Werkdag

 ‘s Ochtends vroeg fiets ik door de Bollenstreek: twee potige mannen staan op het veld. Bruine stengels staan als rechtopstaande sigaren in een zanderige doos. Stengelresten, overgebleven van de tulpen van weleer. Rechte voren snijden het veld in reepjes. 
                       *

De potigste man doet aan de ander voor hoe je een krat tilt. Ik rijd te hard om te zien wat er precies in zit. De stengelrijtjes staan precies recht achter elkaar op het veld, zo ver je kijken kan, tot aan de einder. Even verderop trekt een tractor diepe voren in het veld. Een vrouw harkt in de showtuin blaadjes bij elkaar. 

                          *

Een vredig beeld. Een beeld dat doet denken aan eenvoud van bestaan: schoffelen, ploegen, zweten en tillen. Het leven teruggebracht tot aarde, vruchtbaar land, zaaien en oogsten. 

                       *

De tegenstelling met de wereld waar ik naar toe fiets van denken, computers, beleid, strategie en politiek is zo groot. Het is bijna niet voorstelbaar. Hoe overbrug je natuur en harde grond met snelle ICT en toekomstdenken?

                           *

De rit op de fiets ordent de gedachten tussen oude en nieuwe werelden. De wereld van Merijntje Gijzen en de wereld van Whatsapp. Honderd jaar exponentiële groei veranderde het beeld, ons leven.

                           *

Een huis, wit geschilderd, staat minstens een eeuw lang als een geruststellend icoon in het kale land. De verbinding met nu wordt gelegd door het bord ‘Te koop’. Onrust maakt zich van mij meester. Te koop. Bij wie? Welke makelaar? Ik zal zo eens kijken op internet. Hoe veel, hoe duur, wat zou ons huis opbrengen?

                          *

Het hoofd gaat aan het werk. Het lijf trapt stug door. Langs de velden. De horizon met de trein. Erboven zweeft schuin een vliegtuig. Streep aan de hemel. Bruin zijn de velden. Bruin.

                             *

Ik denk aan het zwoegen. De arbeid. Het verplaatsen van de arbeid van hand naar hoofd. En waar is het hart? Het gevoel, de schoonheid van de natuur, de ontroering: het groen, de schoffelende mens, de zwetende arbeider op zandgrond. Tegenover het denken: kantoorgrijs, de tikkende medewerker, taai overleg aan ovalen tafels.

                           *

De wereld verandert en toch: iets blijft over van voorbije tijden. De pracht van een veld, de schreeuw van een ekster, de zwoegende mens.

                           *

Zomaar een ochtend. Woensdag. Werkdag. 

                         ***

Advertisements

Leave a Reply

Please log in using one of these methods to post your comment:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out / Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out / Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out / Change )

Google+ photo

You are commenting using your Google+ account. Log Out / Change )

Connecting to %s