Tussen kunst en kitsch

  
‘Hallo, ik ben er !’

Mijn vader zit voor de t.v. in een oranje kamer. Het zonnescherm zet de flat in een gloed van een diep-oranje zonsopgang of -ondergang. Het is maar hoe je het bekijkt.

                         *

Hij staat op uit zijn stoel en ik loop naar hem toe. 

‘Ik heb je gemist’, zegt hij.

‘Ja, het is ook wel lang, twee weken’, antwoord ik. En ik maak me los uit een ongemakkelijke omhelzing.

‘Nou, dat valt wel mee’, zegt mijn vader. En de betovering, zo deze er al was, is direct verbroken.

                         *

Samen met de herinneringen die in een vakantie zonder afleiding ongehinderd naar boven komen en niet altijd even fraai zijn, moet ik wennen aan dit bezoek. Twee lange weken was ik los van bezoekjes, los van werk, los van alles. Behalve van de herinnering. De jaren van weleer. Niet altijd zulke mooie jaren. We maakten er het beste van maar een worsteling was het. En nu zie ik de oude man weer. Die destijds jonger was. Langzaam koppel ik herinnering los van het heden en dat kost even tijd.
                         *

Mijn vader zit in zijn stoel en kijkt, zo midden op de dag, gefascineerd naar een programma op t.v. Het doet mij denken aan ‘Tussen kunst en kitsch.’ Maar dan zonder de schalkse Nelleke. 

                         *

‘Waar kijk je naar?’, vraag ik.

‘O, dit is echt een GEWELDIG programma!’, zegt mijn vader enthousiast. 

En ik weet gelijk dat ik het niks vind.

‘Kijk, zij is de taxateur. En ja, nu gaan de spullen geveild worden!’ Mijn vader buigt zich voorover om niets te missen. Ik zie een monsterlijke kroon die wordt geveild voor € 450,-.

‘Eenmaal, andermaal,…, verkocht!’, roept een dame met lang haar. ‘Ver boven de taxatie-waarde..’, glundert mijn vader. En het volgende object wordt getoond. Twee barok-engeltjes van hout.

‘Die zijn veel waard, let maar op’, verkneukelt mijn vader zich in de oranje gloed van het zonnescherm.

                         *

Ik kijk naar buiten en zie het prachtige weer. Ik zit binnen en kijk naar een programma dat lijkt op ‘Tussen kunst en kitsch’, maar het niet is. 

                         *

Ik loop naar de keuken en pak een glas water. Als ik terugkom is de t.v. uit en loopt mijn vader mij tegemoet. Ik vraag niet of het programma is afgelopen.

                         *

‘Wil je koffie?’, vraagt hij.

‘Ja graag’, antwoord ik. Ik kijk in de huiskamer op mijn telefoon of ik een bericht heb. Maar nee.

‘Ik heb je heel veel te vertellen!’, zegt mijn vader luid in de keuken.

‘O ja?’, zeg ik, ‘ik kom eraan.’ Bijna ontsnapt mij een zucht, maar ik houd deze in. Ik berg mijn telefoon op en loop naar de keuken.

                         *

‘Ik kreeg een hoop papieren van de NVVE. Een boel werk was het om ze te lezen en in te vullen! Ik moet alles in viervoud invullen.’

‘Wat is dat, NVVE?’, vraag ik.

‘Ach, je weet wel, die vereniging voor euthanasie.’

‘O, wil je euthanasie?’, vraag ik vals. Mijn vader negeert deze opmerking.

‘Het ligt allemaal op tafel. Je moet het zo even bekijken. Je moet je naam, zoals je ingeschreven staat aan mij doorgeven.’

‘Die weet je toch wel?’, vraag ik. ‘Dat is gewoon mijn meisjesnaam.’

‘O, ja die weet ik wel.’

                         *

Intussen zet mijn vader koffie. Maar praten en koffiezetten tegelijk gaat niet zo goed. Hij vergeet het apparaat aan te zetten. Hij vergeet een tweede kopje onder het apparaat te zetten. 

Nu concentreert hij zich maar even op de koffie. En is hij stil. Na het koffiezetten zet hij weer het apparaat aan en laat een beetje extra water er doorheen lopen, brak, bruinig water.

‘Wat doe je?’, vraag ik.

‘Ja, dat doe ik altijd. Een beetje extra koffie. Er zit nog genoeg in die pads.’

‘Maar er komt alleen gekleurd water uit nu’, zeg ik. En ik leg me neer bij een vies kopje koffie.

