Regels zijn regels 

Het is dinsdag. Vandaag bel ik Mieke van de thuiszorg. Mijn vader heeft een nieuwe schoonmaakhulp, Cassandra. Hij laat het niet zo merken maar het klikt niet echt met deze hulp.

‘Kijk, nu heb ik twee keer gevraagd of ze onder mijn bed wil schoonmaken, maar nou ja, je ziet het zelf wel.’ En ik zie het. Stof. Van die wolkjes rond de bedpootjes en onder het bed.
‘Waarom is de keuken niet schoongemaakt, pa?’, vraag ik hem. Zijn kookplaatje zit vol vuil en de glans van het staal is er af.
‘Ja, dat mag ze niet meer schoonmaken. Dat zijn de nieuwe regels sinds 1 januari’, vertelt mijn vader. ‘Maar ik maak dat zelf wel schoon, hoor.’
‘Wat doet ze nog wel in die twee uur?’, vraag ik.
‘De vloer, het toilet en de badkamer’, somt mijn vader op. Een keer in de zoveel tijd doet ze de ramen. Maar heel veel mag ze niet meer.’
‘Maar dan is ze toch zo klaar?’ Ik kijk rond. Een slaapkamer, anderhalve woonkamer, een kleine badkamer en een klein toilet.
‘Wat doet ze als ze klaar is?, vraag ik.
‘Ze werkt heel langzaam’, vertelt mijn vader, ‘ze doet er steeds langer over.’
De vorige hulp van mijn vader was Chantal. Chantal deed alles wat de thuiszorg destijds waarschijnlijk al verboden had: een bak vullen met aarde waar mijn vader bloembolletjes in stopte. De boekenkast samen met hem opruimen. Een kledingkast ordenen. En ze bracht wel eens glas naar de glasbak. Tot mijn vreugde keek ze ook zo nu en dan in de ijskast. Mijn vader bewaart graag eten in bakjes en zakjes. Van alles dat over de datum is beweert hij dat ‘je dat nog prima kan eten.’ Gelukkig vond Chantal dat niet en gooide ze wel eens wat weg. Als ik dat doe wordt hij boos.
Mijn vader kon goed opschieten met Chantal. In december is zij ontslagen. En nu is Cassandra er. Of niet, want afgelopen vrijdag was ze ziek.
‘Kijk, ik heb zelf de keuken schoongemaakt. Ook de afvalbak heb ik helemaal gepoetst.’ Mijn vader wijst mij op de grote afvalbak van roestvrij staal.
‘Hoe heb je dat gedaan?’
‘Gewoon met Glassex en een doek. Wel een heel gedoe hoor. En bukken gaat echt moeilijk.’
Ik baal. Een drieënnegentigjarige die thuiswoont, zelf kookt, met zijn kleindochter boodschappen doet, wast, kortom heel veel zelf doet toch zijn schaarse energie laten inzetten voor het schoonmaken van een enorme prullenbak.
‘Waarom doet Cassandra dat niet?, vraag ik kribbig,’ zo’n prullenbak schoonmaken, dat is toch veel te zwaar voor jou?’
Ja, dat zijn de regels, zegt mijn vader, ‘het mag gewoon niet,’
‘Pa, regels zijn er voor mensen, mensen zijn er niet voor regels.’ En in stilte verwens ik Cassandra, de onnozele, die alles ‘volgens de regels doet’ en minder snel gaat werken om de twee uur vol te maken.
‘Mam, ze heeft er gewoon geen plezier in’, zegt mijn dochter.
Dus ik bel. ‘Met Mieke van de thuiszorg’, zegt een opgewekte stem. En ik vertel mijn verhaal. Over Chantal. Over Cassandra. Over de stofwolkjes, de twee uur die langzaam worden volgemaakt, het kookplaatje en de prullenbak. Ik eindig met het verhaal dat de ijskast ook niet meer wordt bekeken.
Mieke van de thuiszorg hoort mij aan.
‘Ja, het klopt, de regels zijn veranderd. Het huis moet ‘schoon en leefbaar’ zijn.
‘Een schone kookplaat hoort daar niet bij?’
‘Nou,’ legt Mieke van de thuiszorg uit,’ als iemand zelf kan koken kan hij ook het kookplaatje schoonmaken. Dat is de regel.’ Ik sta paf van deze beleidslogica. En ik heb geen zin om uit te leggen dat het niet zo mooi is dat de schaarse energie van mijn vader gaat zitten in het schoonmaken van kookplaatjes en een roestvrijstalen prullenbak. Dat hij al zo moe is na het staan in de keuken bij het koken.
En ik? Ik kan het ook doen natuurlijk. Maar ik vind het fijn om twee keer per week met hem te babbelen. Over koetjes en kalfjes. Ik vind het leuk om een harinkje voor hem te halen. Hem eens mee te nemen naar een gezellig koffietentje. Hij vindt het fijn dat ik met hem naar de huisarts ga, naar het ziekenhuis. Hij wil ook niet dat ik bij hem schoonmaak.
Zijn kleindochter doet boodschappen met hem. Ze strijkt zijn was. En ze babbelt lekker met hem over van alles.
Mijn broer belt hem bijna iedere dag. Mijn vader eet tweewekelijks bij hem. En als het kan komt mijn broer ‘s woensdags langs en doet hij wel eens een klusje.
Dat is mantelzorg.
De thuiszorg ondersteunt hem bij het huishouden. Mieke van de thuiszorg vindt wel dat de ijskast bij een ‘schoon en leefbaar huis’ hoort. Nou, dat is fijn. En ze vervangt binnenkort Cassandra voor een andere hulp. Ze snapt wel dat het niet zo klikt. ‘Het is een jong meisje en een beetje onervaren’, zegt Mieke.
Sip zegt mijn vader als ik hem dit vertel: ‘dan moet ik weer alles uitleggen.’
‘Ze nemen goedkope jongeren aan, mam, die zien dit gewoon als een simpel bijbaantje’, sombert mijn dochter.
Waar is Chantal? Was zij te duur? Te ongehoorzaam? Hoe jammer is het dat het zo gaat en hoe mooi zou het zijn als Chantal samen met hem weer dit jaar de aarde in de plantenbak had kunnen doen. Dan zou mijn vader de bolletjes erin stoppen. En zou hij blij en trots aan mij de gevulde bak laten zien waarin eens de bloemen opkomen.
Nu heeft hij zelf met veel gemors van aarde de bak gevuld. ‘Morgen doe ik de bollen erin. Ik ben kapot.’
Tja, regels zijn regels.
Advertisements

Leave a Reply

Please log in using one of these methods to post your comment:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out / Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out / Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out / Change )

Google+ photo

You are commenting using your Google+ account. Log Out / Change )

Connecting to %s