De (Vrije) School

Omdat het weekend vol zat met zinnige en onzinnige zaken (van een zondagse zoektocht naar een beige trenchcoat (xs) tot en met het planten van violen), lees ik dinsdag pas het artikel in de Volkskrant over de Vrije School: ‘Hoe overleven we de Vrije School?’

Een paar jaar geleden belandden wij, als ‘gewone’ ouders, ook op de Vrije School met onze kinderen. Na een steeds stiller wordend oudste kind en een jongste met altijd buikpijn besloten we de Christelijke dorpsschool te verruilen voor ‘De Toermalijn’ in het nabijgelegen Hillegom.
Tot mijn verbazing bleek in dit Bollendorp een Vrije (basis-) school te zijn. Na een gesprek met de directrice (‘mijn zoons houden van computeren maar de oudste breit nu ook graag’) en de verzekering dat men ook een leerlingvolgsysteem hanteerde, fietsten wij voortaan ‘s ochtends naar onze buurgemeente.
Onze dochter werd op de Vrije School inderdaad vrij: ze werd minder stil, ze had plezier, ze tekende, viltte en knutselde zich een ongeluk. Iets dat op de vorige school alleen maar kon ‘als de rekentaak af was, het tafeldiploma was gehaald en de aardrijkskunde- toets was afgenomen.’
Op de Toermalijn mocht ze niet met tekenen de zwart gebruiken (zat niet eens in de doos) en waren viltstiften uit den boze. Nou ja, zwart had ze thuis en aan de keukentafel tekende ze lekker met stiften.
De jongste had geen buikpijn meer, was niet meer zo verlegen, sterker nog, hij vertelde tot groot plezier van meester Frank, al na een paar weken een heel schunnige mop. Die hij van een (Christelijk school-) vriendje had gehoord. Meester Frank kwam niet bij van het lachen, de kinderen hadden de mop niet begrepen, net zo min als ons kind. 
Het was een verademing: kinderen die met plezier naar school gingen, geen buikpijn meer, ze deden zelfs mee aan toneelstukken en ze durfden voor de klas een vieze mop te vertellen.
En natuurlijk gingen de kinderen na het springen over het laatste Sint Jan’s vuur naar de Vrije middelbare school. Dat werd zes jaar flink fietsen, maar ach, prima voor de conditie.
Het bleek dat het onderwijs op ‘de middelbare’ wel erg afhing van de mentor, die de meeste lessen gaf. De oudste bofte, de jongste niet. En dat leidde uiteindelijk tot het met heel veel moeite overstappen naar een reguliere middelbare school van onze veertienjarige zoon. Hij had de balen van zijn mentor, de vakken hout, metaal en tuin en de ‘vaagheid’: ‘ik wil naar een school waarop ik moet leren en gewoon weet waar ik aan toe ben.’

Prompt bleef hij zitten. En niet zo’n beetje ook. Nu doet hij eindexamen HAVO. Hij wil misschien naar de Hogere Hotelschool. Een goede opleiding, veel buitenlandse stages, alles in het Engels. Zijn motivatie: ‘ik wil een goede baan.’ Ik weet niet of dat de juiste instelling is voor deze school die bol staat van het woord ‘hospitality’. Maar hij komt er wel.
Onze dochter schrok zich in de vierde klas (daar heel verwarrend de tiende klas) van de Vrije School een ongeluk: VWO-ers moesten in twee en een half jaar tijd alle lesstof inhalen die in de eerste drie jaren niet aan bod gekomen was. Op wilskracht kwam ze er doorheen. Met bijles voor Frans. De bijlesjuf belde ons verbijsterd op: ‘ik begin helemaal opnieuw, ze heeft totaal geen kennis van de taal-opbouw en nul komma nul woordenschat.’
Twee jaar keihard werken leverde haar het VWO-diploma op. Ze studeert Criminologie. Tekenen doet ze niet meer. Frans spreekt ze niet. Maar gelukkig is ze. 
Zelf zegt ze: ‘mijn kinderen gaan niet naar de Vrije School. Het is wel leuk met al die verschillende kinderen met gek haar, andere kleding. Maar als je een gewoon kind bent dan vinden ze je niet echt leuk.’ En ‘zes uur tuin in de week en maar twee uur Engels, waar altijd een uur van uitviel was ook echt bizar…’
Ach, ik weet het niet. Zeker weet ik wel dat het die Christelijke dorpsschool voor onze kinderen in ieder geval niet was. Alhoewel mijn oudste kind nu zegt: ‘gelukkig heb ik  daar nog wel de tafels geleerd. Ik heb er een hoop plezier van gehad. Anderen kenden die echt niet!’
Maar altijd ‘pastel-kleurwakken’ verven (‘ik wilde gewoon iets leuks schilderen!’), vilten en ‘tuin’ is het ook niet. Een mix zou mooi zijn: vrolijke speelsheid in pastel met aandacht voor de tafels (gewoon maar stampen). Soms een zwarte stift mogen gebruiken naast riet vlechten en metaal bewerken. En een uur tuin en twee uur Engels, die gewoon doorgaan, zou wat evenwichtiger zijn. 
Tot slot, en dat geldt natuurlijk voor elke school, zoek en vind bevlogen leraren die van hun vak houden, hun kennis met plezier en enthousiasme overbrengen en kunnen lachen om een vieze mop.
Dan komt het helemaal goed met de (Vrije) school!
Advertisements

Leave a Reply

Please log in using one of these methods to post your comment:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out / Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out / Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out / Change )

Google+ photo

You are commenting using your Google+ account. Log Out / Change )

Connecting to %s