                         *

‘Hee pa, de melk is over de datum.’ Ik heb het pak melk uit de ijskast gepakt. 17 juli staat erop. Vandaag is het de 21e.

‘Nee, dat is nog prima melk!’, verkondigt mijn vader. En ik leg mij neer bij een kopje waterkoffie met bijna-zure melk.

                         *

Even kijkt hij mij aan.

‘Wat een zeikerd ben ik, he?’

En stilletjes denk ik ‘ja’. Maar ik zeg niets.

                         *

Eenmaal binnen is het tweede nieuwtje dat hij de oude snorfiets bijna verkocht heeft. Hij heeft er al meer dan drie jaar geen gebruik van gemaakt. Het onding staat al die tijd ongebruikt in zijn berging ‘om te verkopen.’ Omdat hij te laat was met het schorsen van de fiets voor de verzekering kreeg hij onlangs een boete van € 300,-. 

                         *

En nu heeft hij iemand gevonden. Ik hoor een lang en onbegrijpelijk verhaal aan over iemand die de fiets wilde kopen, maar toch eigenlijk niet. Nu heeft deze vrouw hem vanochtend geholpen met het wegbrengen van de fiets naar een fietsenmaker. Daarna zou ze hem laten zien aan iemand anders. Ik snap er niets van.

‘Ze noemt mij opa’, zegt mijn vader, ‘want mijn achternaam vindt ze te moeilijk.

‘Die vrouw heet Jotie’, en hij wijst op een kladblaadje met haar naam en adres. 

‘Maar waarom doet zij dat voor jou?’, vraag ik.

‘Ja, zij wil graag 10% van de verkoopprijs’, zegt mijn vader. ‘Maar het is een prima mens hoor! En sterk! Ze tilde zo die fiets op het rek achter haar auto.’

Ik denk er het mijne van. Maar ik hoop dat het kreng, de fiets, wordt verkocht.

                         *

Het derde nieuwtje is dat, na al die jaren dat mijn vader in deze flat woont, de pick-up en versterker zijn aangesloten.

‘Hoe heb je dat gedaan?, vraag ik.

‘Je broer kwam langs, hij heeft het gemaakt. Ja, ik weet wel hoe dat werkt, maar ik kan er niet goed bij, he? Wil je een plaat horen?’

Hij wacht mijn antwoord niet af maar staat gauw bij de pick-up die ik al vijfenveertig jaar ken. Een houten Philips. Hij legt een plaat erop. Hij staat lang gebukt voor de versterker.

‘Lukt het?’ en ik kom naderbij.

‘Nee, hoe kan dat nu? Hij moet ‘phono’ aangeven..’ Hij klooit en draait aan alle knopjes. 

                         *

Ik druk op de Power-knop van de versterker en hij floept aan. ‘Phono’ is te lezen op het display.

‘He, die had ik al aangezet’, probeert mijn vader nog. 

‘En waarom doet hij het nu nog niet?’, mort hij.

Bijna wil hij weer alle knopjes indrukken en aandraaien tot hij ziet dat de naald nog niet op de plaat staat.

                         *

En hoor! Daar klinkt James Last door de oranje kamer. Ik ben weer terug in de seventies. Toen was onze huiskamer ook oranje met bruine en groene accenten. En toen klonken ook de klanken van good old James door de kamer. 

                         *

Als ik bijna weg ga, gaat mijn vader nog even op zoek naar de wilsbeschikking van de NVVE. Hij doorzoekt de map met de viervoudige wilsuitingen: dementie, euthanasie, niet-reanimeren en een machtigingsformulier.

                         *

‘Maar ik zoek die andere. Waar is die nu?’ Koortsachtig zoekt mijn vader tussen alle stapeltjes tijdschriften en papieren. Ik tel alle papieren en volgens mij zit alles in het mapje van de NVVE.

‘Alles zit hierin hoor!’

Maar nee, volgens mijn vader is dat niet het geval.

                         *

Ik moet echt gaan.

‘Nou, rustig aan, dan kijk ik er toch de volgende keer naar?’, zeg ik en ik pak mijn jasje.

                         *

Als ik buiten ben, op mijn fiets stap, de wind voel, de zon schijnt, haal ik diep adem.

We zijn weer thuis.

                        ***

Advertisements

Leave a Reply

Please log in using one of these methods to post your comment:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out / Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out / Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out / Change )

Google+ photo

You are commenting using your Google+ account. Log Out / Change )

Connecting to %s