Eten & dromen enzo

 

 

Als ik de badkamer binnenloop ruik ik vaag de geur van doucheschuim, tandpasta en doorgetrokken w.c. Het luchtje van mijn zoon zweeft er doorheen. Het is eerste Paasdag. We slapen lekker uit. Ons paas-ontbijt begint pas om half twaalf. Om zeven uur steekt onze zoon zijn hoofd om de deur. ‘Pap, mam, heb je wat geld voor mij?’ Pap en mam hebben beiden geld voor hem en zijn beiden wakker. Pap rommelt in zijn portemonnee, ik mompel: ‘ik heb nog wel een tientje.’ Zachtjes lachend loopt ons kind naar mijn tas. Hij haalt het tientje eruit. ‘Fijne Pasen!’, grinnikt hij en hij loopt de deur uit. ‘Succes!’, zeg ik en ik draai mij weer om. 

                         *
Vandaag is de laatste dag van zijn examencursus Economie in Leiden. In drie dagen wordt hij bijgespijkerd in wat hij tijdens de afgelopen twee, drie jaar zelf geleerd zou kunnen hebben. Of ben ik te cynisch?

‘Ik ken zoooveeeel mensen, daar, iedereen die ik ken doet zo’ n cursus’, zei hij gisteren. 
‘Zit je met Thijs in een groep?’
‘Nee, dat is wel jammer, ik zit niet bij hem.’ Gelukkig maar. Thijs is één van degenen die het dagelijkse opletten in de klas wel eens lastig maakte door al zijn grappen en grollen, leuker dan alle lessen van welke leraar dan ook. 
                         *
‘Mijn leraar daar studeert Econometrie in Cambridge.’ In zijn stem klinkt ontzag en bewondering door. ‘Eén van de zwaarste en moeilijkste studies en dan in Cambridge. Hij wordt zeker miljonair!’ Onze zoon wordt rijk. Het liefst slapende, grappen wij wel eens. Hij ligt graag en veel op zijn bed, zappend, computerend, ondertussen muziek beluisterend. 
                         *
De zucht naar gemakkelijke rijkdom wordt vast ook ingegeven door de omgeving waarin hij zich beweegt. Het lijkt er hier wel eens op dat de bomen tot in de hemel groeien. Vriendjes met Vespa’s, vriendjes die in de Porsche van hun vader naar school rijden. Zelf komt hij niets te kort, maar een brommer krijgt hij niet (te gevaarlijk) en hij rijdt wel eens, samen met één van ons, in onze tien jaar oude Corsa (niet heel cool).
                         *
Op de dag voor Pasen bezoek ik met mijn dochter een festival. Het Culy Food Festival in de oude suikerfabriek in Halfweg. Het toeval wil dat ik ooit werkte in dat gekke dorp, ingeklemd tussen de ringvaart en de snelweg Haarlem-Amsterdam. Op de valreep, vlak voor de zomervakantie van 1989, kreeg ik de door mij felbegeerde baan van juf van groep 5 en 6. Het fel begeren kwam vooral voort uit het feit dat ik terug wilde naar de Randstad, na ruim twee jaar in Heerlen te hebben gewerkt. Ik verlangde naar mijn vriend, de zee, naar de door mij ooit verguisde geboortestad (‘saai’), maar bij nader inzien, fijne Haarlem. Limburg was mooi, Maastricht prachtig, maar voorgoed daar wonen wilde ik niet. 
                         *
In de hoedanigheid van juf bezocht ik in de Halfweg-tijd de suikerfabriek. Deze was toen nog in werking. Vanaf het najaar kwamen de bieten, vol aarde en sliertjes wortel, aan na een hobbelige tocht op de tractor-aanhanger van de boeren uit de omgeving. De wegen rond Halfweg waren dan glad van de gemorste aarde, bietenpulp en plat gereden wortels. Uit de bieten haalde men in Halfweg de suiker. Ik ben glad vergeten hoe. Ik herinner me alleen de enorme hallen met tonnen en ketels, waarin ze persten, drukten of de bieten in verwarmden.
                         *
De grote hallen, ze zijn nog mooi in tact. Alleen verzamelen zich daar nu niet bietenboeren, maar culi’s uit alle windstreken. Twintigers en dertigers zijn oververtegenwoordigd: allemaal, net als mijn dochter, geïnteresseerd in gezond en lekker eten. Omdat alle workshops vol zaten (‘Ah mam, wat jammer, ik wil graag naar de workshop van Tony Chocolonely!’) staan wij een half uur voor opening te blauwbekken voor hal één. Even hagelt het zelfs. Links van mij stijgt om de twee minuten een vliegtuig op. Voor mij rijst de zilverkleurige, ronde hal op en achter ons vormt zich een lange rij. 
                         *
Wij moeten ons inschrijven voor nog openstaande workshops en dat kan direct na de opening, om één uur. Ik wil graag naar de workshop van Brandt en Levie, een hippe slager van droge worst. Ook kunnen we ons melden bij ‘Riek en vork’. Geen idee wat het inhoudt, maar dat zien we wel. We proberen nog de volgeboekte workshop van ‘Tony Chocolonely’, misschien een niet opgehaald kaartje?
                         *
Brandt en Levie lukt. Riek en Vork is iets vaags met een pompoen en appelcompote (en dat voor twee muntjes ad € 2,50), dus dat doen we niet. Tony zit en blijft vol. We troosten ons met het eten van een oester (‘Mam, wat is dat gruwelijk smerig, alsof ik een hap zeewater heb genomen en ik krijg die smaak niet weg’) en eten royaal opgediende Labna, zoutige Marokkaanse yoghurt met granaatappelpitjes, munt, knoflook en sliertjes olijfolie, begeleid door een dunne deegflap, al la roti. 
                         *
