Wij zijn niet bang

  
De pijn schuift bliksemsnel van links naar rechts als het balletje van vroeger dat we tussen twee touwen aan plastic handvaten naar elkaar toe schoten door keihard de gladde touwen uit elkaar te trekken.

                          *

Het balletje schuift mijn kaak door, kruipt naar boven, straalt uit naar mijn linkeroor; het komt door de afgebroken kies. Denk ik.

                         *

De tandarts denkt dat ook. De kaak wordt klemvast gezet met zo te voelen een krik in mini-formaat, tampon onder de bovenlip, boren, drillen, wrikken en ragen. Elke keer als ik een onderdrukte kreet slaak of onwillekeurig beweeg zegt mijn tandarts: ‘sorry’. Het is een lieve man.

‘Kan je alsjeblieft je mond iets meer open doen?’, vraagt hij vriendelijk.

                          *

De schooltandarts brulde: ‘Mond open! Wijder nu!’ De klas met zovele tafels, stoelen, bange gezichten. Het wachten op je beurt, je ogen groot van hoop om vandaag te worden overgeslagen. ‘Niet ik, niet ik, niet ik’. Maar daar liep je, de gang door, langs de toiletten – vleugje gemorste urine en doorweekt zeepje, zacht en glibberig – schouders omlaag, vergeefs moed verzamelend.

                           *

‘Heb je 55 voor me?’ vraagt de lieve tandarts.

‘Je hebt nu de 45, toch?’ is de tegenvraag van de ook al zo lieve assistente. Een van de vele ongrijpbare termen. Geheimtaal. Ik probeer te begrijpen. Later legt de tandarts uit dat hij het ‘aan het uiterste puntje ontstoken’ wortelkanaal met een nog kleiner ragertje schoonmaakte dan de keer ervoor.

                          *

De hoop op het verdwijnen van het heen en weer schietende balletje houdt mij vastgeplakt aan de stoel. De witte kamer voelt zo wit aan, clean, ik hoor de schuifgordijnen strak tegen het raam aan klapperen, even de ogen open, ik zie het bewegen, golven uit het niets. Spuug hoopt zich op in de mondholte, niet slikken, de tong likt erlangs. ‘Niet slikken, niet slikken, niet slikken.’ Wat te doen met stijgend spuug wint het van pijn. 

                         *

De sessie loopt ten einde. Kwijl op de rand van mijn schone t-shirt. Van alle decorum ontdaan schuif ik uit de gladde, lange stoel.

                          *

‘Dinsdag maken we het af, tot dan!’

Vrijdag, zaterdag, zondag, maandag.

                           *

Een struisvogel verbergt zijn kop in het zand. ‘Vier dagen, vier dagen, vier dagen.’ 

                        ***

Advertisements

Leave a Reply

Please log in using one of these methods to post your comment:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out / Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out / Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out / Change )

Google+ photo

You are commenting using your Google+ account. Log Out / Change )

Connecting to %s