Noem mijn naam

  Voor Emma

(…)

Noem mij, bevestig mijn bestaan,

Laat mijn naam zijn als een keten.

Noem mij, noem mij, spreek mij aan,

o, noem mij bij mijn diepste naam.

Voor wie ik liefheb, wil ik heten.

Neeltje Maria Min

                          *

Wij hebben woorden met onze zoon over het aanvragen van de studenten OV-chipkaart. De aanvraag is in onze ogen veel te laat ingezet. Drie maanden lang had ons vakantievierend kind daar de tijd voor. Op 22 augustus, een week voor de start van het nieuwe schooljaar, vraagt hij de OV-kaart aan. En nu, terwijl het dure heen-en-weer-reizen is gestart wachten we al meer dan de vijf beloofde werkdagen op een of andere sms-code die je nodig hebt om in te loggen met je digid op de site van DUO.
                         *

We geven ons kind de schuld van deze gang van zaken. Wij stellen vervelende vragen als: ‘Waarom heb je zo laat die code aangevraagd? Weet je zeker dat je het goed hebt gedaan?’ En daarna: ‘Je betaalt de eerste week je reiskosten maar zelf.’ En na enig nadenken – want door zijn studie is zijn werk bij de bakker op een laag pitje gezet – bedenken we dat hij zijn zorgpremie (die hij in al onze goedheid mocht houden) maar zolang aan ons overmaakt.

                         *

Gistermiddag, de vijf werkdagen zijn nu echt verstreken en een duidelijk antwoord op de vraag ‘Is de code onderweg?’ is op de site noch via de helpdesk te verkrijgen, besloten vader en zoon maar opnieuw de sms-code aan te vragen. Dan vervalt wel de eerder aangevraagde code. Jammer, weer tenminste vijf dagen zelf de dure reis betalen, maar ja, door de laksheid van…’ja, ja, dat hebben jullie nu al tien keer gezegd!’

                           *

Vandaag ontving onze zoon de sms-code. Na zeven werkdagen. Een dag nadat opnieuw de code is aangevraagd waardoor de oude…zucht. Kafka op zijn best. Natuurlijk probeert hij met de code direct in te loggen maar hij ontvangt de melding dat ‘de verificatie maximaal vijf werkdagen…’ Leve de overheid!

                          *

Gisteren sprak ik mijn vriendin-sinds-heel-lang. Vijf jaar geleden verloren zij en haar man hun oudste zoon. Ige. Hij was dertien jaar. Wij praten als we elkaar zien over het werk, vakantie, de twee jongste kinderen en we praten over haar oudste zoon Ige, die ondanks zijn vechtlust en positieve instelling de strijd tegen de lichte zwelling op zijn arm ‘kijk, je mag wel even voelen, Annelie!’ verloor. Kanker, dat was het. Osteocarcinoom. ‘Zoek het maar niet op’, raadde zijn moeder mij destijds aan. Maar dat deed ik wel. En dat wat ik las stemde mij in- en intriest. 

                         *

Ige onderging monter en soms wat minder monter veel, heel veel behandelingen en operaties. In de rustiger tussenperioden ging hij graag naar school. Hij was net begonnen op de middelbare school: het St. Ignatius Gymnasium in Amsterdam. Zo blij gooide hij zijn tas in de kamer bij thuiskomst, zo blij dat hij weer kon sporten, zo blij met het maken van de legobouwsels met zijn kleine broertje. Zo blij om weer ‘gewoon’ te zijn. 

                            *

Maar het ging mis. Ige hoorde niet bij het percentage overlevers. De bijzondere, ‘gewone’ jongen, Ige, 13 jaar oud, overleed. Vijf jaar geleden. Ik nam afscheid van hem. Thuis lag hij, op zijn ijskoude bed. Hij droeg gloednieuwe gympen, dezelfde als die van mijn zoon. Ige’s gympen bleven gloednieuw. Die van mijn kind zouden vies worden, slijten, en later moeten worden vervangen. De schoenen van Ige zouden nooit meer worden vervangen.

                          *

Zijn moeder vertelde mij dat zij onlangs het jaarboek had ontvangen van het St. Ignatius Gymnasium. De lichting 1996/1997, Ige’s medeleerlingen van toen, deden dit jaar eindexamen. Mijn vriendin, de moeder van Ige, sloeg het jaarboek open en Ige keek haar aan, op pagina 1 stond zijn foto. Klasgenoten schreven hun herinneringen aan hem in het boek.

                          *

‘Het ergste is dat veel mensen nooit meer over Ige praten’ zei zijn zus onlangs tegen haar moeder. ‘Net of hij er nooit is geweest. En ik denk elke dag aan hem.’ Gelukkig denken ze op het Ignatius Gymnasium wel aan Ige. Wij denken aan Ige. Ik dacht aan hem bij het ophangen van de vlag voor onze zoon die zijn examen haalde, drie maanden geleden. Een steek van verdriet stak als een venijnige naald in mijn eigen vreugde.
‘Ik heb ooit eens een zin gelezen’, vertelt mijn vriendin aan mij. ‘Dat was een zin die mij raakte.’ Ik kijk haar aan door een waasje. ‘Die zin was: ‘Noem mijn naam.’

                         *

Vandaag kwam ik na een lange werkdag thuis, ik zie de brief met de sms-code liggen op tafel. Ik hoor de woordenwisseling met ons kind over de gemiste reisdagen, ik hoor onze vervelende vragen aan hem, ik denk aan de sanctie die we hem oplegden en dit alles wordt verdrongen door een zin, de zin die al het voorgaande doet verbleken, in het niets laat verdwijnen: ‘Noem mijn naam’.

                       *

En dat doe ik. In liefdevolle en levende herinnering aan jou, de zo bijzondere, zo gewone: Ige.  

                        ***

Advertisements

2 thoughts on “Noem mijn naam

  1. Een mooi en indringend verhaal bij een van de mooie gedichten uit onze literatuur. Ik begon te lezen vanwege het herkenbare en oh zo irritante uitstelgedrag van de zoon ( ze zijn ook allemaal hetzelfde ! ) maar werd geroerd door de wending. Laten we maar blij zijn met de imperfecties van onze kinderen.

    Like

Leave a Reply

Please log in using one of these methods to post your comment:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out / Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out / Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out / Change )

Google+ photo

You are commenting using your Google+ account. Log Out / Change )

Connecting to %s