Larghissimo

 De haan van de buurman kraait op de gekste momenten. Natuurlijk laat hij ‘s ochtends vroeg van zich horen, als het licht zacht door de spleten van de luiken kiert. Maar ook om 11.00 uur en 14.30 uur kraait het dier luidkeels. Hier, op het Franse platteland.

                         *

Bij het ontbijt in de zon horen we de wielewaal, een lieflijk fluiten in de bomenrij naast onze tuin, achter de met dikke klimop-begroeide muur. Hij laat zich niet zien. Een kleine speurtocht mag niet baten. De zangvogel begeleidt als een onzichtbare muzikant onze Franse weken.

                          *

De wijnboer met velden vol ranken naast ons huis is bezig de rijen te inspecteren. Hier en daar rukt hij wat groen onderaan weg. Naast hem staat een smalle tractor waarmee hij tussen de kaarsrechte rijen door rijdt. Van de week deed hij dat rond 6.30 uur. Hij reed als het ware onze slaapkamer binnen. Het aanzwellende en afnemende geluid van de tractor kreeg die ochtend op den duur iets vertrouwds. Als het gelijkmatige gehobbel van een trein, het gekibbel in de auto van je ouders over de vakantieroute, een ruzie-ritme waarop je achterin zo heerlijk wegdommelde.

                         *

Ik fiets nog eenmaal naar het dorp. Langs mij rijden enkele auto’s, harder dan de toegestane 50, even houden ze in bij het passeren van mij, de eenzame fietster. Om daarna weer aan te zetten, scheurend naar het kleine dorp. 

                         *

Ik rijd naar het dorp, enkel en alleen om het restaurant te reserveren voor vanavond. Onze laatste Franse avond. We aten hier eerder, bij Cote Bastide, gewoon gelegen in een woonwijk tussen huizen. Achterin de tuin staat een houten veranda met fraai gedekte tafels. Een wit kleed, daaroverheen een donkerblauw. Het is altijd druk bij Cote Bastide en telefonisch reserveren lukt niet. Een Franse dame tettert telkens in mijn oor een onbegrijpelijk verhaal. Ik fiets er daarom maar even heen. 

                         *

De tijd hier is een raar ding. Waar de tijd thuis ferm doortikt met vele werkwoorden: opstaan, douchen, ontbijten, fietsen, werken, eten en slapen roetsjen we op het Franse platteland langzaam maar zeker in een soezig en tijdmorsend ritme met hier en daar wat werkwoorden, maar andere. Soezen, zitten, de kranten en boeken lezen, schrijven en eventueel fietsen, zwemmen of hardlopen. We doen ook boodschappen, ja, zeker doen we die, maar licht en luchtig. Zonder snelheid, het tempo gaat de eerste dagen van presto over via andante naar lento. 

                          *

Twee weken per jaar schakelt het leven terug naar de laagste versnelling, zo passend bij de warmte van de zuidelijke zomer. 35, 40 graden, daar past alleen larghissimo -zeer langzaam – bij. 

                          *

Ik zet mijn fiets op slot naast het restaurant en reserveer in mijn mooiste Frans een tafeltje bij Cote Bastide. 

‘Votre nom?’ vraagt de vriendelijke eigenaar die met mij meeloopt naar binnen, daar waar het reserveringsboek ligt. Dat weet ik nog van de vorige keer.

‘Jonquiere’, zeg ik met veel genoegen. Zonder nadere uitleg, opkijken of ‘dat is een mooie naam!’ wordt ‘Jonquiere’ genoteerd in het boek.

‘Et votre numero?’

Cijfer voor cijfer, nadenkend bij de een en in het hoofd vooruitvertalend naar de volgende, spreek ik de juiste cijfers uit.

                         *

De restaurant-eigenaar loopt met mij mee de tuin in. Hij was toen ik aankwam de tafels aan het dekken voor vanavond. Hij kijkt mij vriendelijk aan en vertelt een heel verhaal. Met moeite achterhaal ik de clou. En dat komt door de herkenning van een woord in de riedel: ‘orage’. Gisteravond onweerde het in de Dordogne. Na een bloedhete dag, 41 graden op het hoogtepunt, verschenen dreigende wolken en barstte een onweer los zoals dat alleen hier kan. Hard, flitsend, dreigend. Hevige regenval. 

                        *

De vriendelijke heer van Cote Bastide denkt dat het misschien vanavond weer gaat onweren. Dus of we buiten of binnen zitten bepaalt hij aan het begin van de avond. Verwachtingsvol kijkt hij mij aan. Hij verwacht een antwoord, een zin waaruit blijkt dat ik het begrijp. Maar ik kom er niet op. Schaapachtig mompel ik: ‘ce’st oké, pas de probleme’ en ik haast mij naar mijn fiets. 

                          *

Langzaam rijd ik terug in de tijd van langzaam aan. Vanmiddag zetten we aan tot adagio. Bij het inpakken van de tassen. Het passen en meten van tassen in de auto. Het plaatsen van de fietsendrager op de auto. De fietsen daar weer op.

                         *

Morgenochtend rijden wij het grindpad af – moderato – het hek door, langs de gekortwiekte wijnranken, de heuvels van de Dordogne uit. Om vivace te eindigen. In Nederland.

                           *

Het is 19.06 uur. De zon is warm. Daar kukelt weer buurman’s haan. Zouden we de wielewaal nog horen? Morgen?

                          ***

Advertisements

Leave a Reply

Please log in using one of these methods to post your comment:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out / Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out / Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out / Change )

Google+ photo

You are commenting using your Google+ account. Log Out / Change )

Connecting to %s