Starbucks

IMG_5542
Bij de Duitse Starbucks, München Hauptbahnhof, is Godzijdank alles hetzelfde als bij ons. Heerlijke herkenning. Cafè Latte, Cappuccino, Cafè Mocha, iets vaags met Vanille en Dat Alles In Hoofdletters.

Een man hangt over zijn laptop en mompelt onverstaanbare zinnen. Hij heeft een heel diepe, donkere stem. Een accent met dikke sssj-klanken. Hij lijkt dronken. Maar de laptop staat open op het mail-programma. Dronken mails verstuurt hij? Raadselachtig.

Tegenover ons zitten twee donkerharige schonen. Schone één borstelt voortdurend krachtig haar haar. Weet zij dat hard borstelen dode puntjes veroorzaakt? Ik denk het niet. Zij borstelt en borstelt en de plukken haar vliegen in het rond. Gelukkig zijn de bekers van Starbucks gesloten met een deksel. Een klein zuigopeningetje maakt in de hersenen het zalige gevoel wakker van de eerste tuitbeker. Vandaar die Starbucks-verslavingen. Zoete koffie zuigend opdrinken. Terug naar mama.

Mijn zoon en ik wachten hier in München op de trein naar Lermoos. We gaan samen skiën in Oostenrijk. ‘Misschien is dit de laatste keer, mam’, zegt hij in de trein. Ik kijk hem aan: ‘ja, als ik volgend jaar studeer dan heb ik misschien geen tijd meer.’
‘Vind je het wel oké met je moeder op stap te gaan?’, vraag ik. En ik denk aan het moment waarop we twee vrienden van hem tegenkwamen, zojuist op Amsterdam Centraal. Aardige jongens. Beleefd ook. ‘Wij hebben elkaar al eens ontmoet, mevrouw’, lacht de één mij vriendelijk toe en geeft mij een hand. De ander stelt zich netjes voor, ook een hand. De jongens gaan samen uit. Max gaat met zijn moeder skiën.

Verbaasd kijkt hij mij aan: ‘ja, natuurlijk.’ Wat houd je van het kind. Bijna-man. Ik zie zijn ogen, dezelfde als die van de pas geborene. Van heel donkerblauw, rap kleurend naar bruin.

Even later zit hij op het stapelbedje in de piepkleine couchette. Grote voeten hangen boven mij. Smal en lang. En ik zie de baby-voetjes: zacht en dik. Kleine teentjes die wij onwillekeurig snel telden. Hij wil het niet weten maar ik kuste zijn mollige voetjes. Ruikend naar de speciale baby-olie die we in het badje lieten glijden. Een soort wasverzachter voor baby’s. Nooit meer ruik ik die geur. Zo zoet, zo zacht.

De man op de kruk met zijn laptop schreeuwt nu tegen het scherm. Niemand schenkt aandacht aan hem. Hij heeft een druipsnor. We pakken onze tassen op en lopen naar gleis 35. De trein naar Lermoos, Abfahrt 9.13, staat punktlich en piekfijn voor ons klaar. Het is 8.45 uur. Kom daar in Nederland eens om. Een schone, verwarmde trein, tafeltje in het midden, stopcontact boven ons. Een blauw bordje tegen de wand met een doorkruiste telefoon, een doorkruiste sigaret en een gestileerd mens dat het sst-gebaar maakt. Stilte. Tegenover mij hangt een kaartje: Oberau, Garmisch-Partenkirchen, Griesen, Ehrwald, Lermoos. We rijden zo de bergen in. Exact om 9.13 uur vertrekt de trein.

En stilletjes neem ik afscheid. Afscheid van de tijd. Die voortgaat. Voort en voort. Tot en met maat 41.

Advertisements

Leave a Reply

Please log in using one of these methods to post your comment:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out / Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out / Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out / Change )

Google+ photo

You are commenting using your Google+ account. Log Out / Change )

Connecting to %s