out / Change )

Connecting to %s