Verlaten land

 Het is stil. Doodstil. Het lijkt alsof zich in dit dorp geen mens bevindt. Vervallen huizen, afbladderend stucwerk, vale, verwassen deuren: mintgroen, bruin met strepen van oud en verwaarloosd. Het dorp van de vervallen huizen. 
                          *

Drie vale poezen, een lichtrode, een witte en een zwart-witte, hangen op kobaltblauwe vuilnisbakken, hopend op, ja waarop eigenlijk? Geen mens hier dat afval weggooit, er zijn hier geen sporen van beweging, reuring. Stil is het. Doodstil.

                          *

Het dorpje luistert naar de naam Koumaradei. Koumaradei, het rolt over de tong als een gerecht, gekruid met salie dat hier zomaar langs de kant van de weg groeit,-dikke struiken met taaie takken-, afgemaakt met citroen en dikke olijfolie. Rijpe tomaten, vol van smaak begeleiden de koumaradei, en dat is voldoende. Het sap van de tomaat smaakt vol, het vruchtvlees is zacht en stevig tegelijk. Een tomaat met betekenis.

                           *

Eten. Het eten van Bill and Salome, de lunch in Psili Ammos, Nick the Greek, Angelo en het eten van Anna. Eten van betekenis. Hier op een Grieks eiland in Griekse eilanddorpjes. Sommigen doodstil, in anderen dwalen enkele toeristen rond. Niet veel, rustige reizigers, veelal op leeftijd. Ze dragen verkreukelde bermuda’s, vale t-shirts met of zonder opdruk, ze dragen sandalen. Zoveel sandalen: bruin, bruin-groen, roze, stevige en slappe, gezonde en gehakte. Met sokken erin, meestal zonder. Weinig gelakte nagels, meestal oude, gelig, soms gebrokkeld. En allemaal even lelijk. Zowel nagel als sandaal.

                      *

Het eten van Anna. Ooit belandden we bij haar, gewoon omdat ‘Anna’s place’ zich bij ons om de hoek bevindt. Bij ons om de hoek betekent deze week tien minuten lopend bergafwaarts en dan bij de kustweg naar links. ‘Anna’s place’ staat op een pastelkleurig bord met lelijke, pastelkleurige illustraties. Het belooft niet veel goeds dit esthetische wan-begin. Maar het is zo lekker dichtbij, de tafeltjes onder de pergola met groen, lokkend en lonkend met hun dekjes van dun papier. Vroeger bedekte men in de Nederlands-Chinese restaurants ook de tafeltjes met dit dunne papier. De Chinees op het Haarlemse stationsplein, daar aten wij als kinderen een keer per jaar feestelijk met onze ouders. Precies van zulke dunne dekjes.

                            *

Wij nemen plaats aan een tafeltje voor twee. Een jonge ober schiet op ons af. Hij draagt een zwart t-shirt met opdruk. Vale spijkerbroek. Galant noemt hij vijf gerechten op die ‘Anna’s place’ serveert als lunch. ‘Fresh-made’. Alle vijf klinken ze even aantrekkelijk. We kiezen de koolrolletjes met gehakt en gevulde tomaten. Een witte wijn en een Mythos bier. En dan gebeurt er iets. 

                   *

Een smaaksensatie wordt op ons losgelaten. Smaak van boterzachte, dunne kool met stevig gekruid gehakt. Sappig. De gladde structuur van kool met het rulle van de gehakt. De gegrilde tomaat is gevuld met volle, romige rijst, en wordt begeleid door een gele saffraanjus met kleine stukjes aardappel. Lunchgerechten die hun weerga niet kennen. We kijken uit over zee en proeven. 

                        *

‘s Avonds keren wij terug en we belanden in Anna’s toneelstuk in drie bedrijven. Anna, the cook herself, staat in beige broekrok en felroze campinghemd met haar schort als beschermend harnas tegen alle gevaren van buitenaf, klaar. Een pollepel ontbreekt, deze zou haar houding en gedrag vervolmaken. 

                 *

Haar dunne witte benen, hier en daar bespataderd, steken fier uit onder de pijpen van de broekrok. Platte sandalen maken het plaatje af. Anna’s hoofd staat op negen dagen onweer. Een ontevreden streep als mond. Haar geblondeerde pagekapsel en priemende donkere ogen voorspellen niets goeds. Anna staat voor een muur met daarop schalen. Over de schalen is aluminiumfolie gedrapeerd. 

                          *

Anna knipt met haar vingers en geeft ons een kort knikje. Gedwee staan wij op. Wij lopen achter haar aan. Naar de schalenmuur. Een voor een tilt zij de aluminiumfolie op, net lang genoeg voor een korte blik op de gerechten die zich in de schalen bevinden. Zij dreunt op: stifado, white beans, moussaka, filled chicken with bacon, stuffed porc, rice. Dat laatste klinkt als een kanonschot over de idyllische binnentuin. ‘Rice!’ Met een krachtige sssss. Zij voegt eraan toe, zacht en onduidelijk: ‘we also serve fresh fish, grilled.’ Zij wijst met haar hand achteloos over haar schouder naar achteren. 

                            *

Een oude, dikkige man kijkt ons aan. Hij knikt vriendelijk. De fishgriller. Achter de man duikt de ober op van tussen-de-middag. Bedeesd kijkt hij ons aan, heel wat minder frank en vrij dan een paar uur ervoor. Alles en iedereen hier is in de ban van Anna, Her Majesty of the Wall of Fresh-made Dishes. ‘Authentic Greek’. Tenminste, dat vermeldt het krijtbordje naast het lelijke pastelbord voor de stenen trap naar de binnentuin. 

                              *

We kiezen de beans, de bifteki en de grilled fish. En het is ongelooflijk hoe heerlijk dit smaakt. Zacht visvlees met een korstje fijn gerookt vel. De lichte rooksmaak dringt net genoeg door tot het vlees. Malse, enorme, witte bonen, omringd door gele rijst, vol en dik en de zacht gegaarde tomaat. De stifado, stevig en wederom gekruid, begeleid door een jus met de smaak van Griekse kruiden. Dit alles is hemels, heerlijk.

                             *

We keren nog eenmaal terug: de moussaka van Anna verdween niet uit onze gedachten, evenmin als de bonen. Nooit een betere, romiger en toch stevige moussaka geproefd dan die van de norse Anna. 

                          *

Naast Anna waren wij bij de beminnelijke Bill van Salome met zijn onovertroffen kebab en piepende zwaluwnestje onder zijn open dak. We aten bij ‘Nick the Greek’ met zijn heerlijke salade, koele witte wijn, met uitkijk over strand en zee. Nick, tanige zestiger, overduidelijk goed boerend in het zich moeizaam-overeind houdende Griekenland, klagend over de economie, de euro (‘you can pay in guilders?’), zijn dure werkkrachten. En dan de stille, lieve dame, – haar naam is Maria, – van Psili Ammos met haar gegrilde vis, zacht-gestoomde courgette, aardappel en tomaat uit eigen tuin, de zelfgemaakte biologische wijn en haar oneindige uitzicht over het Egeïsche blauw.

                          *

Dorpen van verlatenheid, heimwee-eten, azuren zee en kiezelstrand. 

                          *

Onbetaalbaar.

                        ***

 

Advertisements

Leave a Reply

Please log in using one of these methods to post your comment:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out / Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out / Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out / Change )

Google+ photo

You are commenting using your Google+ account. Log Out / Change )

Connecting to %s