Baliedame

 

Achter de balie van de bibliotheek in dit dorp staan twee dames: de dames van de bibliotheek. Ze zijn niet opvallend, zeer vriendelijk en behulpzaam en ze werken hier al lang. Zo lang als ik hier woon en hier kom zie ik deze dames. Ze praten met elkaar.

‘Wil jij nog een kopje thee, Nel?, vraagt de een vriendelijk aan de ander
‘O ja, heel graag’, antwoordt Nel. 
                         *
En zo kabbelen de dames voort. In deze stille ruimte, gevuld met kasten, boeken en een paar c.d.’s. En tegenwoordig ook twee uitstaltafels waarop boeken liggen. Soms op thema, ‘vakantie’ of ‘moet je gelezen hebben’. Dat laatste wantrouw ik. Wie zegt dat ik dat boek moet lezen? Op de andere tafel liggen thrillers: waarom juist deze thrillers uitverkoren zijn weet ik niet. Zouden de dames deze zelf uitkiezen? Of krijgen ze instructies van hogerhand? Ik loop altijd wel vluchtig langs die tafels. Wie weet, zit er wat bij. 
                         *
Van achter mijn kast zie ik dat de dames allebei thee drinken. Een zit half in de vensterbank, de ander staat achter de uitleenbalie. Innemen doen ze niet meer. Sinds een maand gooien we onze boeken, uitgelezen, in een grijze container. 
                        *
Er komt een oudere heer binnen en Nel zet haar kopje thee in de vensterbank.
‘Ik kreeg laatst deze brief’, zegt de heer op een half-vragende toon. Nel bekijkt de brief.
‘Ja, uw boek is anderhalve maand te laat’, antwoordt Nel.
Nu start de heer een heel verhaal over zijn vrouw die het boek verlengde. In Haarlem. Dat kan tegenwoordig: alle bibliotheken in de regio werken samen en het maakt niet meer uit waar je je boek haalt en brengt.
                          *
‘Tja, dit boek is toch echt veel te laat.’ Nel houdt voet bij stuk.
En daar gaat de heer weer. Over verlengen, over zijn vrouw, over Haarlem. Ik hoor niets nieuws.
‘Nou vooruit’, zegt Nel, ‘voor deze keer.’ En ze houdt een heel verhaal over het zelf verlengen van boeken waarbij je goed moet opletten dat je alle handelingen juist verricht. Maar dat er meer mensen zijn die er moeite mee hebben. Die lieve Nel. Ik kijk even om het hoekje van mijn kast. Het is echt een oudere heer. Opgelucht doet hij zijn, dit keer door Nel verlengde, boeken in zijn tas. Hij bedankt de dames uitvoerig en zegt ze gedag. Hij heeft een vreemd accent. Ik kan het niet thuis brengen. De dames kunnen weer aan de thee.
                         *
Inmiddels is er een andere man in de bibliotheek bijgekomen. Hij loopt voor de kast met de d. Ja, daar wil ik nu net kijken. Ik schuifel langzaam in de richting van de d, maar ik deins terug. Deze man stinkt: een verschrikkelijke mengeling van sigarettenrook, zweet en ongewassen kleding. Bij het terugdeinzen naar de z, ruik ik vleugjes stank die hij op zijn pad achterlaat. En deze man leent ook de boeken die ik misschien leen. Geleend heb. Zal lenen. Opeens begrijp ik de mensen die zeggen: ‘ik lees nooit een boek uit de bibliotheek. Dat vind ik zo smerig.’ Ik zie dat de ongewassen man ook beschikt over ongewassen haar. Het haar hangt sliertig en onverzorgd op zijn boord. 
                        *
Hij loopt op instapsloffen van nepleer. Vroeger als kind had ik deze ook: dicht bij de neus, open bij de hiel. Je schoot er zo lekker gemakkelijk in. Ze waren vooral fijn op de camping. Je stapte eruit bij het binnenlopen van de caravan en erin bij het naar buiten gaan. Onze caravan stond in de duinen. De scherpe, geperste, schelpjes van het pad naar de winkel hadden met je sloffen geen vat op je voeten. Er kwam weinig duinzand in je schoen als je met beleid liep: voet naar voren, ferm en recht neerzetten.
                         *
Ik vind gelukkig vrij snel drie boeken en ik verwacht, of beter gezegd, hoop niet dat mijn smaak overeenkomt met die van de man op de sloffen. Mijn bezoek zit erop en ik loop naar de dames.
                         *
‘O, dit boek is zeer populair!’, zegt de dame waar ik de naam niet van weet. ‘Ik heb me laatst een ongeluk ernaar gezocht.’ Waarom en voor wie ze er naar zocht is niet duidelijk.
                        *
Ik weet niets zinnigs te zeggen maar ik lach haar vriendelijk toe. Ik krijg mijn printje met het overzicht van de geleende boeken en ik loop naar buiten. Ik heb mijn drie schatten. Zo voelt het al sinds mijn kleutertijd, als ik met een volle tas boeken aan de hand van mijn moeder van de bibliotheek naar huis liep. De zon schijnt. En dan is het ook nog weekend. 
                       ***

 

Advertisements

Leave a Reply

Please log in using one of these methods to post your comment:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out / Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out / Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out / Change )

Google+ photo

You are commenting using your Google+ account. Log Out / Change )

Connecting to %s