Nu zitten wij vol. En dat is jammer van het broodje met gepocheerde ei en spinazie, de goddelijke dim-sums, de interessante tomatenburger en de geweldige bitterballen die uitgeserveerd worden door een meisje dat in een bitterbalhuisje staat. Een half-opengeklapte bitterbal. Het lukt ons nog net een kop Dilmah thee te drinken met een blauwe macaron, versierd met zilver en goud, omringd door tongstrelende vlokjes witte chocolade en blauwpaarse bramen.
                            *
En dan moeten we naar de workshop van Brandt & Levie. Naast hun hot-dog-kar is een kring van houten stoeltjes neergezet. Wij nemen braaf plaats in de kring, vlakbij de buizen waar warme lucht doorheen geblazen wordt. Heerlijk, ik leg mijn handen er tegenaan, want het is koud in deze suikerfabriek. Een vrolijke jongen van een jaar of vijfentwintig, dertig stelt zich netjes aan ons voor: ‘Samuel’. Dat moet Samuel Levie zijn, één van de jonge oprichters van Brandt & Levie. Hij draagt een kort wit jasje, een blauwe droogdoek hangt om zijn hals. Net echt. Voor ons ligt op een tafel een varkenskop, verderop liggen stapeltjes gesneden worst, een soort ham en plakjes salami. Een grote leverworst ligt in zijn plastic omhulsel te glanzen naast alle plakjes.
                          *
Samuel begint met vertellen en al gauw hangen wij aan zijn lippen. Deze student Politicologie werd gegrepen door het maken van worst. Van varkens, wel te verstaan. Hoe komisch, een Joodse jongen die gegrepen is door het maken van worst van varkens. Hij maakt deze grap zelf en lacht er hartelijk om. Hij spreekt enthousiast over zijn reis (met Jiri Brandt) naar Corsica (‘daar eten de varkens vooral kastanjes uit de kastanjebossen. Ze krijgen er een heerlijke smaak van’), naar Piemonte, Italië waar de beroemdste worstenmaker deze goedlachse, Joodse jongen en zijn vriend uiteindelijk wel iets wilde leren over droge worst maken uit varkensvlees. Hij betoogt hoe belangrijk het is dat het hele varken wordt verwerkt. Hij wijst ons op de kinnebak van de varkenskop (‘heerlijk vet spek’) en op de organen als hart en lever (‘zalig in de paté’). 
                         *
Hij glundert en straalt, deze Samuel uit Amsterdam En samen met Brandt maakt hij het merk Brandt & Levie zo populair dat topkoks met hen samenwerken en (biologische) boeren graag hun varkens aan hen leveren. Als hij vertelt dat ze niet goed wisten wat te doen met al het vet van de varkens dat overbleef (‘en we willen het hele varken benutten’) vertelt hij dat ze er zeep van maken. ‘Na de eerste keer douchen met onze zeep klaagde mijn vriendin dat ik naar varken rook!’ Nu krijg ik heel nare associaties van een Joodse jongen, vet en zeep. Maar ik zet me eroverheen en ik ruik aan het zeepje dat ze maken in samenwerking met een vrouw die verstand ervan heeft. Het ruikt sterk, niet echt heel lekker, toch een beetje naar varken? Of lijkt dat zo omdat we naast de varkenskop zitten en het verhaal kennen achter het zeepje?
                           *
Dan is het tijd om te proeven. De salami is heerlijk, de dunne plakjes ham verrukkelijk, de paté fijn stroef en tongstrelend en de leverworst…Zulke lekkere leverworst heb ik nog nooit gegeten…
                         *
Samuel. Hij maakte zijn studie af maar doet wat hij het liefste doet, worst maken. En ik denk aan mijn volgende leven. Samen met Rob maak ik de lekkerste patat van de regio, met Noord-Hollands zuurvlees. Patat, van mooie, grote aardappelen, zelf geschild en gesneden. Zuurvlees, gemaakt van het malse vlees van koeien die huppelden in sappige weilanden. 
                          *
Heerlijke mayonaise gaat erbij (‘Belze’), we stoppen de patat in hagelwitte puntzakjes en je krijgt er een klein, rood-wit geblokt servetje en houten vorkje bij. Ons frietkot trekt klanten uit heel Noord- en Zuid-Holland. Maar we blijven klein. We snijden zelf onze friet, kennen de aardappelboeren van onze aardappels. Frituren onze frieten in de beste olie. Bij ons krijg je niets anders dan de lekkerste friet met het malste zuurvlees en/of echte Belgische mayo. Geen fratsen met kroketten, kaassouflees of andere rommel. Gewoon friet zoals friet bedoeld is.
                          *
Ik hoop dat onze kinderen, net als Samuel, hun dromen najagen in plaats van Vespa’s, Porsches, geld, status. Ik volgde bij nader inzien de meer geijkte weg (zonder Porsche). Samuel en Jiri niet. En kijk, ze maken de lekkerste varkensworst van Nederland, met zorg, liefde en plezier bereid.
                         *
Friet van frietkot ‘van H & J’. Of friet van ‘Eet & Leef!’ Een onvergetelijke ervaring. Ooit.
                          ***

 

Advertisements

Leave a Reply

Please log in using one of these methods to post your comment:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out / Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out / Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out / Change )

Google+ photo

You are commenting using your Google+ account. Log Out / Change )

Connecting to %s