Studiereis

 Vorige week kwam onze dochter thuis. Ze was op studiereis naar Roemenië geweest. ‘Roemenië?’, vroeg iedereen aan wie ik vertelde over de reis, ‘Ja, Roemenië. Ze studeert Criminologie’, zei ik er dan maar bij en toen begreep men het. Knipogen vielen mij ten deel, want Roemenië en de Roemenen, nee, zij staan niet echt positief bekend in Nederland. De bekendheid van Roemenen wordt begrensd door ‘goedkope arbeidskrachten’ (op zijn best) tot en met sluwe inbrekers (slechter) en zwaardere criminelen (op zijn slechtst). 

                         *
Ons kind zag er na die week Roemenië goed uit: niet al te zware kringen onder de ogen, weer een tikje volwassener leek wel en nadat ze was neergeploft op de buitenbank, kwamen de verhalen.
                         *
‘Roemenen zijn heel onaardig en Boekarest, daar is niks te zien.’ Zo, voor iedereen die nog plannen heeft de kant van Roemenië op te gaan, is dit duidelijke taal. ‘Ik dacht dat we midden in het centrum logeerden, nou, ik heb geen centrum gezien. Blijkt er ook niet te zijn, er is niets. Geen leuke winkels of mooie winkelstraten, alleen maar brede straten met loshangende draden ertussen.’ En ze illustreert haar verhaal met een enkele foto: ‘ja, ik heb maar een paar foto’s, er viel niets te fotograferen’, moppert ze. ‘Kijk, mam, van een afstand lijkt dit nog wel een aardig gebouw, maar (twee fijne vingers vergroten het beeld) nu zie je dat het een armoedig gebouw is. Zie je al die draden?’ En ik zie ze: een kluwen electriciteitsdraden hangt tussen twee gebouwen in. Een in elkaar gedraaide, onontwarbare kluwen. Waarschijnlijk net zo onontwarbaar als de politieke en sociale situatie in Roemenië, want daar zijn we nu beland.
                         *
‘Op straat zie je echt armoede, veel kinderen die bedelen. Ik heb bijna al mijn geld besteed aan het kopen van broodjes voor deze kinderen. Ik kon het niet aanzien.’ Ze staart voor zich uit. Ons nuchtere kind is gelukkig wel een mens. Een mens dat onrecht en misstand ziet en op haar eenvoudige wijze daar wat aan doet. En dat is fijn om te zien, fijn om te horen.
‘Bij het hostel mochten we niets geven, anders zou iedereen daar naar toe komen, maar in de stad heb ik het zoveel mogelijk gedaan’, vertelt ze, nog steeds met een starende blik in de ogen. In die blik zie ik haveloze jongetjes met donkere ogen en een grauwbruine huid die hun handen smekend uitsteken naar deze bevoorrechte studenten. Hun kleding gehavend en groezelig. 
                         *
Ik moet denken aan de beelden van Roemenië na de val van Ceaușescu: verschrikkelijke beelden van kinderen, vel over been, vastgebonden in vieze bedjes. Donkerbruine ogen in uitgemergelde gezichten, weggestopt in tehuizen waar al deze kinderen vegeteerden zonder liefde, zonder zorg, met net genoeg eten om net in leven te blijven. Het zal nu iets beter zijn, hoop ik, maar in de ogen van mijn kind zie ik nog steeds een groep kwetsbaren die zonder verzorging op straat rondlopen.
                        *
‘We waren ook in de gevangenis. Ze vertelden dat het de modernste gevangenis van Roemenië was. Na dit verhaal dacht ik dat we een soort hotel zouden zien. Ze zitten daar met vijftien mensen in een cel. We mochten er gewoon in lopen, al die mensen, ze staren je aan, vanaf hun bed. Na een cel had ik het wel gezien.’ 
                        *
