De dochter

 
Zondag zou ik op de fiets stappen om mijn vader te bezoeken. Maar helaas, het miezert en ik pak de auto. Als ik, iets eerder dan telefonisch aangekondigd, de gang inloop, zie ik de deur van de berging naast de flat, openstaan. In de berging staat mijn vader gebogen over een doos met de kartonnen flappen van het deksel opengeklapt. Hij rommelt erin, duidelijk op zoek naar iets. ‘Hallo, wat zoek je pa?’

                          *
Hij kijkt op, puft en veegt het zweet van zijn voorhoofd. Hij graait in een doos met in elkaar gedraaide kabels, een ondefinieerbaar ijzeren geval: ‘he, hier kan ik mijn vlag aan ophangen!’ en andere rommel. Hij tilt met veel moeite een doos op en zet deze op een flinke stapel andere dozen. Ik verberg mijn opkomende kribbigheid. ‘Wat zoek je?’, herhaal ik.
                            *
‘Een föhn’, is het antwoord, ‘de laden van mijn vriezer zijn weer vastgevroren.’ Dat euvel ken ik. Eerder gebruikte hij daarvoor de föhn van mijn dochter, maar die föhn verhuisde met haar mee naar Amsterdam. Dus zoekt hij nu zijn eigen föhn. In een van de ruim twintig dozen rotzooi, ruim twee jaar geleden door mijn broer en mij ingepakt en verhuisd.
                            *
‘Voor minder dan € 20,- kan je een nieuwe kopen bij de Blokker, dat bespaart je een hoop ellende.’
Maar nee, geen cent geeft mijn vader uit aan een voorwerp dat ‘zeker in een van dozen zit.’ 
                            *
Het is hard, maar ik laat hem alleen in de berging. Hij wil toch niet dat ik hem help en ik erger me aan de capriolen die hij uithaalt voor een föhn. Intussen erger ik me aan mijn ergernis. Wat is dat toch? Wat maakt het mij uit dat mijn oude vader zijn rommel bekijkt? Diep in mijn hart weet ik het. Ik vind het vreselijk dat hij al die rotzooi bewaart, niets weggooit. Ik begrijp niet zijn verzamel-en bewaarwoede van in mijn ogen onnozele spullen als een verroeste vlaggenstokhouder, een föhn uit het Stenen Tijdperk, kabelkluwens die je nooit gebruikt.
                         *
Daarbij wist en weet hij altijd alles beter en heeft hij vast voor een zacht prijsje deze waardeloze koel-vriescombinatie gekocht. Ook dat vind ik ergerniswekkend: altijd voor het dubbeltje op de eerste rang willen zitten, maar uitkomen op goedkoop is duurkoop. 
                         *
Als hij terugkomt en mij in zijn stoel zet: ‘ga lekker daar zitten, die stoel van mij zit heerlijk’, is de ergernis weggezakt en maakt deze plaats voor schaamte. Wat maakt het uit? Deze oude heer, laat hem gaan met zijn dozen, zijn rommel, zijn ‘ik timmer hier even een plankje onder en dan kan ik mijn vlag weer ophangen.’ Ga je gang, veel reuring is er niet meer in dit oude leven.
                         *
En ik blijf extra lang. Om een oorlogsverhaal te horen dat ik nog niet ken. Om te luisteren naar het verslag van zijn bezoek aan een oude vriend waarmee hij binnenkort ‘een ritje wil maken.’ En ik zeg niets maar ik hoop dat dat ritje niet doorgaat. Een 93- en 85-jarige, rondtoerend in een 15 jaar oude auto. 
‘Het heeft geen zin om die nu nog in te ruilen.’
‘Nee pa, dat heeft geen zin.’ 
                          *
En ik neem me voor me niet meer te ergeren, me niet meer te hoeven schamen voor mijn ongeduld en irritatie. De perfecte dochter te zijn. Ja ja, ‘keep on dreaming, my girl…Keep on dreaming…’ 
                        ***
Advertisements

Leave a Reply

Please log in using one of these methods to post your comment:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out / Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out / Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out / Change )

Google+ photo

You are commenting using your Google+ account. Log Out / Change )

Connecting to %s