Afgelegen



De week ski-vakantie in Oostenrijk zit er op. En er valt wéér sneeuw. Aan sneeuw geen gebrek dit jaar. Aan zon wel. Maar hé, mij hoor je niet klagen! Mijn wangen zijn rood van de buitenlucht, de frisse wind, de koude sneeuw. Hoe stoer is het te skiën in vlagen van vlokjes naar een afgelegen berghut? 

Mijn zwarte sjaal, Sint-cadeau van de kinderen voor mijn man, is ook zo stoer. Het nepmerkje is door alle sneeuwval vaak bedolven onder wit. Kriegelig zegt mijn zoon ‘s ochtends: ‘draai die sjaal om.’ Hij ergert zich aan het nepmerkje om de nek van zijn stokoude moeder. Maar ik draai hem niet om. Ik ski met mijn stoere sjaal plus nepmerkje naar de afgelegen berghut.
De weg naar de hut loopt via een smal pad met daarin wat ski-sporen van avonturiers voor ons. Vele hobbels in het pad wippen mij en mijn ski’s op onverantwoordelijke wijze veel te snel achter elkaar de hoogte in. Ik herinner mij opeens de skilessen van ‘Der Toni’. Vijfenveertig jaar geleden: ‘beugen, die Knieën!’ O ja, buigen moet je ze. En ik hobbel onflatteus het pad af. 
In de hut is het warm. En het hobbelpad schrikt niet af want vol is het. We schuiven aan bij een tafel met vier jonge Duitsers. Twee stellen. De man naast mijn zoon is groot en blond. Onwillekeurig denk je direct aan het woord Edelgermaan. Deze Germaan lijkt sprekend op een jonge Hans van Breukelen. Die forse kin. Ja.  Sprekend. De meisjes, jonge vrouwen, zijn donker. Eén is zeer knap. Dat vinden zowel mijn zoon als ik. Er is weinig te doen hier in deze hut. Geen WiFi en de menukaart hebben wij helemaal doorgenomen. Deze is gevarieerd en beschrijft in krullerig schrift sprookjesachtige gerechten als ‘Holzhäckerbrot mit Speck und Ei’. In het boekwerk is te lezen dat ‘Werner und Bettina’ alles ‘mit Liebe’ bereiden. Alle ingrediënten zijn biologisch, het brood komt van een ‘spezial-Bäckerei’ en de worsten zijn zelf gemaakt van biologisch vlees. 
Het is daarbij brand- en brandschoon in de Wolfrathauserhütte: blinkende toiletten, warm water uit glimmende kranen en voldoende zeep uit de automaat. Zonder aangekoekte restjes aan het tuutje. 
De vriendin van Hans van Breukelen kijkt mismoedig door één van de popperige raampjes naar buiten. Het sneeuwt en sneeuwt maar door.  Zij bestelt nog maar ‘ein Schiwasser.’ De vrouw van stelletje twee is echt mooi: donker haar, bijna zwart in een gedraaid knotje. Een lach waarbij spierwitte, rechte tanden te zien zijn. ‘Indisch?’, opper ik. ‘Turks’, denkt mijn zoon. En ja, dat kan ook. Ik denk opeens aan de televisie-serie ‘Unsere Mütter, Unsere Väter.’ Ja, daar doen deze vier mij aan denken. De in de serie vijf vrienden en vriendinnen die de Tweede Wereldoorlog doorkomen van al hun illusies beroofd. De Duitse soldaat, de Joodse jongen, de Duitse verpleegster. Een compleet uit elkaar geslagen generatie en vriendenclub. Tragisch en zo mooi gefilmd. 
Even later moeten de twee stellen, net als wij, na alle biologische heerlijkheden toch de berg weer af. Het sneeuwt en sneeuwt. Ik zet mijn helm op, mijn bril eronder. Mijn jas dicht. En mijn sjaal! Ik knoop deze zorgvuldig om mijn oude nek. Driedubbel dik. Het merkje naar voren.

Advertisements

Leave a Reply

Please log in using one of these methods to post your comment:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out / Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out / Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out / Change )

Google+ photo

You are commenting using your Google+ account. Log Out / Change )

Connecting to %s