Vervolgens vertelt ze het verhaal van een kroegentocht waarbij een van de meisjes bewusteloos raakte van de ‘shotjes’. ‘Ja, ik neem die niet, ik weet dat ik daar niet tegen kan. Ik drink wel, maar niet iedere keer zo’n shotje. Het is zo’n aardig en serieus meisje, ik krijg altijd haar samenvattingen. Opeens raakte ze bewusteloos. Wij allemaal in paniek, we dachten dat ze dood ging.’ Nu staan haar blauwe ogen wijd open. ‘Ik heb midden op de weg gestaan om een taxi aan te houden. Ze zijn allemaal zo onaardig. Eindelijk stopte er een, deze taxi-chauffeur was wel vriendelijk. Hij legde haar achterin de auto. Het was nog wel een eind naar het ziekenhuis. Ook daar zijn ze zo onaardig. Niets zeggen ze, ze kijken je alleen aan. Wij moesten allemaal huilen, we dachten nog steeds dat het heel slecht ging met haar. Maar wij hoorden niets. Toen moesten we haar ouders bellen.’ 
                         *
Wij horen het verhaal ademloos aan. Ik denk aan de ouders: hoe voel je je als je hoort dat je dochter bewusteloos is geraakt en in een Roemeens ziekenhuis ligt? ‘We konden ze verder niets vertellen want wij hoorden dus niet wat er aan de hand was en of het beter zou gaan met haar. Wel zagen we dat ze een infuus kreeg.’ Weer denk ik aan de ouders. Waarde destijds ook geen aids rond in Roemenië? Iets met bloedtransfusies en smerige naalden? Ik huiver en dank stilletjes God dat mijn dochter hier zit, naast mij, als verteller en toeschouwer.
                         *
‘Gelukkig knapte ze ‘s nachts op en mocht ze weer met ons mee.’
                          *
Daarna krijgen we het verhaal te horen over het bezoek aan de ambassade (‘ik gooide daar nog een glas wijn om, gelukkig was het een witte en kwam de wijn niet op het pak van de ambassadeur’), een lezing op de universiteit (‘een vriendin van mij werd ziek en moest overgeven. Ik ging met haar mee. Daarna verdwaalden we in dat enorme gebouw. We deden een deur open maar daar was een vergadering. Iedereen keek naar ons’) en een bezoek aan de rechtbank (‘Nederland doet veel aan het opzetten van een goed rechtssysteem in Roemenië. Maar het land is nog super-corrupt’).
                         *
Er is nog meer: het misselijke meisje wordt flink ziek en wil eerder naar huis. Op het vliegveld bemachtigen haar vriendinnen een ticket. Echter, deze kan alleen met credit-card betaald worden. ‘Wij hadden geen van allen een credit-card. Maar je gelooft het niet: opeens zagen we onze hoogleraar lopen. Hij ging ook eerder naar huis. Hij heeft voor haar dat ticket betaald.’ Thuis blijkt het meisje een acute blindedarmontsteking te hebben. Dan is er nog het verhaal van een taxi-chauffeur (‘niet die aardige’) die de paniekerige meisjes tijdens die nacht van de ‘shotjes’ € 60,- liet betalen (‘zo’n ritje kost eigenlijk maar € 3,-, alleen waren wij zo van slag dat we niet meer nadachten…’) 
                         *
Kortom, het was een interessante studiereis. Nou ja, studiereis…Een reis naar het leven, een stap in de wereld, groter dan Bennebroek, Amsterdam, Nederland. Een stap naar volwassenheid, ‘one small step for a woman, one giant leap into maturity’. 
                         
                       ***

 

Advertisements

One thought on “Studiereis

  1. Inderdaad een “studie”reis die ze nooit meer zal vergeten. En het is ook goed als je er zoals je dochter van terugkomt, maar als mijn zoon volgende week thuiskomt met de vraag of hij op.studiereis naar Roemenië mag, zal ik toch iets langer nadenken.

    Liked by 1 person

Leave a Reply

Please log in using one of these methods to post your comment:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out / Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out / Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out / Change )

Google+ photo

You are commenting using your Google+ account. Log Out / Change )

Connecting to %s