Zomerstorm

  

                         Juli

Ik ben mijn jongen kwijt

 goud gaf ik voor geritsel

 mijn nest zit me te wijd.

                 Judith Herzberg

                             *

Vanuit mijn bed ziet de lucht lichtblauw als een strak getrokken babydekentje met het witte uiteinde van een omgevouwen lakentje. Het groen van de boom wordt doorsneden door het uiteinde van de strijkplank naast mij. Frisse lucht stroomt door de openstaande deur naar binnen.

                               *

Vandaag is de dag van de zomerstorm. Een woord waarin de wind langzaam maar zeker opsteekt en van zacht waaien overgaat in windkracht 9. 
Vannacht werd ik een paar keer wakker omdat ik dacht dat de storm zou beginnen. Maar nee, wel korte regentikken en wat onweersgerommel ver weg. En de gedachte aan mijn zoon. Hij is weg. Uit, zoals alle avonden en nachten van deze zomer. 

                               *

‘Waar ga je naar toe?’, vraag ik, terwijl hij zijn veters strikt.

‘Naar Joost’, antwoordt hij. Ik ken Joost. Dat is een jongen die de studie doet waarmee hij ook in september start. En omdat hij nog moet kiezen tussen de opleiding in Den-Haag of Amsterdam denk ik dat hij daarover zijn licht gaat opsteken. Fout.

‘Joost? Spreek je hem nog over wat je moet kiezen?’, vraag ik.

‘Nee, ik ga naar Joost G., dat is een ander.’

‘Waar ken je Joost G. van?’

‘Dat weet ik niet meer’, is het antwoord.

‘Waar woont Joost G.?’

‘Aan de Zijlweg in Haarlem, vlakbij het Nova-college.’
Als mijn man even later ook wil weten waar zijn zoon naar toe gaat zeg ik: ‘hij gaat naar Joost G., die woont aan de Zijlweg in Haarlem.’
En daar gaat ons kind: gedoucht, tip-top gekleed, fris geknipt naar Joost G., wonend aan de Zijlweg in Haarlem. 

                               *

Vannacht word ik wakker. Maar hij is nog niet thuis, realiseer ik mij in halfslaap. En tijdens een flinke regenbui, die door de kier van de open deur goed te horen is, schrik ik nog een paar keer op met de gedachte aan ons kind aan de Zijlweg in Haarlem. Waar is hij nu? Op weg naar huis? Het stortregent. Ik hoor een sirene. De af-en aanzwellende geluiden komen naderbij en zwenken langzaam af in de richting van Vogelenzang. Hij is op de fiets. Er is toch niets gebeurd?

                             *

Zijn vader voel ik opeens zitten op de bedrand aan de andere kant. Een schijnsel licht op. Ook hij is wakker en probeert contact te zoeken via zijn iPhone met ons kind. Hij loopt naar de gang, opent de deur van de slaapkamer van onze zoon, sluit deze en keert even later terug. Weer zie ik het schijnsel. En ik dommel in. Van de halfslaap is de slaap het sterkst. Ik kan toch niets doen.

                             *

En ja, daar hoor ik beneden de deur. Sleutels vallen op het schoteltje. Het tikje van het bolletje aan het touwtje van de lamp dat slaat tegen het glas. De deur beneden gaat open en dicht.
Zachtjes klinkt ‘hoi’ bij de deuropening. Naast mij hoor ik ‘hoi’ terug. Hij is thuis. 

                            *

En nu ben ik wakker. Het is ochtend. De lucht is in rap tempo van helder lichtblauw veranderd in grijs. Door de deurkier waait iets meer frisse lucht. Het haakje van de deur piept vanwege het wrikken in het oogje. De wind neemt toe. Nu waait ook het zware gordijn op.
Zomerstorm. Prachtig.

                          ***

Advertisements

Leave a Reply

Please log in using one of these methods to post your comment:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out / Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out / Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out / Change )

Google+ photo

You are commenting using your Google+ account. Log Out / Change )

Connecting to %s