Over schrijven

 En opeens is tie daar. Het schrijfduiveltje. Een paar dagen verstopt achter in een kast, weg, foetsie, waar dan ook ergens ingedoken om er voorlopig niet uit te komen. Het is raar, dat schrijven. Schrijven vereist leegte. Met een vol hoofd is het lastig schrijven. Een vol hoofd ontstaat niet alleen door werk. Ook een kind dat examen doet en witjes thuiskomt, een man tegenover je met de krant – ook al zit hij heel stil -, boodschappenlijstjes, bezoek van een vriendin, mails en prettige etentjes veroorzaken reuring. Het is prima allemaal, meestal meer dan prima, maar ze jagen het schrijven naar de achtergrond.
                              *

Kijk naar nu: op de achtergrond doet de Ipod zijn best met klassieke muziek die eeuwig voortduurt. Het wonderlijke doosje brengt al vanaf tien uur vanochtend klassieke werken ten gehore. Het is nu twee uur in de middag. Buiten hoor ik het fluiten van een vogel, wakker geschrokken door de zon die opeens na druilregen verschijnt.

                             *

Onder mijn Ipad ligt een stukje krant. Een glossy magazine dat op zaterdag tussen de krant verscholen zit. Na het lezen van de krant en een deel van het magazine weet ik dat de hele wereld schrijft. Harlan Coben, een Amerikaanse thrillerschrijver, die vertelt dat zijn boeken op het nachtkastje liggen van Hillary Clinton, heeft een nieuwe boek geschreven. Dat moet ik even noteren, een goede schrijver deze Harlan Coben, lekkere thrillers schrijft hij. Rick Nieman, de ietwat arrogante nieuwslezer van RTL schreef ook een boek. Een ‘Ventoux’ met motoren, begrijp ik. De dochter van Leon de Winter, net als mijn zoon eindexamen-kandidaat, schrijft. Ze schrijft zelfs in plaats van voor haar examen te leren, vertelt Leon trots in zijn Bloemendaalse woning, zo te zien heerlijk gelegen in het groen.

                              *

Mijn woning ligt ook heerlijk in het groen, en ja, sinds kort wonen wij officieel ook in Bloemendaal. Wel in het dorpse, wat achtergebleven zusje, met wat meer 25-onder-een-kappers dan in het echte Bloemendaal. Het echte Bloemendaal waar ik van houd, omdat ik daar als zesjarige naar school ging en dagelijks door mijn moeder gewezen werd op de mooie bomen in de laan die loopt van het pannenkoekenhuisje naast de toegang van Thijsse’s hof tot aan de Lage Duin en Daalse weg. Lage Duin en Daalse weg, hoe lieflijk en poëtisch klinkt dat?  

                                *

En dan word je schrijver. Gewoon van een simpel blogje. Ooit wellicht van een minder simpel blogje. Een kort verhaal waarvan men denkt: ‘zo een lees ik nooit meer.’ Een verhaal als het verhaal dat ik zelf ooit las. Was het van Belcampo? Ik weet het niet meer zeker. Ik weet wel dat onze lerares Nederlands in de derde klas de stapel stencils uitdeelde en dat ik, toen al een enorme lezer, verstomd op de groene zitbank in onze woonkamer de stencils las en een voor een naast mij neerlegde. Hoe kon iemand zo schrijven? Wie moet je zijn om zoiets te verzinnen? 

                               *

De naam van het verhaal, ik zoek het op. Het verhaal zelf ben ik nooit vergeten. Sterker nog, ik denk er vaak aan. Hele zinnen, een alinea kan ik reciteren. Het verhaal draaide om liefde en vertrouwen. Van de nood een deugd maken. Over dromen van vroeger en een ongewisse toekomst. En het plot? Een zo prachtig plot las ik nooit meer.

                             *

Eigenlijk hoort iedereen dit verhaal te lezen. Van een pak stencils op een groene bank, met een beduimeld tweedehands boek in de hand, met een bibliotheekboek op schoot waarin een viezerik een koffievlek en ander onbestemd vuil heeft achter gelaten. Maar heb je 34 minuten en 53 seconden? Dan kan je luisteren naar een stukje uit het leven van een man, – 35 jaar, schrijver, – met zijn jas ‘als losse hond’ en zijn vrouw. Over opoffering en verdriet, omslaand in toekomst en hoop. Over liefde voor het schrijven en over liefde voor elkaar. Ik verklap niks meer. Maar het verhaal is boeiender dan welk verhaal dan ook, dan welke thriller dan ook en dan welke ‘Ventoux’ dan ook. Het verhaal wordt voorgelezen door Maarten Bronst. Ik ken deze Maarten niet, maar hij leest prachtig voor.

                              *

Op zaterdag 6 juni 2015 vindt een reünie plaats van mijn middelbare school. De school met de treurbeuk, midden in het centrum van Haarlem, achter het stadhuis. Ongetwijfeld ruiken we allen die zaterdag in juni de vage stroopwafellucht van meer dan dertig jaar geleden. Die van de marktkraam iets verderop. 

                              *

En als ik haar zie bedank ik haar. Voor het overbrengen van haar liefde voor lezen op mij, op het aanwakkeren van mijn bestaande boekenliefde. En voor dit verhaal. ‘De achtbaan’. Van Belcampo.

                            *

Mieke Tillema, juf Nederlands.

                           ***

Advertisements

Leave a Reply

Please log in using one of these methods to post your comment:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out / Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out / Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out / Change )

Google+ photo

You are commenting using your Google+ account. Log Out / Change )

Connecting to %s